Hoofdstuk 1 – Wat is Kwalitatief Onderzoek?
Soorten Kwalitatief Onderzoek
Observeren
Observeren is een kwalitatieve techniek waarbij de onderzoeker aanwezig is in een sociale omgeving
om deze te bestuderen. In “veldnota’s” wordt opgeschreven wat de onderzoeker ziet, hoort en
meemaakt.
Diepte-interviews
Een diepte-interview is een kwalitatieve techniek waarbij respondenten langdurig en diepgaand
worden geïnterviewd. Het leven van de respondent staat centraal.
Focusgroepen
Een focusgroep is een kwalitatieve techniek waarbij meerdere respondenten met elkaar, onder
leiding van de moderator, discussiëren over een bepaald onderwerp. De interactie tussen de
deelnemers is essentieel.
Casestudies
Een casestudie is een kwalitatieve techniek waarbij een specifiek onderwerp (de case), zoals een
persoon, groep, plaats, gebeurtenis of fenomeen in de diepte bestudeerd wordt. Dit wordt
bestudeerd in de natuurlijke setting*.
Onderdelen van kwalitatief Onderzoek
Definitie
In kwalitatief onderzoek staat de interpretatieve wijze hoe de onderzoeker naar de wereld kijkt
centraal. Bovendien staat de natuurlijke, dagelijkse omgeving centraal. De onderzoeker gaat op zoek
naar processen van betekenisgeving.
Bij kwalitatief onderzoek wordt vaak teruggegrepen naar een combinatie van onderzoekstechnieken
Kenmerken
Vraagstelling & doel:
- Complexe thema’s
- Sociale processen
- Dagelijkse werkelijkheid staat centraal. Niet de onderzoeker, maar de onderzochte staat
centraal.
- Deductieve perspectief
o Onderzoeker gaat studieobject tegemoet met een vooraf bepaald schema, afgeleid
uit voorgaande resultaten.
- Inductief perspectief
o Onderzoeker zoekt schema bij de onderzochten zelf.
Onderzoeksdesign is:
- Flexibel. Op voorhand ligt niet te veel vast.
- In een natuurlijke setting*
- Gericht op holistisch** begrijpen context
* Een natuurlijke omgeving is een setting zoals die in het normale leven voorkomt. Dus geen
gecreëerde setting door de onderzoeker.
** Holistisch begrijpen is het op een systematische, alomvattende en geïntegreerde manier te
begrijpen
,Dataverzamelingsmethode:
- Breed scala aan verzamelingsmethoden
- Meerdere methoden in één onderzoek, maar vaak wel één methode dominant.
- Gebruik methoden is flexibel
- Langdurig en/of intens contact met het veld
Analyse:
- Op basis van tekst i.p.v. cijfers
- Doel is betekenis achterhalen
- Processen staan centraal
- In diepte begrijpen van de context.
- Niet representatief voor grote populaties.
Rapportering:
- Onderzochten betrokken bij resultaten. Worden bijvoorbeeld om feedback gevraagd.
- Rapportage geeft gehele context weer
- Invloed onderzoeker expliciet benoemd
- In tegenstelling tot kwantitatieve rapportering, wil je een uitgebreide beschrijving geven
i.p.v. compacte weergave.
, Hoofdstuk 3 – Paradigma’s in het Kwalitatief Onderzoek
Paradigma’s
In kwalitatief onderzoek is sprake van verschillende paradigma’s. Paradigma’s zijn stelsels van
modellen en theorieën het denkkader vormt, van waaruit de werkelijkheid beschreven wordt.
In kwalitatief onderzoek wordt onderscheid gemaakt tussen de paradigma’s: Ontologie,
Epistemologie & Methodologie.
Ontologie
Hoe ziet de realiteit eruit? Wat is de realiteit? Bestaat er een realiteit los van de mens?
Binnen dit paradigma bestaan twee benaderingen die in elkaar overlopen als een continuüm.
Objectivistische benadering
De wereld bestaat buiten de mens en op een objectieve wijze (door de wetenschap).
Subjectivistische benadering
Betwijfelt het reële bestaan. Realiteit is enkel de projectie van de menselijke verbeelding.
Epistemologie
Hoe is kennis over die realiteit mogelijk? Wat is de relatie tussen kennis en de kenner?
Binnen dit paradigma bestaan twee benaderingen die in elkaar overlopen als een continuüm.
Positivistische benadering
Kwantitatieve benadering, onderzoeker oefent geen invloed uit op hetgene wat hij probeert
te verklaren. “Erklahren”
Interpretatieve benadering
Kwalitatieve benadering, interpretatie van de onderzoeker speelt een rol in hetgene wat hij
probeert te begrijpen. “Verstehen”
Methodologie
Manier waarop de onderzoeker iets te weten komt.
Positivisme & Postpositivisme
Positivisme
Ontologie: Realiteit bestaat en is onderhevig aan natuurwetten.
Epistemologie: Objectivistisch en dualistisch (scheiding tussen mens & onderzoeksobject)
Methodologie: Hypothese formuleren en empirisch testen
In de huidige wetenschap is de strikte positivistische benadering veroudert. Hedendaags is dit
geëvolueerd naar een postpositivistische benadering.
Postpositivisme
Ontologie: Men gaat hierbij nog steeds uit van een realiteit los van de mens. Echter, deze is
slechts gedeeltelijk kenbaar omwille van imperfecte menselijke waarnemings-
instrumenten.
Soorten Kwalitatief Onderzoek
Observeren
Observeren is een kwalitatieve techniek waarbij de onderzoeker aanwezig is in een sociale omgeving
om deze te bestuderen. In “veldnota’s” wordt opgeschreven wat de onderzoeker ziet, hoort en
meemaakt.
Diepte-interviews
Een diepte-interview is een kwalitatieve techniek waarbij respondenten langdurig en diepgaand
worden geïnterviewd. Het leven van de respondent staat centraal.
Focusgroepen
Een focusgroep is een kwalitatieve techniek waarbij meerdere respondenten met elkaar, onder
leiding van de moderator, discussiëren over een bepaald onderwerp. De interactie tussen de
deelnemers is essentieel.
Casestudies
Een casestudie is een kwalitatieve techniek waarbij een specifiek onderwerp (de case), zoals een
persoon, groep, plaats, gebeurtenis of fenomeen in de diepte bestudeerd wordt. Dit wordt
bestudeerd in de natuurlijke setting*.
Onderdelen van kwalitatief Onderzoek
Definitie
In kwalitatief onderzoek staat de interpretatieve wijze hoe de onderzoeker naar de wereld kijkt
centraal. Bovendien staat de natuurlijke, dagelijkse omgeving centraal. De onderzoeker gaat op zoek
naar processen van betekenisgeving.
Bij kwalitatief onderzoek wordt vaak teruggegrepen naar een combinatie van onderzoekstechnieken
Kenmerken
Vraagstelling & doel:
- Complexe thema’s
- Sociale processen
- Dagelijkse werkelijkheid staat centraal. Niet de onderzoeker, maar de onderzochte staat
centraal.
- Deductieve perspectief
o Onderzoeker gaat studieobject tegemoet met een vooraf bepaald schema, afgeleid
uit voorgaande resultaten.
- Inductief perspectief
o Onderzoeker zoekt schema bij de onderzochten zelf.
Onderzoeksdesign is:
- Flexibel. Op voorhand ligt niet te veel vast.
- In een natuurlijke setting*
- Gericht op holistisch** begrijpen context
* Een natuurlijke omgeving is een setting zoals die in het normale leven voorkomt. Dus geen
gecreëerde setting door de onderzoeker.
** Holistisch begrijpen is het op een systematische, alomvattende en geïntegreerde manier te
begrijpen
,Dataverzamelingsmethode:
- Breed scala aan verzamelingsmethoden
- Meerdere methoden in één onderzoek, maar vaak wel één methode dominant.
- Gebruik methoden is flexibel
- Langdurig en/of intens contact met het veld
Analyse:
- Op basis van tekst i.p.v. cijfers
- Doel is betekenis achterhalen
- Processen staan centraal
- In diepte begrijpen van de context.
- Niet representatief voor grote populaties.
Rapportering:
- Onderzochten betrokken bij resultaten. Worden bijvoorbeeld om feedback gevraagd.
- Rapportage geeft gehele context weer
- Invloed onderzoeker expliciet benoemd
- In tegenstelling tot kwantitatieve rapportering, wil je een uitgebreide beschrijving geven
i.p.v. compacte weergave.
, Hoofdstuk 3 – Paradigma’s in het Kwalitatief Onderzoek
Paradigma’s
In kwalitatief onderzoek is sprake van verschillende paradigma’s. Paradigma’s zijn stelsels van
modellen en theorieën het denkkader vormt, van waaruit de werkelijkheid beschreven wordt.
In kwalitatief onderzoek wordt onderscheid gemaakt tussen de paradigma’s: Ontologie,
Epistemologie & Methodologie.
Ontologie
Hoe ziet de realiteit eruit? Wat is de realiteit? Bestaat er een realiteit los van de mens?
Binnen dit paradigma bestaan twee benaderingen die in elkaar overlopen als een continuüm.
Objectivistische benadering
De wereld bestaat buiten de mens en op een objectieve wijze (door de wetenschap).
Subjectivistische benadering
Betwijfelt het reële bestaan. Realiteit is enkel de projectie van de menselijke verbeelding.
Epistemologie
Hoe is kennis over die realiteit mogelijk? Wat is de relatie tussen kennis en de kenner?
Binnen dit paradigma bestaan twee benaderingen die in elkaar overlopen als een continuüm.
Positivistische benadering
Kwantitatieve benadering, onderzoeker oefent geen invloed uit op hetgene wat hij probeert
te verklaren. “Erklahren”
Interpretatieve benadering
Kwalitatieve benadering, interpretatie van de onderzoeker speelt een rol in hetgene wat hij
probeert te begrijpen. “Verstehen”
Methodologie
Manier waarop de onderzoeker iets te weten komt.
Positivisme & Postpositivisme
Positivisme
Ontologie: Realiteit bestaat en is onderhevig aan natuurwetten.
Epistemologie: Objectivistisch en dualistisch (scheiding tussen mens & onderzoeksobject)
Methodologie: Hypothese formuleren en empirisch testen
In de huidige wetenschap is de strikte positivistische benadering veroudert. Hedendaags is dit
geëvolueerd naar een postpositivistische benadering.
Postpositivisme
Ontologie: Men gaat hierbij nog steeds uit van een realiteit los van de mens. Echter, deze is
slechts gedeeltelijk kenbaar omwille van imperfecte menselijke waarnemings-
instrumenten.