WEEK 1.2: INTRODUCTION; WAR, MEMORY, REMEMBRANCE
“Memory boom” van de 20e eeuw: de toename van interesse in het onderwerp ‘herinnering’ binnen
de academische wereld en daarbuiten. Dit is te zien in het brede scala aan collectieve overdenkingen
omtrent oorlog en zijn slachtoffers. Het onderwerp herinnering komt elke keer weer terug op het
thema oorlog en zijn consequenties. De eerste impuls voor de memory boom kwam op tussen 1914-
1918. De beelden, taal en praktijken die voorkwamen tijdens en na de Grote Oorlog vormden de
wijzen waarop toekomstige conflicten herinnert en verbeeld zouden worden. Daarom zijn de
slachtoffers van de Grote Oorlog de eerste (en zeker niet de laatste!) ‘generatie van herinnering’ in
de 20e eeuw. De behoefte om aandacht te besteden aan en het erkennen van de oorlogsslachtoffers
en de ravages die zijn veroorzaakt vormen de kern van de ‘memory boom’ in het contemporaine
culturele leven.
Vormen van collectieve herinnering: activiteiten gedeeld door collectieven, groepen of mensen in
het publieke domein. Hoe geef je je eigen herinneringen over aan mensen die er niet bij waren?
Bijvoorbeeld via fotografie, of de publicatie van brieven van soldaten, of poëzie, oorlogsromans en
toneelstukken. Ook kan je dit doen via herinneringsprojecten, zoals oorlogsmonumenten. Film,
televisie, musea en oorlogsrechtszaken kunnen fungeren als plekken waar, soms lang na het staken
van de vijandigheden, groepen en individuen de afstand tussen geschiedenis en herinnering kunnen
overbruggen in hun representaties van oorlog. Dit zijn plekken waar diegene die er niet bij was het
verleden zien, niet in termen van hun persoonlijke herinneringen, maar in termen van publieke
representaties van de herinneringen van mensen die eerder hadden geleefd.
Geheugen en Herdenking
De auteur pleit voor een verschuiving van de term ‘geheugen’ naar de term ‘herdenking’ als een
strategie om de term ‘geheugen’ niet te trivialiseren (gewoner/onbelangrijker maken), door elk facet
van ons contact met het verleden (persoonlijk en collectief) erbij te betrekken. Door de voorkeur te
geven aan ‘herdenking’ leg je de nadruk op specifieke agency (wie herinnert, en waar, wanneer en
hoe?). Ook raak je je bewust van de vergankelijkheid van herdenking, omdat het zo afhankelijk is van
de fragiliteit en betrokkenheid van de mannen en vrouwen die de tijd en moeite erin stoppen om er
mee bezig te gaan. Cognitieve psychologen versterken de notie dat de handeling van het terughalen
van het verleden een dynamisch, verschuivend proces is, afhankelijk van noties van de toekomst én
van beelden van het verleden. Geheugen is een product van een veelvoudigheid aan impulsen
aaneengeregen in de vorm van een collage, of een benadering van een gebeurtenis uit het verleden.
In plaats van dat we kopieën van onze ervaringen naar bovenhalen, reconstrueren wij ze. Soms voeg
je bij dit proces van reconstructie gevoelens toe, of geloofsovertuigingen of zelfs kennis die je pas na
de ervaring hebt geleerd. In andere woorden: we beïnvloeden onze herinneringen van het verleden
door emoties of kennis van na de gebeurtenis toe te voegen.
Collectief geheugen en het geheugen van collectieven
Als het individuele geheugen meer een proces is dan een product, is het essentieel voor ons om het
proces (en het bewijs hiervan) te benadrukken wanneer we sporen van groepen mensen onder ogen
komen die facetten van het verleden proberen te herinneren. Meestal is het collectieve geheugen
niet het geheugen van grote groepen, aangezien het individuen zijn die herinneren, niet staten.
Collectief geheugen: het proces via waar verschillende collectieven, van groepen van twee mensen of
duizenden, samen bezig zijn in handelingen van herdenking. Wanneer deze mensen om wat voor
reden dan ook niet meer samen dit doen, dan verdwijnt het collectief en daarmee ook de collectieve
handeling van herdenking. Collectieve herdenking is iets totaal anders: het wijst op tijd, plaats en
vooral bewijs, op sporen die ons de mogelijkheid geven om te begrijpen wat groepen mensen doen
als ze publiekelijk handelen om het verleden op te halen.
“Memory boom” van de 20e eeuw: de toename van interesse in het onderwerp ‘herinnering’ binnen
de academische wereld en daarbuiten. Dit is te zien in het brede scala aan collectieve overdenkingen
omtrent oorlog en zijn slachtoffers. Het onderwerp herinnering komt elke keer weer terug op het
thema oorlog en zijn consequenties. De eerste impuls voor de memory boom kwam op tussen 1914-
1918. De beelden, taal en praktijken die voorkwamen tijdens en na de Grote Oorlog vormden de
wijzen waarop toekomstige conflicten herinnert en verbeeld zouden worden. Daarom zijn de
slachtoffers van de Grote Oorlog de eerste (en zeker niet de laatste!) ‘generatie van herinnering’ in
de 20e eeuw. De behoefte om aandacht te besteden aan en het erkennen van de oorlogsslachtoffers
en de ravages die zijn veroorzaakt vormen de kern van de ‘memory boom’ in het contemporaine
culturele leven.
Vormen van collectieve herinnering: activiteiten gedeeld door collectieven, groepen of mensen in
het publieke domein. Hoe geef je je eigen herinneringen over aan mensen die er niet bij waren?
Bijvoorbeeld via fotografie, of de publicatie van brieven van soldaten, of poëzie, oorlogsromans en
toneelstukken. Ook kan je dit doen via herinneringsprojecten, zoals oorlogsmonumenten. Film,
televisie, musea en oorlogsrechtszaken kunnen fungeren als plekken waar, soms lang na het staken
van de vijandigheden, groepen en individuen de afstand tussen geschiedenis en herinnering kunnen
overbruggen in hun representaties van oorlog. Dit zijn plekken waar diegene die er niet bij was het
verleden zien, niet in termen van hun persoonlijke herinneringen, maar in termen van publieke
representaties van de herinneringen van mensen die eerder hadden geleefd.
Geheugen en Herdenking
De auteur pleit voor een verschuiving van de term ‘geheugen’ naar de term ‘herdenking’ als een
strategie om de term ‘geheugen’ niet te trivialiseren (gewoner/onbelangrijker maken), door elk facet
van ons contact met het verleden (persoonlijk en collectief) erbij te betrekken. Door de voorkeur te
geven aan ‘herdenking’ leg je de nadruk op specifieke agency (wie herinnert, en waar, wanneer en
hoe?). Ook raak je je bewust van de vergankelijkheid van herdenking, omdat het zo afhankelijk is van
de fragiliteit en betrokkenheid van de mannen en vrouwen die de tijd en moeite erin stoppen om er
mee bezig te gaan. Cognitieve psychologen versterken de notie dat de handeling van het terughalen
van het verleden een dynamisch, verschuivend proces is, afhankelijk van noties van de toekomst én
van beelden van het verleden. Geheugen is een product van een veelvoudigheid aan impulsen
aaneengeregen in de vorm van een collage, of een benadering van een gebeurtenis uit het verleden.
In plaats van dat we kopieën van onze ervaringen naar bovenhalen, reconstrueren wij ze. Soms voeg
je bij dit proces van reconstructie gevoelens toe, of geloofsovertuigingen of zelfs kennis die je pas na
de ervaring hebt geleerd. In andere woorden: we beïnvloeden onze herinneringen van het verleden
door emoties of kennis van na de gebeurtenis toe te voegen.
Collectief geheugen en het geheugen van collectieven
Als het individuele geheugen meer een proces is dan een product, is het essentieel voor ons om het
proces (en het bewijs hiervan) te benadrukken wanneer we sporen van groepen mensen onder ogen
komen die facetten van het verleden proberen te herinneren. Meestal is het collectieve geheugen
niet het geheugen van grote groepen, aangezien het individuen zijn die herinneren, niet staten.
Collectief geheugen: het proces via waar verschillende collectieven, van groepen van twee mensen of
duizenden, samen bezig zijn in handelingen van herdenking. Wanneer deze mensen om wat voor
reden dan ook niet meer samen dit doen, dan verdwijnt het collectief en daarmee ook de collectieve
handeling van herdenking. Collectieve herdenking is iets totaal anders: het wijst op tijd, plaats en
vooral bewijs, op sporen die ons de mogelijkheid geven om te begrijpen wat groepen mensen doen
als ze publiekelijk handelen om het verleden op te halen.