Opgaven lesweek 8 boek Convoy
6.1
Volgens de regels van welke boxen worden
inkomsten
uit aandelen belast?
A. box 1 of 2
B. box 2 of 3
C. box 1 of 3
D. box 1, box 2 of box 3
6.2
Leo heeft 10% belang in een vennootschap in het buitenland. Hoe wordt dit in de
belastingheffing betrokken?
A. Niet, want vennootschap is in het buitenland gevestigd
B. In box 2, want plaats van belastingheffing maakt voor box 2 niet uit omdat Leo
binnenlands belastingplichtig is.
C. In box 2, want de betreffende vennootschap is naar Nederlands recht opgericht.
D. In box 3, want de vennootschap is niet in Nederland gevestigd
6.4
Karel is geregistreerd partner van Hugo. Hugo heeft 2% van het aandelenkapitaal van Markus
bv. De vader van Karel bezit 10% van het aandelenkapitaal van Markus bv. De zus van Hugo
bezit 1% van het aandelenkapitaal van Markus bv en de zus van Karel 3%.
Wie heeft een aanmerkelijk belang?
A. Alle hier bovengemelde personen.
B. Alleen Hugo en de vader van Karel.
C Alleen Karel, zijn zus en zijn vader
D. Alleen Hugo, de vader van Karel en de zus van Karel ogv meetrekregeling art 4.10]
bloedverw. in rechte lijn. Karel + zijn zus worden meegetrokken door de pa van karel.
Pa van Karel heeft ab ogv [art 4.6] namelijk >5%
6.5
Ron bezit 25% van de aandelen van Peters bv. 15% van de aandelen van Graan bv en 3%
van de aandelen van Tarwe bv. Graan bv bezit op haar beurt 25% van de aandelen van
peters bv en Tarwe bv bezit de resterende 50% van het aandelenkapitaal van Peters bv.
Het aanmerkelijk belang van Ron in Peters bv bedraagt:
A. 25%
B. 30,25%
C. 100%
D. 28,75%25% + (15% x 25%)
Tarwe bv niet meenemen want maar 3% in Tarwe bv. “Men dient dan wel een AB in de
holding te hebben!”
,Casus 6.1
a. ogv [art 4.3] worden genotsrechten gelijkgesteld aan aandelen die in aanmerking
komen voor een aanmerkelijk belang. Maria en haar echtgenoot worden fiscaal
aangemerkt als partners ogv [art 5a AWR]. Tezamen hebben Maria en haar
echtgenoot 7% van de aandelen. Dit wordt aangemerkt als een aanmerkelijk belang (>
5%) ogv [art 4.6 lid 1 sub a IB]
b. Dirk en Dora hebben geen aanmerkelijk belang, omdat ze onder de 5% aandelen
zitten. (Ze hebben tezamen namelijk slechts 3%).
[art 4.10] is niet van toepassing omdat niemand een AB heeft in lama bv.
c. Leon heeft een aanmerkelijk belang ogv [art 4.6 sub b] omdat hij een genotsrecht ogv
[art 4.3] heeft die
wel als aanmerkbare aandelen voor aanmerkelijk belang tellen. Het
vruchtgebruik wordt meegetrokken ogv de meesleepregeling [art 4.9 IB]. In casu: ab
van
d. Ze hebben samen 6% aan koopopties omdat ze fiscale partners zijn. Echter wordt een
koopoptie ogv [art 4.6 sub b] slechts aangemerkt wanneer het een koopoptie op
aandelen bevat. Echter is het een optie op winstbewijzen. Deze worden dus niet
aangemerkt als aanmerkelijk belang.
e. Voor de 6% van de aandelen die ze tezamen hebben ogv [art 5a AWR] worden ze
beiden aangemerkt als abhouder. Op 1 december 2013 zijn ze geen partners ogv [art
5a AWR] meer, omdat het huwelijk ontbonden word. John krijgt hierbij 2% van de
aandelen in Hark bv en Linda krijgt 4%. John’s vader heeft echter 94% van de
aandelen in hark bv. Ogv de meetrekregeling [art 4.10] is John dus nogsteeds een
abhouder. Bij Linda speelt [4.16 lid g] dus doorschuiven ogv [art 4.40 IB] vrijgesteld.
Je komt dan in [art 4.11] terecht… het is ogv dat artikel een fictief aanmerkelijk belang.
In casu: ze blijven beiden abhouder
* John kan voor die vervreemding van 1% beroep doen op [art 4.17 IB] niet belast in
kader van echtscheiding. Linda vervreemd niets..
Casus 6.2
a. De heer Boos heeft geen aanmerkelijk belang omdat hij slechts 4% van de aandelen
bezit in Boter bv. Hiernaast heeft hij nog een koopoptie van 4%. Echter gaat deze pas
meetellen op het moment dat de heer Boos al een aanmerkelijk belang bezit. Ieder
afzonderlijk dienen > 5% te zijn.
b. 4/200 gewone aandelen 5/40 preferente aandelen
Dit is samen 9/240 x 100% = 3,75% ogv [art 4.6 IB] geen aanmerkelijk belang.
Echter ogv [art 4.7 IB] heeft hij mbt tot de preferente aandelen een ab
(5/40 * 100% = 12,5%). De gewone aandelen worden meegetrokken ogv [art 4.9 IB]
(4/200 * 100% = 2%)
c. De kernvraag is hierbij sinds wanneer zijn ze fiscale partners?
In dit geval is het van belang dat er een notarieel samenlevingscontract is, wanneer 2
ongehuwden samenwonen en ingeschreven staan op hetzelfde adres. Ervan
uitgaande dat deze 2 personen dat niet hebben….
, Per 1 december 2013 worden ze aangemerkt als fiscale partners ogv [art 5a AWR].
⇒ ze treden in het huwelijk. Sindsdien zijn ze beiden abhouder.
d. Samen 13% aanmerkelijk belang ogv [art 4.9] de meesleepregeling.
De koopopties worden in aanmerking genomen voorzover er al sprake is van een ab
Er was al sprake van een ab.. Hans heeft immers 10% van de aandelen in zijn bezit.
De koopoptie van Theo zijnde 3% wordt er bij opgeteld. Koopoptie staat niet in [art 4.9
IB] echter worden deze aangemerkt als aandelen/winstbewijs ogv [art 4.4 IB]
e. Arjanne aangemerkt als abhouder omdat Arjanne 8% heeft van de aandelen en dit is
immers meer dan de 5%eis. Het feit dat ze buiten gemeenschap van goederen zijn
getrouwd, zorgt ervoor dat Ahmed geen ab heeft. Ahmed heeft namelijk geen
economisch belang hierin.
Casus 6.3
Er is een ab ogv [art 4.6 sub a] er is regulier voordeel ogv [art 4.12a]
Voordeel: 8% van €90.000 = €7.200,
aftrekbare kosten [art 4.15] 100.000 * 6% = €6.000,
(regulier voordeel) belast €1.200,
€1.200, x 22% belasting (box 2) = €264, belasting box 2 uit aanmerkelijk belang [art 4.13]
Opgaven lesweek 9 boek convoy
6.3
Vanilla koopt in 2010 10% van het aandelenkapitaal in Pesto bv voor €75.000.
Aan degene die bij de aankoop heeft bemiddeld, betaald zij 5% van het aankoopbedrag.
In 2013 wordt uit pesto bv €2000 bruto dividend aan Vanilla uitbetaald.
De zaken gaan toch minder dan verwacht en eind 2013 verkoopt zij haar aandelenpakket in
pesto bv voor €79.000. De bemiddelaar betaalt zij nu 1% van de verkoopprijs voor zijn
bemiddeling. Buiten de aandelen in Pesto bv bezit Vanilla verder geen aandelen meer.
Haar box 2 inkomen over 2013 bedraagt:
A. €6.000
B. €2.000
C. €1.460
D. €3.040
[art 4.12 sub b] overdr prijs [art 4.20] / verkrijgingsprijs [art 4.21]
€79.000 €790 = €78.210 verkoopprijs / €78.750 verkrijgingsprijs = €540, voordeel
€2000, div / negatief voordeel €540, = €1460,
,6.6
Silvester bezit 25% van het aandelenkapitaal in Tweety bv. Hij heeft deze aandelen per 1
Januari 2012 gekocht voor €1.000.000. Om deze aandelen te kunnen financieren heeft
Sylvester een lening gesloten ad €600.000. Het rentepercentage van deze lening is 6%. In
2012 is door Tweety bv €20.000 dividend uitgekeerd op de aandelen van Sylvester. In 2013
wordt op dit aandelenpakket €45.000 dividend betaald. Sylvester bezit verder geen aandelen
die tot een aanmerkelijk belang behoren. De lening wordt vanaf 1 januari 2014 afgelost.
Het belastbaar inkomen box 2 in 2013 bedraagt:
A. Nihill
B. €9.000
C. €36.000
D. €45.000
€45.000 / €36.000 (600.000 * 6%) = €9.000
Het verlies mag je meenemen van vorige jaren ogv [art 4.47 IB]
2012: 20.000 / 36.000 = / 16.000
€ 9,000 (2013)
/ €16.000 (2012)
nihill (/ €7.000) mag ogv [art 4.49 IB] 9 jaren vooruit, 1 jaar achteruit… dit is 1 jr vooruit
6.7
Kenda koopt in 2007 2% van het aandelenpakket van Lars bv voor €20.000. In 2008 koopt zij
1% erbij voor €12.000. In het jaar 2009 koopt zij 6% van het aandelenpakket van Lars bv voor
€72.000. In 2010 koopt zij nogmaals 3% van dit aandelenkapitaal, maar nu voor €45.000. In
2013 verkoopt zij 5% van het aandelenkapitaal van Lars bv voor €100.000.
Haar vervreemdingswinst bedraagt:
A. €25.000
B. €37.916
C. €36.250
D. €31.000
2008 2% €20.000 ⇒ geen AB ⇒ verkrijgingsprijs? nee
2009 1% €12.000 ⇒ geen AB ⇒ verkrijgingsprijs? nee
2010 6% €72.000 ⇒ AB ⇒ verkrijgingsprijs? ja ….[art 4.23]
2011 3% €45.000 ⇒ AB
2014 verkoop 5% €100.000 ⇒ AB
vervolg.. zie volgende blz
, Overdrachtsprijs / verkrijgingsprijs
€100.000 / (12750 x 5) = €36.250,
[art 4.21 lid 2] jo [art 4.23 IB stepupregeling]
12.000 x €9, = €108.000
2011: € 45.000
€153.000 verkrijgingsprijs voor alle aandelen (100%)
per stuk? 12% x €153.000 = €12.750
Tentamenniveau:
+ 2011 verkoop 5% €100.000
+ 2o12 kopen 1% €10.000
1) 12 % 5% = 7% ⇒ Verkrijgingsprijs per stuk €12.750
2) 1 % = €10.000
[art 4.21 lid 2]
(7x 12750) + (1x 10.000)
= €12.460,
8*
* 7% + 1%
6.1
Volgens de regels van welke boxen worden
inkomsten
uit aandelen belast?
A. box 1 of 2
B. box 2 of 3
C. box 1 of 3
D. box 1, box 2 of box 3
6.2
Leo heeft 10% belang in een vennootschap in het buitenland. Hoe wordt dit in de
belastingheffing betrokken?
A. Niet, want vennootschap is in het buitenland gevestigd
B. In box 2, want plaats van belastingheffing maakt voor box 2 niet uit omdat Leo
binnenlands belastingplichtig is.
C. In box 2, want de betreffende vennootschap is naar Nederlands recht opgericht.
D. In box 3, want de vennootschap is niet in Nederland gevestigd
6.4
Karel is geregistreerd partner van Hugo. Hugo heeft 2% van het aandelenkapitaal van Markus
bv. De vader van Karel bezit 10% van het aandelenkapitaal van Markus bv. De zus van Hugo
bezit 1% van het aandelenkapitaal van Markus bv en de zus van Karel 3%.
Wie heeft een aanmerkelijk belang?
A. Alle hier bovengemelde personen.
B. Alleen Hugo en de vader van Karel.
C Alleen Karel, zijn zus en zijn vader
D. Alleen Hugo, de vader van Karel en de zus van Karel ogv meetrekregeling art 4.10]
bloedverw. in rechte lijn. Karel + zijn zus worden meegetrokken door de pa van karel.
Pa van Karel heeft ab ogv [art 4.6] namelijk >5%
6.5
Ron bezit 25% van de aandelen van Peters bv. 15% van de aandelen van Graan bv en 3%
van de aandelen van Tarwe bv. Graan bv bezit op haar beurt 25% van de aandelen van
peters bv en Tarwe bv bezit de resterende 50% van het aandelenkapitaal van Peters bv.
Het aanmerkelijk belang van Ron in Peters bv bedraagt:
A. 25%
B. 30,25%
C. 100%
D. 28,75%25% + (15% x 25%)
Tarwe bv niet meenemen want maar 3% in Tarwe bv. “Men dient dan wel een AB in de
holding te hebben!”
,Casus 6.1
a. ogv [art 4.3] worden genotsrechten gelijkgesteld aan aandelen die in aanmerking
komen voor een aanmerkelijk belang. Maria en haar echtgenoot worden fiscaal
aangemerkt als partners ogv [art 5a AWR]. Tezamen hebben Maria en haar
echtgenoot 7% van de aandelen. Dit wordt aangemerkt als een aanmerkelijk belang (>
5%) ogv [art 4.6 lid 1 sub a IB]
b. Dirk en Dora hebben geen aanmerkelijk belang, omdat ze onder de 5% aandelen
zitten. (Ze hebben tezamen namelijk slechts 3%).
[art 4.10] is niet van toepassing omdat niemand een AB heeft in lama bv.
c. Leon heeft een aanmerkelijk belang ogv [art 4.6 sub b] omdat hij een genotsrecht ogv
[art 4.3] heeft die
wel als aanmerkbare aandelen voor aanmerkelijk belang tellen. Het
vruchtgebruik wordt meegetrokken ogv de meesleepregeling [art 4.9 IB]. In casu: ab
van
d. Ze hebben samen 6% aan koopopties omdat ze fiscale partners zijn. Echter wordt een
koopoptie ogv [art 4.6 sub b] slechts aangemerkt wanneer het een koopoptie op
aandelen bevat. Echter is het een optie op winstbewijzen. Deze worden dus niet
aangemerkt als aanmerkelijk belang.
e. Voor de 6% van de aandelen die ze tezamen hebben ogv [art 5a AWR] worden ze
beiden aangemerkt als abhouder. Op 1 december 2013 zijn ze geen partners ogv [art
5a AWR] meer, omdat het huwelijk ontbonden word. John krijgt hierbij 2% van de
aandelen in Hark bv en Linda krijgt 4%. John’s vader heeft echter 94% van de
aandelen in hark bv. Ogv de meetrekregeling [art 4.10] is John dus nogsteeds een
abhouder. Bij Linda speelt [4.16 lid g] dus doorschuiven ogv [art 4.40 IB] vrijgesteld.
Je komt dan in [art 4.11] terecht… het is ogv dat artikel een fictief aanmerkelijk belang.
In casu: ze blijven beiden abhouder
* John kan voor die vervreemding van 1% beroep doen op [art 4.17 IB] niet belast in
kader van echtscheiding. Linda vervreemd niets..
Casus 6.2
a. De heer Boos heeft geen aanmerkelijk belang omdat hij slechts 4% van de aandelen
bezit in Boter bv. Hiernaast heeft hij nog een koopoptie van 4%. Echter gaat deze pas
meetellen op het moment dat de heer Boos al een aanmerkelijk belang bezit. Ieder
afzonderlijk dienen > 5% te zijn.
b. 4/200 gewone aandelen 5/40 preferente aandelen
Dit is samen 9/240 x 100% = 3,75% ogv [art 4.6 IB] geen aanmerkelijk belang.
Echter ogv [art 4.7 IB] heeft hij mbt tot de preferente aandelen een ab
(5/40 * 100% = 12,5%). De gewone aandelen worden meegetrokken ogv [art 4.9 IB]
(4/200 * 100% = 2%)
c. De kernvraag is hierbij sinds wanneer zijn ze fiscale partners?
In dit geval is het van belang dat er een notarieel samenlevingscontract is, wanneer 2
ongehuwden samenwonen en ingeschreven staan op hetzelfde adres. Ervan
uitgaande dat deze 2 personen dat niet hebben….
, Per 1 december 2013 worden ze aangemerkt als fiscale partners ogv [art 5a AWR].
⇒ ze treden in het huwelijk. Sindsdien zijn ze beiden abhouder.
d. Samen 13% aanmerkelijk belang ogv [art 4.9] de meesleepregeling.
De koopopties worden in aanmerking genomen voorzover er al sprake is van een ab
Er was al sprake van een ab.. Hans heeft immers 10% van de aandelen in zijn bezit.
De koopoptie van Theo zijnde 3% wordt er bij opgeteld. Koopoptie staat niet in [art 4.9
IB] echter worden deze aangemerkt als aandelen/winstbewijs ogv [art 4.4 IB]
e. Arjanne aangemerkt als abhouder omdat Arjanne 8% heeft van de aandelen en dit is
immers meer dan de 5%eis. Het feit dat ze buiten gemeenschap van goederen zijn
getrouwd, zorgt ervoor dat Ahmed geen ab heeft. Ahmed heeft namelijk geen
economisch belang hierin.
Casus 6.3
Er is een ab ogv [art 4.6 sub a] er is regulier voordeel ogv [art 4.12a]
Voordeel: 8% van €90.000 = €7.200,
aftrekbare kosten [art 4.15] 100.000 * 6% = €6.000,
(regulier voordeel) belast €1.200,
€1.200, x 22% belasting (box 2) = €264, belasting box 2 uit aanmerkelijk belang [art 4.13]
Opgaven lesweek 9 boek convoy
6.3
Vanilla koopt in 2010 10% van het aandelenkapitaal in Pesto bv voor €75.000.
Aan degene die bij de aankoop heeft bemiddeld, betaald zij 5% van het aankoopbedrag.
In 2013 wordt uit pesto bv €2000 bruto dividend aan Vanilla uitbetaald.
De zaken gaan toch minder dan verwacht en eind 2013 verkoopt zij haar aandelenpakket in
pesto bv voor €79.000. De bemiddelaar betaalt zij nu 1% van de verkoopprijs voor zijn
bemiddeling. Buiten de aandelen in Pesto bv bezit Vanilla verder geen aandelen meer.
Haar box 2 inkomen over 2013 bedraagt:
A. €6.000
B. €2.000
C. €1.460
D. €3.040
[art 4.12 sub b] overdr prijs [art 4.20] / verkrijgingsprijs [art 4.21]
€79.000 €790 = €78.210 verkoopprijs / €78.750 verkrijgingsprijs = €540, voordeel
€2000, div / negatief voordeel €540, = €1460,
,6.6
Silvester bezit 25% van het aandelenkapitaal in Tweety bv. Hij heeft deze aandelen per 1
Januari 2012 gekocht voor €1.000.000. Om deze aandelen te kunnen financieren heeft
Sylvester een lening gesloten ad €600.000. Het rentepercentage van deze lening is 6%. In
2012 is door Tweety bv €20.000 dividend uitgekeerd op de aandelen van Sylvester. In 2013
wordt op dit aandelenpakket €45.000 dividend betaald. Sylvester bezit verder geen aandelen
die tot een aanmerkelijk belang behoren. De lening wordt vanaf 1 januari 2014 afgelost.
Het belastbaar inkomen box 2 in 2013 bedraagt:
A. Nihill
B. €9.000
C. €36.000
D. €45.000
€45.000 / €36.000 (600.000 * 6%) = €9.000
Het verlies mag je meenemen van vorige jaren ogv [art 4.47 IB]
2012: 20.000 / 36.000 = / 16.000
€ 9,000 (2013)
/ €16.000 (2012)
nihill (/ €7.000) mag ogv [art 4.49 IB] 9 jaren vooruit, 1 jaar achteruit… dit is 1 jr vooruit
6.7
Kenda koopt in 2007 2% van het aandelenpakket van Lars bv voor €20.000. In 2008 koopt zij
1% erbij voor €12.000. In het jaar 2009 koopt zij 6% van het aandelenpakket van Lars bv voor
€72.000. In 2010 koopt zij nogmaals 3% van dit aandelenkapitaal, maar nu voor €45.000. In
2013 verkoopt zij 5% van het aandelenkapitaal van Lars bv voor €100.000.
Haar vervreemdingswinst bedraagt:
A. €25.000
B. €37.916
C. €36.250
D. €31.000
2008 2% €20.000 ⇒ geen AB ⇒ verkrijgingsprijs? nee
2009 1% €12.000 ⇒ geen AB ⇒ verkrijgingsprijs? nee
2010 6% €72.000 ⇒ AB ⇒ verkrijgingsprijs? ja ….[art 4.23]
2011 3% €45.000 ⇒ AB
2014 verkoop 5% €100.000 ⇒ AB
vervolg.. zie volgende blz
, Overdrachtsprijs / verkrijgingsprijs
€100.000 / (12750 x 5) = €36.250,
[art 4.21 lid 2] jo [art 4.23 IB stepupregeling]
12.000 x €9, = €108.000
2011: € 45.000
€153.000 verkrijgingsprijs voor alle aandelen (100%)
per stuk? 12% x €153.000 = €12.750
Tentamenniveau:
+ 2011 verkoop 5% €100.000
+ 2o12 kopen 1% €10.000
1) 12 % 5% = 7% ⇒ Verkrijgingsprijs per stuk €12.750
2) 1 % = €10.000
[art 4.21 lid 2]
(7x 12750) + (1x 10.000)
= €12.460,
8*
* 7% + 1%