Reclassering
Minor Forensische Criminologie
Vraag 3
Werkstraf
Bij een werkstraf moet de veroordeelde verplicht onbetaald werk verrichten voor een aantal
uren, het maximum is 240 uur. De werkstraf is een zelfstandige hoofdstraf, de veroordeelde
voert deze uit voor de maatschappij. Het doel van een werkstraf is het verminderen van
recidive en de humanisering van de strafrechtspleging 1.
Taakstrafverbod
De werkstraf kan bij bepaalde delicten en delinquenten niet worden opgelegd als
hoofdstraf2. Op grond van artikel 22b Sr. (taakstrafverbod), is de rechter niet toegestaan om
bij bepaalde misdrijven en bij recidive van een soortgelijk misdrijf een taakstraf op te leggen.
Het taakstrafverbod geldt onder meer voor misdrijven waar er sprake is van een ernstige
inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en waarop naar wettelijke
omschrijving een gevangenisstraf van zes jaar of meer op is gesteld. Het hangt af van de
omstandigheden van het geval om daadwerkelijk te spreken van een ernstige inbreuk op de
lichamelijke integriteit van het slachtoffer3. Het taakstrafverbod geldt voor de uitdrukkelijk in
artikel 22b Sr.4 genoemde misdrijven. In art. 77 ma Sr. is het taakstrafverbod voor het
jeugdstrafrecht geregeld.
Het taakstrafverbod is bij recidive van toepassing wanneer de verdachte eerder een
taakstraf is opgelegd voor een gelijksoortig strafbaar feit als waarvan de verdachte nu
verdacht wordt en deze eerder heeft uitgevoerd. Het verbod is ook van toepassing wanneer
de officier van justitie de tenuitvoerlegging van de taakstraf heeft bevolen omdat de
verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren heeft uitgevoerd5.
Effectiviteit
In het artikel van Wermink et al.6 worden er verschillende criminologische theorieën
besproken omtrent de onderbouwing van de effectiviteit van de werkstraf. Er is als eerste
sprake van de differentiële-associatietheorie, deze theorie stelt dat het plegen van
criminaliteit wordt veroorzaakt door middel van communicatie en interactie met anderen
die ongewenst gedrag goedkeuren. In de gevangenis kom je in aanmerking met
delinquenten die ongewenst gedrag goedkeuren waardoor je ongewenst gedrag aanleert.
De gevangenis kan worden gezien als een school voor criminaliteit. De werkstraf wordt
alleen en buiten de gevangenismuren uitgevoerd. Zelfs als het in een groep wordt
uitgevoerd, zal dit voor maar een aantal uur zijn. Je wordt dus korter blootgesteld aan
ongewenst gedrag, de werkstraf leidt zo tot een kleinere kans op recidive.
1
Wermink, H., Blokland, A., Nieuwbeerta, P. & Tollenaar, N. (2009). Recidive na werkstraffen en na gevangenisstraffen. Tijdschrift voor
Criminologie, 51, 211-227.
2
Taakstrafverbod: art. 22b Wetboek van Strafrecht.
3
HR 24 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2016:1408.
4
Ernstige wederspannigheid met letsel (art. 181 Sr), bezit kinderporno (art. 240b Sr.), verleiding minderjarige (art. 248a Sr.), ontucht met
minderjarige prostituee (art. 248b Sr), aanwezigheid bij seksuele exploitatie van een minderjarige (art. 248c Sr.), koppelarij (art. 250 Sr.).
5
Art. 22b lid 2 sub 2, Wetboek van Strafrecht.
6
Wermink, H., Blokland, A., Nieuwbeerta, P. & Tollenaar, N. (2009). Recidive na werkstraffen en na gevangenisstraffen. Tijdschrift voor
Criminologie, 51, 211-227.
Minor Forensische Criminologie
Vraag 3
Werkstraf
Bij een werkstraf moet de veroordeelde verplicht onbetaald werk verrichten voor een aantal
uren, het maximum is 240 uur. De werkstraf is een zelfstandige hoofdstraf, de veroordeelde
voert deze uit voor de maatschappij. Het doel van een werkstraf is het verminderen van
recidive en de humanisering van de strafrechtspleging 1.
Taakstrafverbod
De werkstraf kan bij bepaalde delicten en delinquenten niet worden opgelegd als
hoofdstraf2. Op grond van artikel 22b Sr. (taakstrafverbod), is de rechter niet toegestaan om
bij bepaalde misdrijven en bij recidive van een soortgelijk misdrijf een taakstraf op te leggen.
Het taakstrafverbod geldt onder meer voor misdrijven waar er sprake is van een ernstige
inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en waarop naar wettelijke
omschrijving een gevangenisstraf van zes jaar of meer op is gesteld. Het hangt af van de
omstandigheden van het geval om daadwerkelijk te spreken van een ernstige inbreuk op de
lichamelijke integriteit van het slachtoffer3. Het taakstrafverbod geldt voor de uitdrukkelijk in
artikel 22b Sr.4 genoemde misdrijven. In art. 77 ma Sr. is het taakstrafverbod voor het
jeugdstrafrecht geregeld.
Het taakstrafverbod is bij recidive van toepassing wanneer de verdachte eerder een
taakstraf is opgelegd voor een gelijksoortig strafbaar feit als waarvan de verdachte nu
verdacht wordt en deze eerder heeft uitgevoerd. Het verbod is ook van toepassing wanneer
de officier van justitie de tenuitvoerlegging van de taakstraf heeft bevolen omdat de
verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren heeft uitgevoerd5.
Effectiviteit
In het artikel van Wermink et al.6 worden er verschillende criminologische theorieën
besproken omtrent de onderbouwing van de effectiviteit van de werkstraf. Er is als eerste
sprake van de differentiële-associatietheorie, deze theorie stelt dat het plegen van
criminaliteit wordt veroorzaakt door middel van communicatie en interactie met anderen
die ongewenst gedrag goedkeuren. In de gevangenis kom je in aanmerking met
delinquenten die ongewenst gedrag goedkeuren waardoor je ongewenst gedrag aanleert.
De gevangenis kan worden gezien als een school voor criminaliteit. De werkstraf wordt
alleen en buiten de gevangenismuren uitgevoerd. Zelfs als het in een groep wordt
uitgevoerd, zal dit voor maar een aantal uur zijn. Je wordt dus korter blootgesteld aan
ongewenst gedrag, de werkstraf leidt zo tot een kleinere kans op recidive.
1
Wermink, H., Blokland, A., Nieuwbeerta, P. & Tollenaar, N. (2009). Recidive na werkstraffen en na gevangenisstraffen. Tijdschrift voor
Criminologie, 51, 211-227.
2
Taakstrafverbod: art. 22b Wetboek van Strafrecht.
3
HR 24 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2016:1408.
4
Ernstige wederspannigheid met letsel (art. 181 Sr), bezit kinderporno (art. 240b Sr.), verleiding minderjarige (art. 248a Sr.), ontucht met
minderjarige prostituee (art. 248b Sr), aanwezigheid bij seksuele exploitatie van een minderjarige (art. 248c Sr.), koppelarij (art. 250 Sr.).
5
Art. 22b lid 2 sub 2, Wetboek van Strafrecht.
6
Wermink, H., Blokland, A., Nieuwbeerta, P. & Tollenaar, N. (2009). Recidive na werkstraffen en na gevangenisstraffen. Tijdschrift voor
Criminologie, 51, 211-227.