Groepsdynamica opdracht 1
1A
Volgens French en Raven (1959, zoals beschreven in Forsyth, 2014) hebben we het bij
beloningsmacht over het sturen van het gedrag van anderen door iets positiefs in het
vooruitzicht te stellen. Hieraan moet echter wel een positieve waarde worden gehecht door de
persoon in kwestie. Een voorbeeld hiervan is dat iemand een chocoladekoekje krijgt wanneer
hij een salto maakt. De persoon moet wel van chocoladekoekjes houden om deze actie uit te
voeren. Zonder positieve waarde zal de actie dus niet uitgevoerd worden.
Wanneer we het hebben over bestraffingsmacht (French & Raven, 1959, zoals
beschreven in Forsyth, 2014), wordt geprobeerd ongewenst gedrag te voorkomen door te
dreigen met iets negatiefs. Hieraan moet ook een negatieve waarde worden gehecht door de
persoon in kwestie. Een voorbeeld hiervan is dat iemand verplicht een tros tomaten moet eten
als hij zijn huiswerk niet af heeft. Het is belangrijk dat de persoon een hekel heeft aan tomaten
anders wordt hier geen negatieve waarde aan gehecht en zal de ongewenste actie zich
voortzetten.
1B
In de loop van het verhaal beschikt Ralph over steeds minder en Jack over steeds meer
beloningsmacht. Hier vindt dus een machtsverschuiving plaats van Ralph naar Jack (Golding,
1954). De drie voorwaarden voor beloningsmacht zijn: waarde, afhankelijkheid en
geloofwaardigheid (Thibaut & Kelley, 1959, zoals beschreven in Forsyth, 2014).
Ralph heeft als beloningen onder andere: redding, regelmaat en orde (Golding, 1954).
Deze beloningen worden steeds minder positief gewaardeerd, dan de beloningen die Jack te
bieden heeft. Dit zijn onder andere: verminderde angst voor het beest, plezier hebben en vlees
(Golding, 1954). Bovendien wordt de groep steeds minder afhankelijk van Ralph en juist
1A
Volgens French en Raven (1959, zoals beschreven in Forsyth, 2014) hebben we het bij
beloningsmacht over het sturen van het gedrag van anderen door iets positiefs in het
vooruitzicht te stellen. Hieraan moet echter wel een positieve waarde worden gehecht door de
persoon in kwestie. Een voorbeeld hiervan is dat iemand een chocoladekoekje krijgt wanneer
hij een salto maakt. De persoon moet wel van chocoladekoekjes houden om deze actie uit te
voeren. Zonder positieve waarde zal de actie dus niet uitgevoerd worden.
Wanneer we het hebben over bestraffingsmacht (French & Raven, 1959, zoals
beschreven in Forsyth, 2014), wordt geprobeerd ongewenst gedrag te voorkomen door te
dreigen met iets negatiefs. Hieraan moet ook een negatieve waarde worden gehecht door de
persoon in kwestie. Een voorbeeld hiervan is dat iemand verplicht een tros tomaten moet eten
als hij zijn huiswerk niet af heeft. Het is belangrijk dat de persoon een hekel heeft aan tomaten
anders wordt hier geen negatieve waarde aan gehecht en zal de ongewenste actie zich
voortzetten.
1B
In de loop van het verhaal beschikt Ralph over steeds minder en Jack over steeds meer
beloningsmacht. Hier vindt dus een machtsverschuiving plaats van Ralph naar Jack (Golding,
1954). De drie voorwaarden voor beloningsmacht zijn: waarde, afhankelijkheid en
geloofwaardigheid (Thibaut & Kelley, 1959, zoals beschreven in Forsyth, 2014).
Ralph heeft als beloningen onder andere: redding, regelmaat en orde (Golding, 1954).
Deze beloningen worden steeds minder positief gewaardeerd, dan de beloningen die Jack te
bieden heeft. Dit zijn onder andere: verminderde angst voor het beest, plezier hebben en vlees
(Golding, 1954). Bovendien wordt de groep steeds minder afhankelijk van Ralph en juist