Geschiedenis, hoofdstuk 2 en 3 | Mirte Mulder
Prehistorie en oudheid, kenmerkende aspecten
Nummer 1
De levenswijze van jager-verzamelaars
De enige bronnen die zijn gevonden uit de periode van jagers en verzamelaars zijn ongeschreven en
primair.
Ongeschreven: geen schrift gebruikt, want die was toen nog niet uitgevonden.
Primair:
Uit de tijd zelf
Uit ‘eerste hand’, dus mensen die erbij zijn geweest.
Middel van bestaan (manier om in leven te blijven): Jagen en verzamelen.
Samenlevingstype (bevolking die sociaal geheel vormt): Samenleving van jager-verzamelaars
Samenleving van jagers-verzamelaars:
Economie: Wat zijn de middelen van bestaan?
Jagen en verzamelen
Politiek: Hoe wordt de samenleving bestuurd?
Kleine nomadische groepen, dus geen georganiseerd bestuur.
Sociaal: Hoe zijn de verhoudingen in de bevolking?
Weinig sociale verschillen, want ze leefde in kleine groepen.
Strikte rolverdeling tussen man en vrouw.
Cultuur: Wat denken en voelen de mensen en hoe uiten zij dit?
Magische jacht- en vruchtbaarheidsrituelen en grafgiften, dus ze geloofden misschien in
leven na de dood.
Nummer 2
Het ontstaan van landbouw
± 11.000 v. Chr: begin Neolithische revolutie in de vruchtbare halvemaan.
Neolitisch is een ander woord voor nieuwe steentijd.
Landbouw (agragrisch):
Akkerbouw
Veeteelt
Ontwikkeling van de middelen van bestaan in de vruchtbare halvemaan:
Jagen en verzamelen: … tot ± 9.000 v. Chr.
Landbouw: ± 10.000 v. Chr. tot …
Het jagen en verzamelen en de landbouw overlapten dus voor een lange periode.
Landbouwsamenleving/ agrarische samenleving:
Economie: Landbouw (akkerbouw en veeteelt)
Politiek: Dorpen werden waarschijnlijk bestuurd door dorpsoudsten en priesters.
Sociaal: Sedentaire revolutie (vaste woonplaats)
Toename van sociale verschillen + strikte rolverdeling tussen man en vrouw.
Cultuur: Magische rituelen
Veel uitvindingen (eerste kalender en het eerste schrift)
, Geschiedenis, hoofdstuk 2 en 3 | Mirte Mulder
De landbouw verspreidden zich rond dezelfde periode, maar het is onwaarschijnlijk dat mensen
daarover hebben gecommuniceerd.
Nummer 3
De eerste steden
Vanaf 10.000 v. Chr. begint de Neolitische revolutie in de vruchtbare halve maan.
Gevolgen:
Zelf planten van zaden (akkerbouw)
Houden van vee (veteelt)
Nieuwe uitvindingen
Gevolgen:
Verhoging voedselproductie
Ontstaan ambachten
Gevolgen:
Groei van dorpen
Ontstaan handel
Gevolgen:
Ontstaan steden
Ontwikkeling van de middelen van bestaan in de vruchtbare halve maan:
Naast het jagen en verzamelen + de landbouw (kenmerkend aspect 2) kwamen er later nog meer
middelen van bestaan bij, dit zijn
Ambacht: ± 9.000 v. Chr. tot …
Handel: ±8.500 v. Chr. tot …
Stedelijke beschaving in Mesopotamië:
Economie: Landbouw (akkerbouw en veeteelt), ambachten en handel.
Politiek: Steden werden bestuurd door koning en priesters. + Steden groeiden uit to rijken
(stadstaten).
Sociaal: Grote groepen (gemiddeld 10.000 mensen). + Sociale verschillen: hiërarchische
opbouw van de samenleving in sociale klassen.
Cultuur: Polytheïstische godsdienst. + Magische rituelen in tempels. + Veel uitvindingen.
Stedelijke beschaving in Egypte:
Economie: Landbouw (akkerbouw en veeteelt), ambachten en handel.
Politiek: Steden werden bestuurd door koning en priesters. + Boven- en beneden-Egypte
vormen een natiestaat met farao als leider.
Sociaal: Grote groepen (gemiddeld 10.000 mensen). + Sociale verschillen: hiërarchische
opbouw van de samenleving in sociale klassen.
Cultuur: Polytheïstische godsdienst (Monotheïsme van 1353-1336 v. Chr.). + Magische
rituelen in tempels + veel uitvindingen.
Nummer 4
De Griekse stadstaat
Vanaf 850 v. Chr: opkomst Griekse stadstaten.
Stadstaat (polis):
‘Stad’ met omringend platteland
Klein in oppervlakte en inwonersaantal
Autarkisch zelfvoorzienend
Prehistorie en oudheid, kenmerkende aspecten
Nummer 1
De levenswijze van jager-verzamelaars
De enige bronnen die zijn gevonden uit de periode van jagers en verzamelaars zijn ongeschreven en
primair.
Ongeschreven: geen schrift gebruikt, want die was toen nog niet uitgevonden.
Primair:
Uit de tijd zelf
Uit ‘eerste hand’, dus mensen die erbij zijn geweest.
Middel van bestaan (manier om in leven te blijven): Jagen en verzamelen.
Samenlevingstype (bevolking die sociaal geheel vormt): Samenleving van jager-verzamelaars
Samenleving van jagers-verzamelaars:
Economie: Wat zijn de middelen van bestaan?
Jagen en verzamelen
Politiek: Hoe wordt de samenleving bestuurd?
Kleine nomadische groepen, dus geen georganiseerd bestuur.
Sociaal: Hoe zijn de verhoudingen in de bevolking?
Weinig sociale verschillen, want ze leefde in kleine groepen.
Strikte rolverdeling tussen man en vrouw.
Cultuur: Wat denken en voelen de mensen en hoe uiten zij dit?
Magische jacht- en vruchtbaarheidsrituelen en grafgiften, dus ze geloofden misschien in
leven na de dood.
Nummer 2
Het ontstaan van landbouw
± 11.000 v. Chr: begin Neolithische revolutie in de vruchtbare halvemaan.
Neolitisch is een ander woord voor nieuwe steentijd.
Landbouw (agragrisch):
Akkerbouw
Veeteelt
Ontwikkeling van de middelen van bestaan in de vruchtbare halvemaan:
Jagen en verzamelen: … tot ± 9.000 v. Chr.
Landbouw: ± 10.000 v. Chr. tot …
Het jagen en verzamelen en de landbouw overlapten dus voor een lange periode.
Landbouwsamenleving/ agrarische samenleving:
Economie: Landbouw (akkerbouw en veeteelt)
Politiek: Dorpen werden waarschijnlijk bestuurd door dorpsoudsten en priesters.
Sociaal: Sedentaire revolutie (vaste woonplaats)
Toename van sociale verschillen + strikte rolverdeling tussen man en vrouw.
Cultuur: Magische rituelen
Veel uitvindingen (eerste kalender en het eerste schrift)
, Geschiedenis, hoofdstuk 2 en 3 | Mirte Mulder
De landbouw verspreidden zich rond dezelfde periode, maar het is onwaarschijnlijk dat mensen
daarover hebben gecommuniceerd.
Nummer 3
De eerste steden
Vanaf 10.000 v. Chr. begint de Neolitische revolutie in de vruchtbare halve maan.
Gevolgen:
Zelf planten van zaden (akkerbouw)
Houden van vee (veteelt)
Nieuwe uitvindingen
Gevolgen:
Verhoging voedselproductie
Ontstaan ambachten
Gevolgen:
Groei van dorpen
Ontstaan handel
Gevolgen:
Ontstaan steden
Ontwikkeling van de middelen van bestaan in de vruchtbare halve maan:
Naast het jagen en verzamelen + de landbouw (kenmerkend aspect 2) kwamen er later nog meer
middelen van bestaan bij, dit zijn
Ambacht: ± 9.000 v. Chr. tot …
Handel: ±8.500 v. Chr. tot …
Stedelijke beschaving in Mesopotamië:
Economie: Landbouw (akkerbouw en veeteelt), ambachten en handel.
Politiek: Steden werden bestuurd door koning en priesters. + Steden groeiden uit to rijken
(stadstaten).
Sociaal: Grote groepen (gemiddeld 10.000 mensen). + Sociale verschillen: hiërarchische
opbouw van de samenleving in sociale klassen.
Cultuur: Polytheïstische godsdienst. + Magische rituelen in tempels. + Veel uitvindingen.
Stedelijke beschaving in Egypte:
Economie: Landbouw (akkerbouw en veeteelt), ambachten en handel.
Politiek: Steden werden bestuurd door koning en priesters. + Boven- en beneden-Egypte
vormen een natiestaat met farao als leider.
Sociaal: Grote groepen (gemiddeld 10.000 mensen). + Sociale verschillen: hiërarchische
opbouw van de samenleving in sociale klassen.
Cultuur: Polytheïstische godsdienst (Monotheïsme van 1353-1336 v. Chr.). + Magische
rituelen in tempels + veel uitvindingen.
Nummer 4
De Griekse stadstaat
Vanaf 850 v. Chr: opkomst Griekse stadstaten.
Stadstaat (polis):
‘Stad’ met omringend platteland
Klein in oppervlakte en inwonersaantal
Autarkisch zelfvoorzienend