Spaanse klok (la hora):
In het Spaans zijn er een aantal regels die je moet weten om klok te kunnen
kijken:
- Als het tussen de 1 en 29 minuten na een uur zegt benoem je eerst het
uur, dan y en dan het aantal minuten (bijvoorbeeld son las dos y ocho, het
is 8 over 2.
- Als het een half uur na een uur is benoem je het uur en dan y media
(bijvoorbeeld son las ocho y media, het is een half uur na 8 oftewel half 9).
- Als het tussen de 31 en 59 minuten na een uur is gebruik je het woord
menos. Als het 16 voor 8 is zeg je son las ocho menos dieciseis.
- Om het uur aan te geven gebruik je of son las of es la. Je gebruikt alleen es
la als het hele uur waar je naar kijkt een uur is.
- Als het precies het hele uur is zeg je son las (het uur) en punto, je kan het
ook zeggen zonder en punto, maar het is netter om te zeggen en punto.
- Je kunt net als in het Nederlands ook zeggen het is middag. Dan zeg je Es
en dan het dagdeel.
- Je zegt nooit een getal na 12 uur in getallen per uur dus stel het is 20.00 (8
uur ’s avonds) zeg je Son las ocho de la tarde. Je zegt daarna dus het
dagdeel.
Belangrijke zinnen en vragen die te maken hebben met de klok:
Qué hora es? – Hoe laat is het?
Tiene(s) la hora? – Heb je / Heeft U tijd?
Es medianoche – Het is middernacht
Por (bijvoorbeeld la tarde) – ’s Middags, kan ook met de andere dagdelen
A las dos – Om twee uur
Dagdelen:
De la madrugada In de vroege ochtend 4.00 – 7.00
De la mañana In de ochtend 7.00 – 12.00
Del mediodía In de (voor) middag 12.00 – 14.00
De la tarde In de middag 14.00 – 21.00
De la noche In de avond / nacht 21.00 – 4.00
In het Spaans zijn er een aantal regels die je moet weten om klok te kunnen
kijken:
- Als het tussen de 1 en 29 minuten na een uur zegt benoem je eerst het
uur, dan y en dan het aantal minuten (bijvoorbeeld son las dos y ocho, het
is 8 over 2.
- Als het een half uur na een uur is benoem je het uur en dan y media
(bijvoorbeeld son las ocho y media, het is een half uur na 8 oftewel half 9).
- Als het tussen de 31 en 59 minuten na een uur is gebruik je het woord
menos. Als het 16 voor 8 is zeg je son las ocho menos dieciseis.
- Om het uur aan te geven gebruik je of son las of es la. Je gebruikt alleen es
la als het hele uur waar je naar kijkt een uur is.
- Als het precies het hele uur is zeg je son las (het uur) en punto, je kan het
ook zeggen zonder en punto, maar het is netter om te zeggen en punto.
- Je kunt net als in het Nederlands ook zeggen het is middag. Dan zeg je Es
en dan het dagdeel.
- Je zegt nooit een getal na 12 uur in getallen per uur dus stel het is 20.00 (8
uur ’s avonds) zeg je Son las ocho de la tarde. Je zegt daarna dus het
dagdeel.
Belangrijke zinnen en vragen die te maken hebben met de klok:
Qué hora es? – Hoe laat is het?
Tiene(s) la hora? – Heb je / Heeft U tijd?
Es medianoche – Het is middernacht
Por (bijvoorbeeld la tarde) – ’s Middags, kan ook met de andere dagdelen
A las dos – Om twee uur
Dagdelen:
De la madrugada In de vroege ochtend 4.00 – 7.00
De la mañana In de ochtend 7.00 – 12.00
Del mediodía In de (voor) middag 12.00 – 14.00
De la tarde In de middag 14.00 – 21.00
De la noche In de avond / nacht 21.00 – 4.00