Een basis voor hulpverlening
Prof. dr. G. Lang en prof. dr. H.T. van der Molen
1 Inleiding
1.1 Doel van dit boek
Het eerste doel van dit boek is een bijdragen leveren aan het inzicht in de
processen die een rol spelen bij het voeren van hulpverleningsgesprekken.
Het tweede doel van dit boek is het zo nauwkeurig mogelijk beschrijven van
concrete vaardigheden die men nodig heeft om iemand met persoonlijke
problemen te helpen.
1.2 Opbouw van dit boek
Hier wordt een overzicht gegeven van wat er in de hoofdstukken en paragrafen
aan de orde komt.
1.3 Terreinafbakening
Dit boek is oorspronkelijk bedoeld voor hulpverleners in opleiding. Het wordt
echter ook gebruikt in trainingen voor her- en nascholing.
Dit boek is geschreven voor hulpvragers die in een toestand zijn waarin ze nog
verantwoordelijkheid kunnen dragen voor hun eigen daden.
Dit boek is geschreven voor tweegesprekken, een situatie waarin de hulpvrager
zich tot de hulpverlener wendt.
2 De gezindheid van de hulpverlener
2.1 Inleiding
Er zijn een aantal lastige vragen te stellen bij de methode van gespreksvoering.
Ten eerste is dat de vraag hoe we met een ander willen omgaan. Ten tweede is er
de vraag met welke methoden en technieken we willen werken. Ten derde de
vraag in wat voor situatie de cliënt en hulpverlener zich ten opzichte van elkaar
bevinden.
Om deze vragen te kunnen beantwoorden, moet de hulpverlener een bepaald
standpunt innemen. Dit standpunt laat zich niet objectief bepalen, maar is
subjectief.
2.2 De gezindheid van de naaste
Juist voor naasten in letterlijke zin (familie, vrienden) is het soms moeilijk om te
helpen bij persoonlijke problemen. Zij kunnen namelijk grote belangen hebben
die in de weg staan bij het helpen van de ander. Ook voor de personen met
problemen geldt dit, hij zal rekening houden met hen en kan daardoor soms niet
vrijuit praten.
2.3 De gezindheid van de hulpverlener
Er kunnen twee typen hulpverleners onderscheiden worden:
Het diagnose-recept gesprek
Er i en algemene norm voor zelfstandig handelen
Psychologe is veelwetende deskundige die de onwetende cliënt onderzoekt
Psychologe heeft niet de belangen die de directe naasten hebben, maar
wel andere belangen: deskundig lijken
, Het gevaar hiervan is dat het leidt tot doelgerichte en eenvoudige aanpak van
problemen.
Het samenwerkingsmodel
De cliënt moet zelf een oplossing kiezen
Cliënt zelf laten nadenken over problemen
Doel psychologe: beter inzicht krijgen in de gevoels-, denk- en leefwereld
van de cliënt
Belang cliënt: als mondig persoon behandeld worden
Belang hulpverlener: minder belang dan de naasten, deskundigheden
waarmaken door methoden toe te assen die de cliënt helpen een oplossing
te vinden
2.4 De geraffineerde hulpverlener
De hulpverlener is zeer actief en geconcentreerd bezig op allerlei fronten, maar
lijkt aan de buitenkant zo ‘rustig’ dat de cliënt er weinig van merkt. De raffiniteit
van de hulpverleners is de zuiverheid en verfijning in de beroepsuitoefening ten
gunste van de cliënt.
3 De cliëntgerichte benadering
3.1 Inleiding
Een deskundige heeft theoretische kennis nodig die hem in staat stelt
verantwoord en systematisch te werken. Drie voorwaarden voor
persoonlijkheidstheorieën en methoden van hulpverlening.
1. concreet inzicht bieden in het functioneren van mensen
2. Duidelijk maken hoe persoonlijke problemen kunnen ontstaan
3. Relatief eenvoudige richtlijnen bieden om de problemen van de cliënt te
verminderen
De theorie moet de cliënt zoveel mogelijk activeren bij het zelf zoeken naar
oplossingen, dit is een cliëntgerichte benadering. De persoon staat daarin
centraal als uniek individu, met zijn kenmerkende eigenschappen en eigen wijze
van denken en voelen. Rogers is de belangrijkste vertegenwoordiger en
vormgever hiervan.
3.2 De theorie van Rogers
Zelfactualisering
Rogers legt de nadruk op een self-actualizing tendency. Het individu ontwikkelt
zijn identiteit in een optimale vorm. Het gaat hier om een proces van steeds
verdergaande ontwikkeling en verfijning van in aanleg gegeven mogelijkheden.
Dit proces wordt bepaald door de kwaliteit van experiencing, het belevings- en
ervaringsproces. Die kwaliteit wordt in grote mate bepaald door de omgeving.
Onvoorwaardelijke acceptatie
Unconditional positive regard is de onvoorwaardelijke positieve aandacht en zorg
die een persoon krijgt van belangrijke personen uit zijn omgeving. Dit is van
essentieel belang om te komen tot een optimale vorm van experiencing.
Hoe ontstaan problemen?
Van conditional regard is sprake wanneer de omgeving de persoon niet meer
accepteert om zichzelf, maar de acceptatie afhankelijk maakt van bepaald