Systeemdenken
Doordenken van onbedoelde neveneffecten van goedbedoelde acties
Zicht te krijgen op de complexiteit in organisaties (of breder: sociale
systemen)
Herkennen van (systeem)patronen
Vanuit Systeemdenken wordt leren beïnvloed door twee belangrijke componenten:
1. Circulariteit: feedback van gevolg naar oorzaak
2. Significante tijdsvertragingen in die feedbackloops, die onze acties lijken
los te koppelen van consequenties op de lange termijn.
Niet rekening houden met deze twee componenten: risico onbedoeld systemen in
stand te houden.
Kracht van systemisch kijken is: het totale systeem onderzoeken.
De IJsberg en de Interventies:
1 | Pagina
264682530 Anne Aantjes
, 1. Reageren – Negeren óf te Vluchten/Vechten. Reactie vanuit bestaande
routines.
2. Anticiperen – Trends en patronen herkennen en vanuit verleden doortrekken
naar toekomst; plannen maken en anticiperen.
3. Reframen – Reflectiemomenten; mentale modellen veranderen.
Onderzoeken of aannamen die ten grondslag liggen aan onze werkwijzen,
oplossingen etc. nog steeds geldig zijn. Met een andere bril (mentaal model,
paradigma) kijken.
4. Redesignen – Werkstructuren en werkprocessen aanpassen, diepgaander.
Niet direct reageren, maar kijken naar de vraag waardoor het probleem kan
ontstaan. Zoeken naar oorzaken in werkstructuren/-processen.
5. Regenereren – Het herzien van mentale modellen van de maatschappelijke
functie van de organisatie. Missie, bedrijfsdoel, meerwaarde voor de klant?
In de afdeling neemt de kracht van interventies toe, maar de zichtbaarheid
ervan af.
Systeemdenken gaat over het ondersteunen van het leren op het niveau van
rethinking, dus van redesigning, reframing en regenerating.
2 | Pagina
264682530 Anne Aantjes
,SYSTEEMDENKEN – HOOFDSTUK 2 – MINDSET
Mindset = je denkrichting, je referentiekader.
Voor leren is een nieuwsgierige mindset nodig, en een bewustzijn van de beperkte
geldigheid van je eigen referentiekader.
Evolutionaire erfenis: vluchten of vechten.
De evolutie heeft een mensheid voortgebracht die toegerust is op snelheid en actie
in plaats van reflectie, op korte- in plaats van langetermijndenken (Pinker, 1997).
Een dilema is de keuze tussen twee gelijkwaardige alternatieven die niet gelijktijdig
op dezelfde plek kunnen worden gerealiseerd.
Dilema’s managen naar:
- Tijd – gedurende enige tijd oplossing A de voorkeur, later oplossing B
- Plaats – op de ene plaats (afdeling etc) oplossing A, de andere oplossing B
Gaat hierom 80-20 keuzes, niet 50-50 consensus.
Belangrijke dilema’s in relatie tot door evolutie veroorzaakte beperkingen:
- Tijd: korte vs. lange termijn
- Belang: eigen belang vs. groepsbelang
- Scope: een deel vs. het geheel
Mechanisch denken – we zijn geneigd organisaties als machines te beschouwen.
Een onderdeel (‘het verwisselen van een radartje’) vervangen en denken dat het
geheel gelijk blijft.
Mechanisch denken sluit aan bij hoe onze geest geneigd is te werken: controle
uitoefenen, de omgeving zien als controleerbaar, beheersbaar, maakbaar. En snel
handelen.
Objectiveren is ook een gevolg van mechanisch denken.
Mechanisch en Systeemdenken zijn beide waardevol.
Van Mechanisch naar Systeemdenken = van aandacht voor onderdelen naar
relaties tussen onderdelen.
Het is: oorzaak-gevolg relaties herkennen tussen variabelen.
3 | Pagina
264682530 Anne Aantjes
, 4 | Pagina
264682530 Anne Aantjes