Samenvatting scheikunde HO9
Energie en reactiesnelheid
9.1 Wanneer start een reactie?
Exotherme en endotherme processen
Elke chemische reactie heeft een energie-effect ∆E verschil tussen chemische energie van
beginstoffen en reactieproducten. De chemische energie van de stoffen voor en na de
reactie is niet gelijk.
Exotherm: er wordt chemische energie omgezet in warmte, er komt warmte vrij.
Endotherm: warmte wordt opgenomen door de reagerende producten uit de omgeving, er
is dus warmten nodig.
De eenheid voor energie is joule, J afgeleide eenheid kilojoule, KJ.
Ook bij oplossen, uitkristalliseren van stoffen en bij faseovergangen treeft een energie-effect
op.
Endotherm: smelten, verdampen, sublimeren.
Exotherm: stollen, condenseren en rijpen.
Energiediagram
Energiediagram: hierin geef je de chemische energie van de beginstoffen en de
reactieproducten weer.
Beginniveau: het energieniveau van de beginstoffen. hierbij zet je de beginstoffen met de
juiste coëfficiënten.
Eindniveau: het energieniveau van de reactieproducten. hierbij zet je de
reactieproducten met de juiste coëfficiënten.
∆E geef je weer met een pijl tussen begin- en eindniveau.
Bij een exotherme reactie wordt energie afgestaan eindniveau ligt lager dan het
beginniveau ∆E = negatief.
Bij een endotherme reactie wordt energie uit de omgeving opgenomen eindniveau ligt
hoger dan het beginniveau ∆E = positief.
Activeringsenergie
Activeringsenergie, Eact: de energie die nodig is om een reactie op te starten. Door het
opnemen van de activeringsenergie komen de beginstoffen in een overgangs- of
geactiveerde toestand. Vanuit deze toestand kan de reactie starten.
In een energiediagram geef je ook de activeringsenergie aan. Omdat Eact moet worden
toegevoegd aan de beginstoffen, ligt het energieniveau van de overgangstoestand hoger dan
het beginniveau. Dat is bij een endotherme reactie ook zo. De overgangstoestand is
daardoor altijd de hoogste energietoestand in een energiediagram.
Energie en reactiesnelheid
9.1 Wanneer start een reactie?
Exotherme en endotherme processen
Elke chemische reactie heeft een energie-effect ∆E verschil tussen chemische energie van
beginstoffen en reactieproducten. De chemische energie van de stoffen voor en na de
reactie is niet gelijk.
Exotherm: er wordt chemische energie omgezet in warmte, er komt warmte vrij.
Endotherm: warmte wordt opgenomen door de reagerende producten uit de omgeving, er
is dus warmten nodig.
De eenheid voor energie is joule, J afgeleide eenheid kilojoule, KJ.
Ook bij oplossen, uitkristalliseren van stoffen en bij faseovergangen treeft een energie-effect
op.
Endotherm: smelten, verdampen, sublimeren.
Exotherm: stollen, condenseren en rijpen.
Energiediagram
Energiediagram: hierin geef je de chemische energie van de beginstoffen en de
reactieproducten weer.
Beginniveau: het energieniveau van de beginstoffen. hierbij zet je de beginstoffen met de
juiste coëfficiënten.
Eindniveau: het energieniveau van de reactieproducten. hierbij zet je de
reactieproducten met de juiste coëfficiënten.
∆E geef je weer met een pijl tussen begin- en eindniveau.
Bij een exotherme reactie wordt energie afgestaan eindniveau ligt lager dan het
beginniveau ∆E = negatief.
Bij een endotherme reactie wordt energie uit de omgeving opgenomen eindniveau ligt
hoger dan het beginniveau ∆E = positief.
Activeringsenergie
Activeringsenergie, Eact: de energie die nodig is om een reactie op te starten. Door het
opnemen van de activeringsenergie komen de beginstoffen in een overgangs- of
geactiveerde toestand. Vanuit deze toestand kan de reactie starten.
In een energiediagram geef je ook de activeringsenergie aan. Omdat Eact moet worden
toegevoegd aan de beginstoffen, ligt het energieniveau van de overgangstoestand hoger dan
het beginniveau. Dat is bij een endotherme reactie ook zo. De overgangstoestand is
daardoor altijd de hoogste energietoestand in een energiediagram.