Annotatie Arbeidsovereenkomstenrecht
Kantonrechter Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2021:7670 (Link naar de uitspraak)
, Feiten:
Een werknemer (hierna: verweerder) is sinds 1999 in dienst bij het chemiebedrijf DuPont
(hierna: eiser). De laatste functie van de werknemer behelst Bach Prep Operator (hierna BTP-
er). Het team van BTP-ers bestaat uit zeven werknemers die een roterend volcontinurooster
hanteren. Hierbij is het van belang dat er slechts één BTP-er aanwezig is per shift.1
De verweerder ondergaat in juli 2020 een voetoperatie waardoor de verweerder niet in staat is
om te werken waarna de verweerder zich op 8 juli 2020 ziek heeft gemeld. Op 11 november is
de verweerder weer in staat om bepaalde werkzaamheden op te pakken. Tijdens het re-
integratieproces loopt de verweerder mee met een collega.2
Op 15 maart 2021 is de verweerder aanwezig op de werkvloer ondanks zijn
verkoudheidsklachten. Collega’s merken zijn klachten op en raden hem aan om naar huis te
gaan maar de verweerder geeft aan dat de verkoudheidsklachten waarschijnlijk te maken zal
hebben met zijn bronchitis of nog een gevolg is van zijn voetoperatie. De volgende dag
besluit de verweerder zich toch maar ziek te melden en op 18 maart 2021 stuurt de verweerder
een Whatsapp-berichtje naar zijn direct leidinggevende met de mededeling dat hij positief is
getest op het coronavirus.3
De eiser wil dat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op grond van artikel 7:671b lid 1
jo. Artikel 7:669 lid 1 en 3 BW waarbij primair de e-grond wordt aangevoerd en subsidiair de
g-grond. De e-grond houdt in dat er sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de
werknemer. Dit moet van zodanige aard zijn dat er van werkgever niet in redelijkheid kan
worden verlangd de arbeidsovereenkomst te laten voortzetten. De eiser voert aan dat de
verweerder met verkoudheidsklachten op de werkvloer is verschenen waardoor collega’s zijn
blootgesteld aan het coronavirus. Daarnaast stond in de gedragsregels van het bedrijf
genoemd dat werknemers bij verkoudheidsklachten thuis moeten blijven. Bovendien is de
eiser van mening dat de verweerder het verzuimprotocol niet heeft opgevolgd.4 De verweerder
had zich ziek moet melden bij de hoofdwacht maar in plaats daarvan heeft hij zich ziekgemeld
bij zijn leidinggevende.5 De g-grond, die subsidiair wordt aangevoerd, houdt in dat er sprake
is van een verstoorde arbeidsrelatie waardoor er van de werkgever niet kan worden verlangd
dat hij de arbeidsovereenkomst in stand houdt. De eiser geeft hiervoor als argument aan dat
deze verstoorde arbeidsrelatie is ontstaan doordat de verweerder de gedragsregels van het
bedrijf niet heeft opgevolgd.6 Tevens voert de eiser aan dat er geen opzegtermijn van
toepassing moet worden verklaard en dat er aan de verweerder zowel geen billijke vergoeding
of als een transitievergoeding toegekend moet worden. Daarnaast wil de eiser dat de
verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.7
Primair stelt de verweerder zich op het standpunt dat er een opzegverbod is tijdens ziekte
waardoor de arbeidsovereenkomst niet ontbonden kan worden.8 Indien de
arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, is de verweerder van mening dat hem een
1
Rb. Rotterdam 6 augustus 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:7670 r.o. 2.3.
2
Rb. Rotterdam 6 augustus 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:7670 r.o. 2.4.
3
Rb. Rotterdam 6 augustus 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:7670 r.o. 2.5.
4
Rb. Rotterdam 6 augustus 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:7670 r.o. 4.2.
5
Rb. Rotterdam 6 augustus 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:7670 r.o. 4.6.
6
Rb. Rotterdam 6 augustus 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:7670 r.o. 4.9.
7
Rb. Rotterdam 6 augustus 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:7670 r.o. 3.1.
8
Rb. Rotterdam 6 augustus 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:7670 r.o. 4.1.
Kantonrechter Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2021:7670 (Link naar de uitspraak)
, Feiten:
Een werknemer (hierna: verweerder) is sinds 1999 in dienst bij het chemiebedrijf DuPont
(hierna: eiser). De laatste functie van de werknemer behelst Bach Prep Operator (hierna BTP-
er). Het team van BTP-ers bestaat uit zeven werknemers die een roterend volcontinurooster
hanteren. Hierbij is het van belang dat er slechts één BTP-er aanwezig is per shift.1
De verweerder ondergaat in juli 2020 een voetoperatie waardoor de verweerder niet in staat is
om te werken waarna de verweerder zich op 8 juli 2020 ziek heeft gemeld. Op 11 november is
de verweerder weer in staat om bepaalde werkzaamheden op te pakken. Tijdens het re-
integratieproces loopt de verweerder mee met een collega.2
Op 15 maart 2021 is de verweerder aanwezig op de werkvloer ondanks zijn
verkoudheidsklachten. Collega’s merken zijn klachten op en raden hem aan om naar huis te
gaan maar de verweerder geeft aan dat de verkoudheidsklachten waarschijnlijk te maken zal
hebben met zijn bronchitis of nog een gevolg is van zijn voetoperatie. De volgende dag
besluit de verweerder zich toch maar ziek te melden en op 18 maart 2021 stuurt de verweerder
een Whatsapp-berichtje naar zijn direct leidinggevende met de mededeling dat hij positief is
getest op het coronavirus.3
De eiser wil dat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op grond van artikel 7:671b lid 1
jo. Artikel 7:669 lid 1 en 3 BW waarbij primair de e-grond wordt aangevoerd en subsidiair de
g-grond. De e-grond houdt in dat er sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de
werknemer. Dit moet van zodanige aard zijn dat er van werkgever niet in redelijkheid kan
worden verlangd de arbeidsovereenkomst te laten voortzetten. De eiser voert aan dat de
verweerder met verkoudheidsklachten op de werkvloer is verschenen waardoor collega’s zijn
blootgesteld aan het coronavirus. Daarnaast stond in de gedragsregels van het bedrijf
genoemd dat werknemers bij verkoudheidsklachten thuis moeten blijven. Bovendien is de
eiser van mening dat de verweerder het verzuimprotocol niet heeft opgevolgd.4 De verweerder
had zich ziek moet melden bij de hoofdwacht maar in plaats daarvan heeft hij zich ziekgemeld
bij zijn leidinggevende.5 De g-grond, die subsidiair wordt aangevoerd, houdt in dat er sprake
is van een verstoorde arbeidsrelatie waardoor er van de werkgever niet kan worden verlangd
dat hij de arbeidsovereenkomst in stand houdt. De eiser geeft hiervoor als argument aan dat
deze verstoorde arbeidsrelatie is ontstaan doordat de verweerder de gedragsregels van het
bedrijf niet heeft opgevolgd.6 Tevens voert de eiser aan dat er geen opzegtermijn van
toepassing moet worden verklaard en dat er aan de verweerder zowel geen billijke vergoeding
of als een transitievergoeding toegekend moet worden. Daarnaast wil de eiser dat de
verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.7
Primair stelt de verweerder zich op het standpunt dat er een opzegverbod is tijdens ziekte
waardoor de arbeidsovereenkomst niet ontbonden kan worden.8 Indien de
arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, is de verweerder van mening dat hem een
1
Rb. Rotterdam 6 augustus 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:7670 r.o. 2.3.
2
Rb. Rotterdam 6 augustus 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:7670 r.o. 2.4.
3
Rb. Rotterdam 6 augustus 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:7670 r.o. 2.5.
4
Rb. Rotterdam 6 augustus 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:7670 r.o. 4.2.
5
Rb. Rotterdam 6 augustus 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:7670 r.o. 4.6.
6
Rb. Rotterdam 6 augustus 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:7670 r.o. 4.9.
7
Rb. Rotterdam 6 augustus 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:7670 r.o. 3.1.
8
Rb. Rotterdam 6 augustus 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:7670 r.o. 4.1.