§1.1
- Staat niks
§1.2 – Zuivere stoffen en mengsels
Een gouden sieraad is vaak niet van zuiver goud gemaakt.
Zuivere stoffen:
Een zuivere stof is één stof en heeft zijn eigen unieke combinatie van stofeigenschappen. Er zijn geen 2 verschillende
stoffen bekend met precies dezelfde stofeigenschappen. De meeste stoffen bestaan uit moleculen. Combinaties van
twee of meer atomen kunnen samen moleculen vormen. Dus er zijn heel veel combinaties mogelijk. Als de
bouwstenen van een zuivere stof uit één soort atomen bestaat noem je het een element. Bestaan de bouwstenen
uit verschillende atomen dan noemen we het een verbinding.
Mengsels:
Een mengsel bestaat uit twee of meer stoffen, dus ook uit twee of meer soorten bouwstenen. Een zuivere stof heeft
een smeltpunt en een kookpunt. Een mengsel heeft een smelttraject en een kooktraject.
Verschillende soorten mengsels:
Een oplossing is een mengsel van vloeistoffen en vaste stoffen waarvan de bouwstenen volledig zijn gemengd.
Een suspensie bestaat uit korreltjes van een vaste stof die zweven in een vloeistof.
Een emulsie bestaat uit kleine druppels van een vloeistof die zweven in een andere vloeistof.
Hydrofiele stoffen mengen meestal goed met water
Hydrofobe stoffen mengen niet goed met water
Emulgator:
Een emulgatormolecuul heeft een hydrofobe staart en een hydrofiele kop. Je gebruikt een emulgator om ervoor te
zorgen dat een emulsie niet ontmengt.
§1.3 – scheidingsmethoden
Scheiden van mengsels:
Filtreren: verschil in deeltjesgrootte bij een suspensie
Centrifugeren: verschil in grootte en dichtheid.
Indampen: verschil in kookpunt
Destilleren: verdampen > opvangen
Extraheren: verschil in oplossen, + oplosmiddel
Absorberen: absorptie verschil, koolstof.
Chromatografie: absorptievermogen, oplosbaarheid.