Onderzoeksopdracht 2 Cognitie en gedrag 5-12-2021
Ruimtelijke Aandacht
Antwoorden:
1. Dit is een simpele RT taak.
2. De eerste conditie wordt neutrale cue genoemd, omdat de cue op een neutrale plek
verschijnt. Niet te ver weg van de target maar ook niet precies op de plek van de target. De
correcte cue wordt zo genoemd omdat de cue op precies de target locatie verschijnt,
waardoor je al op de correcte plek kijkt. En de incorrecte cue wordt zo genoemd omdat de
cue op precies de tegenovergestelde plek van de target verschijnt. Ver weg, waardoor je op
de incorrecte plek kijkt.
3. De baseline conditie geeft aan dat het uitmaakt of de cue op de correcte locatie verschijnt of
ergens in de buurt. Als de neutrale en correcte cue een gelijke RT zouden hebben zou je niet
weten of het uitmaakt waar de cue zich precies bevindt.
4. Er is sprake van onvrijwillige aandacht, de cues trekken de aandacht automatisch, dus
onvrijwillig.
SEM Proefpersoon 1: 0,024870492
SEM Proefpersoon 2: 0,07920348
5. De SEM is lager bij proefpersoon 1, omdat er 10 keer zoveel metingen waren bij deze
persoon. Dit betekent dat er minder marge is voor de standaardfout van het gemiddelde. Er
is dus een kleinere kans dat het gemiddelde niet klopt, bij meer metingen. Daarom zou ik de
onderzoeker adviseren om zoveel mogelijk trials te doen, dan krijg je een zo betrouwbaar
mogelijk gemiddelde.
6. Nadeel aan te weinig metingen: grote kans op foute uitkomst van het gemiddelde. Nadeel
aan te veel metingen: het duurt te lang en de proefpersoon kan zijn concentratie verliezen
waardoor de uitkomst ook minder goed klopt.
7. Voorbeeld van een normaalverdeling:
8. Dit is een rechts-scheve verdeling. Ik zou de onderzoeker de maat mediaan aanraden om te
gebruiken voor de reactietijden. Modus en gemiddelde zitten namelijk niet echt in het
midden van de gegevens. Mediaan wel.
Ruimtelijke Aandacht
Antwoorden:
1. Dit is een simpele RT taak.
2. De eerste conditie wordt neutrale cue genoemd, omdat de cue op een neutrale plek
verschijnt. Niet te ver weg van de target maar ook niet precies op de plek van de target. De
correcte cue wordt zo genoemd omdat de cue op precies de target locatie verschijnt,
waardoor je al op de correcte plek kijkt. En de incorrecte cue wordt zo genoemd omdat de
cue op precies de tegenovergestelde plek van de target verschijnt. Ver weg, waardoor je op
de incorrecte plek kijkt.
3. De baseline conditie geeft aan dat het uitmaakt of de cue op de correcte locatie verschijnt of
ergens in de buurt. Als de neutrale en correcte cue een gelijke RT zouden hebben zou je niet
weten of het uitmaakt waar de cue zich precies bevindt.
4. Er is sprake van onvrijwillige aandacht, de cues trekken de aandacht automatisch, dus
onvrijwillig.
SEM Proefpersoon 1: 0,024870492
SEM Proefpersoon 2: 0,07920348
5. De SEM is lager bij proefpersoon 1, omdat er 10 keer zoveel metingen waren bij deze
persoon. Dit betekent dat er minder marge is voor de standaardfout van het gemiddelde. Er
is dus een kleinere kans dat het gemiddelde niet klopt, bij meer metingen. Daarom zou ik de
onderzoeker adviseren om zoveel mogelijk trials te doen, dan krijg je een zo betrouwbaar
mogelijk gemiddelde.
6. Nadeel aan te weinig metingen: grote kans op foute uitkomst van het gemiddelde. Nadeel
aan te veel metingen: het duurt te lang en de proefpersoon kan zijn concentratie verliezen
waardoor de uitkomst ook minder goed klopt.
7. Voorbeeld van een normaalverdeling:
8. Dit is een rechts-scheve verdeling. Ik zou de onderzoeker de maat mediaan aanraden om te
gebruiken voor de reactietijden. Modus en gemiddelde zitten namelijk niet echt in het
midden van de gegevens. Mediaan wel.