BLOED EN BLOEDAFNAME
SERUM, PLASMA, HEMATOCRIET EN BEZINKING
Bloed bestaat uit:
Rode bloedcellen (erytrocyten)
Witte bloedcellen
Bloedplaatjes
Vloeistof
- Twee verschillende soorten vloeistof: Bloedserum of plasma.
- Serum: gaat in een stolbuis, het bloed is gestold. Het bevat geen
stollingseiwitten.
- Plasma: bloed in een buis met antistollingsmiddel (anticoagulans).
Bovenstaande vloeistof nodig. Wanneer deze scheiding tussen
cellen en plasma onduidelijk is, kan er sprake zijn van anemie of
leukemie. Kleur is van belang: wit/troebel (lipemisch: vet) of geel
(icterisch: bilirubine) uitzien. Rode kleur, zijn de erytrocyten
kapotgegaan door verkeerde bloedafname.
Waar wordt het afgenomen:
- Aders (venen), slagaders (arteriën) en haarvaten
(capillairen) – hielprik bij baby’s en de vingerprik, ook
venapunctie.
Slagaders: deze afname gebeurt in regel door
artsen.
Hematocriet bepaling
- Hoeveel van het totaal volume bloedsample ingenomen wordt door (rode)
bloedcellen en wordt uitgedrukt in % en/of l/l.
- Principe: capillair wordt gevuld met ontstold bloed -> gecentrifugeerd ->
scheiding tussen cellen en plasma.
Bezinking bepaling
- BSE is geen specifieke bepaling -> geeft aanwijzing dat er iets wel of niet
normaal is.
- Principe: bezinkingssnelheid mm per uur -> ontstold bloed -> rode
bloedcellen zakken naar de bodem oftewel bezinken omdat ze zwaarder
zijn dan bloedplasma.
- Erytrocyten stoten elkaar af door negatieve lading.
- Ontstekingseiwitten kan zorgen voor een snellere bezinking.
Erytrocyten
Grootste groep bloedcellen
Biconcave vorm die het oppervlak van celmembraan vergroot -> beter
zuurstof en koolstofdioxide uitwisselen met omgeving.
Dus: Erytrocyten verzorgen transport van zuurstof en koolstofdioxide
Makkelijk vorm aanpassen -> kan het door de capillairen
Hemoglobine (eiwit)
, Bestaat uit: per molecuul vier eiwitketens (2 paren) -> Elk eiwitketen heeft een
heemgroep -> midden in heemgroep zit een ijzeratoom dat 1 zuurstofmolecuul
kan binden. Dus: maximaal 4 zuurstofmoleculen.
Dissociatiecurve Hemaglobine
- Grafiek met geen rechte lijn maar S-vormig.
- Twee belangrijke gevolgen:
1. In het gebied waar de zuurstofdruk
relatief hoog is (longen), is
hemoglobine verzadigd; ook als
zuurstofdruk daalt, blijft die
verzadiging bestaan.
2. Bij lage pO2, loopt curve zeer steil.
Die manier wordt er heel snel
zuurstof afgegeven als de druk een
klein beetje daalt.
Bohr-effect
Curve kan iets naar rechts of links verschuiven.
Kan door verandering in:
1. PH -> lagere ph
2. CO2 concentratie
3. Temperatuur
4. 2,3-difosfoglyceraat- concentratie (2,3-DPG)
-> ontstaat bij: afbraak van glucose
Verschuiving rechts: Hogere warmte,
CO2-productie, lage zuurstofspanning
-> grote 2,3-DPG productie en lagere
PH voor het makkelijker afgeven
zuurstof in actieve weefsels.
Verschuiving links: lagere warmte,
CO2 spanning, 2,3-DPG-concentratie
en hogere PH, de affiniteit neemt toe.
Aanmaak erytrocyten
- Oftewel erytropoiese -> in rode beenmerg van de platte beenderen.
- Vanuit de pluripotente stamcel:
Myeloide stamcel, start onrijpe stadia in beenmerg (met delingen en
rijping van:)
Pro-erytroblast
Normoblast
Reticulocyt -> vanaf hier verliest het zijn kern, eind onrijpe stadia in
beenmerg
Erytrocyt
Tijdens deze ontwikkeling van onrijp tot rijp neemt de grootte van
de cel af, wordt de kern steeds kleiner en verdwijnt uiteindelijk uit
de cel, verandert de kleur van het cytoplasma van blauw naar
uiteindelijk rozerood. In de reticulocyt zit weliswaar geen kern meer,
maar er zijn nog wel RNA-moleculen aanwezig.
- Erytropoiese wordt gereguleerd door hormoon erytropoietine (EPO)
EPO wordt gemaakt in de nier
Meer gemaakt onder invloed van lage zuurstofspanning, zet
stamcellen aan in het beenmerg om meer erytrocyten te maken.
EPO en ijzer zijn essentieel voor vorming van erytrocyten.
SERUM, PLASMA, HEMATOCRIET EN BEZINKING
Bloed bestaat uit:
Rode bloedcellen (erytrocyten)
Witte bloedcellen
Bloedplaatjes
Vloeistof
- Twee verschillende soorten vloeistof: Bloedserum of plasma.
- Serum: gaat in een stolbuis, het bloed is gestold. Het bevat geen
stollingseiwitten.
- Plasma: bloed in een buis met antistollingsmiddel (anticoagulans).
Bovenstaande vloeistof nodig. Wanneer deze scheiding tussen
cellen en plasma onduidelijk is, kan er sprake zijn van anemie of
leukemie. Kleur is van belang: wit/troebel (lipemisch: vet) of geel
(icterisch: bilirubine) uitzien. Rode kleur, zijn de erytrocyten
kapotgegaan door verkeerde bloedafname.
Waar wordt het afgenomen:
- Aders (venen), slagaders (arteriën) en haarvaten
(capillairen) – hielprik bij baby’s en de vingerprik, ook
venapunctie.
Slagaders: deze afname gebeurt in regel door
artsen.
Hematocriet bepaling
- Hoeveel van het totaal volume bloedsample ingenomen wordt door (rode)
bloedcellen en wordt uitgedrukt in % en/of l/l.
- Principe: capillair wordt gevuld met ontstold bloed -> gecentrifugeerd ->
scheiding tussen cellen en plasma.
Bezinking bepaling
- BSE is geen specifieke bepaling -> geeft aanwijzing dat er iets wel of niet
normaal is.
- Principe: bezinkingssnelheid mm per uur -> ontstold bloed -> rode
bloedcellen zakken naar de bodem oftewel bezinken omdat ze zwaarder
zijn dan bloedplasma.
- Erytrocyten stoten elkaar af door negatieve lading.
- Ontstekingseiwitten kan zorgen voor een snellere bezinking.
Erytrocyten
Grootste groep bloedcellen
Biconcave vorm die het oppervlak van celmembraan vergroot -> beter
zuurstof en koolstofdioxide uitwisselen met omgeving.
Dus: Erytrocyten verzorgen transport van zuurstof en koolstofdioxide
Makkelijk vorm aanpassen -> kan het door de capillairen
Hemoglobine (eiwit)
, Bestaat uit: per molecuul vier eiwitketens (2 paren) -> Elk eiwitketen heeft een
heemgroep -> midden in heemgroep zit een ijzeratoom dat 1 zuurstofmolecuul
kan binden. Dus: maximaal 4 zuurstofmoleculen.
Dissociatiecurve Hemaglobine
- Grafiek met geen rechte lijn maar S-vormig.
- Twee belangrijke gevolgen:
1. In het gebied waar de zuurstofdruk
relatief hoog is (longen), is
hemoglobine verzadigd; ook als
zuurstofdruk daalt, blijft die
verzadiging bestaan.
2. Bij lage pO2, loopt curve zeer steil.
Die manier wordt er heel snel
zuurstof afgegeven als de druk een
klein beetje daalt.
Bohr-effect
Curve kan iets naar rechts of links verschuiven.
Kan door verandering in:
1. PH -> lagere ph
2. CO2 concentratie
3. Temperatuur
4. 2,3-difosfoglyceraat- concentratie (2,3-DPG)
-> ontstaat bij: afbraak van glucose
Verschuiving rechts: Hogere warmte,
CO2-productie, lage zuurstofspanning
-> grote 2,3-DPG productie en lagere
PH voor het makkelijker afgeven
zuurstof in actieve weefsels.
Verschuiving links: lagere warmte,
CO2 spanning, 2,3-DPG-concentratie
en hogere PH, de affiniteit neemt toe.
Aanmaak erytrocyten
- Oftewel erytropoiese -> in rode beenmerg van de platte beenderen.
- Vanuit de pluripotente stamcel:
Myeloide stamcel, start onrijpe stadia in beenmerg (met delingen en
rijping van:)
Pro-erytroblast
Normoblast
Reticulocyt -> vanaf hier verliest het zijn kern, eind onrijpe stadia in
beenmerg
Erytrocyt
Tijdens deze ontwikkeling van onrijp tot rijp neemt de grootte van
de cel af, wordt de kern steeds kleiner en verdwijnt uiteindelijk uit
de cel, verandert de kleur van het cytoplasma van blauw naar
uiteindelijk rozerood. In de reticulocyt zit weliswaar geen kern meer,
maar er zijn nog wel RNA-moleculen aanwezig.
- Erytropoiese wordt gereguleerd door hormoon erytropoietine (EPO)
EPO wordt gemaakt in de nier
Meer gemaakt onder invloed van lage zuurstofspanning, zet
stamcellen aan in het beenmerg om meer erytrocyten te maken.
EPO en ijzer zijn essentieel voor vorming van erytrocyten.