Hoofdstuk 1. Algemene inleiding
Definitie economie: sociale wetenschap die het menselijk streven naar
welvaart tot voorwerp heeft in zoverre er beperkt voorradige middelen nodig
zijn.
Een schaars product = een product waar tijd of productie voor opgeofferd
moeten worden.
Concretere definitie: de verdeling van schaarse goederen of diensten en de
wetten die een rol spelen bij die verdeling.
Economische organisatievormen:
Centraal geleide of planeconomie → communisme, alleen de staat kan
goederen en diensten aanbieden.
Vrijemarkteconomie of kapitalisme → ondernemingen zelf, en niet de
overheid bepalen vraag en aanbod.
Gemengde economie → wat we nu hebben in ontwikkelde landen, de markt is
relatief vrij, maar de overheid houdt er wel oog op en er zijn wetten.
Twee deelterreinen economie
1. Algemene economie (AE): bestudeert de economie in samenhang met de
maatschappij.
2. Bedrijfseconomie (BE): bestudeert de bedrijfshuishouding en de relaties
tussen bedrijven (onderdeel van de micro-economie). Wat is de financiële
toestand van organisaties?
Verschillende specialisaties / deelgebieden per deelterrein
Algemene economie, deelgebieden:
– Macro-economie: studie van geaggregeerde grootheden in een land, zoals:
* nationaal inkomen,
* werkgelegenheid,
* consumptie,
* investeringen,
* overheidsbestedingen
Er wordt gekeken hoe deze grootheden zich in het verleden hebben ontwikkeld,
en hoe ze zich in de toekomst zullen ontwikkelen.
– Meso-economie: studie van economische processen van een bedrijfstak of
markt (Bv: de energiemarkt)
– Micro-economie: studie gedragingen van individuele economische spelers
(Bv: gezinnen en bedrijven), vraag en aanbod staan centraal.
– Internationale economische betrekkingen: studie van internationale
goederen- en dienstenstromen (reële sfeer) en de geldstromen tussen de
landen (monetaire sfeer) (import, export, wisselkoers)
– Openbare financiën: studie van de inkomsten en de uitgaven van de
overheid, de effecten van belastingen en overheidsuitgaven worden in kaart
gebracht.
1
,– Monetaire economie: bestudeert de rol van banken, rente etc.
Bedrijfseconomie, onderwerpen en deelonderwerpen
– Centrale onderwerpen binnen BE:
1. De interne bedrijfshuishouding: ‘de boekhouding’ op orde
– Financiële huishouding: Jaarrekening, omvat balans, winst- en verliesrekening
en eventueel kassstroomoverzicht (cashflow)
– Goederenhuishouding: logistieke en centrale rol
– Personele huishouding: personele invulling
2. De relaties van het bedrijf met zijn omgeving:
– Geldstromen n.a.v. transacties met klanten en leveranciers:
kasstroombeheer
– Financieren van bedrijfsprocessen: vermogensmarkt
In lijn hiermee: management control: controleren en bijsturen van
bedrijfsprocessen zodat organisatiedoelen gerealiseerd worden. Extern worden
kansen en bedreigingen vastgesteld, en intern worden zwakke en sterke
punten bepaald, hier wordt op ingespeeld en zo worden kansen benut en
bedreigingen omzeild.
– Deelterreinen binnen BE:
*Financiering
* Management accounting of interne verslaggeving
* Cost accounting
* Financial accounting of externe verslaggeving
Economische kringloop
Simpele
2
,bedrijfskolom
3
, Integratie is het toevoegen van een vorige of volgende stap in de
bedrijfskolom aan het eigen bedrijfsproces.
Differentiatie is het tegengestelde van integratie.
Parallellisatie: Een onderneming is actief in verschillende bedrijfskolommen.
4