Samenvatting Natuurkunde HO5
Straling
5.1 Straling en bronnen
Straling om ons heen
Een deel van de straling die vanuit sterren de aarde bereikt, dringt door tot het
aardoppervlak.
Geiger-müllerteller / GM-teller: geschikt om straling van radioactieve stoffen te meten.
In het dagelijks leven ben je voortdurend omgeven door allerlei soorten straling. Soms kun je straling zien
of voelen, maar vaak ook niet. Een meetapparaat voor straling van radioactieve stoffen is een GM-teller.
Eigenschappen van straling
• Straling beweegt in rechte lijnen vanuit de bron.
• Straling wordt zwakker als ze verder van de bron afkomen.
• Straling kan opwarmen, zichtbaar of voelbaar zijn, je bruin maken, door stoffen heen
gaan of schadelijk zijn.
• Doordringend vermogen: geeft aan hoe diep straling in een stof kan doordringen.
• Ioniserend vermogen: in staat zijn om stoffen te ioniseren. Er kunnen ionen ontstaan
in een bestraalde stof. De atomen verliezen elektronen en worden positief. → slecht
voor je gezondheid → moleculen in de cel kunnen beschadigen, cellen kunnen
muteren of doodgaan.
Als straling sterk ioniseert, raakt hij snel de energie kwijt en dringt niet ver door. Dus
hoe groter het ioniserend vermogen, hoe kleiner het doordringend vermogen.
Straling beweegt in rechte lijnen uit de bron. Hoe groter de afstand tot de bron, hoe minder sterk de straling
is. Elke soort straling heeft zijn eigen kenmerken, zoals doordringend en ioniserend vermogen.
Ontdekking van ioniserende straling
Röntgenstraling: kan atomen ioniseren en is zeer doordringend. Röntgenapparaten kan je
gebruiken voor foto’s maken van inwendige delen. Een röntgenapparaat zet elektrische
energie om in stralingsenergie. Röntgenstraling wordt dus niet door een radioactieve stof
uitgezonden.
Radioactieve stof: bevat instabiele atomen. Deze atomen zullen dus niet altijd in dezelfde
vorm blijven.
α – β – γ – straling: komt uit kernen van atomen. α- straling is minder doordringend dan β-
straling. γ- straling lijkt op röntgenstraling maar is nog doordringender. α – β – γ – straling
zijn allemaal ioniserend en dus slecht voor weefsel.
Je bewaart radioactieve stoffen in loden kokers om blootstelling aan straling zo veel mogelijk
te beperken.
Ioniserende straling beweegt zich van de bron naar de ontvanger. Er is geen tussenstof
nodig: ioniserende straling kan zowel door vacuüm, door lucht als door stof of weefsel
verplaatsen.
, Er zijn vier soorten ioniserende straling: röntgenstraling, γ-straling, β- straling en α-straling.
Röntgenstraling en γ-straling zijn vergelijkbaar met uv-straling en β-straling en α-straling bestaan uit
deeltjes.
Röntgenstraling wordt niet door een radioactieve stof uitgezonden, maar opgewekt uit elektrische
energie in een röntgenapparaat.
α – β – γ – straling zijn afkomstig uit atoomkernen van radioactieve stoffen.
α- straling blijkt het minst doordringend te zijn, γ- straling het meest.
Bronnen van ioniserende straling
Radioactieve stoffen zijn bronnen van α – β – γ – straling. We onderscheiden natuurlijke en
kunstmatige straling.
Natuurlijke straling: is altijd in onze omgeving aanwezig.
• Kosmische straling → afkomstig van zon en sterren. Bestaat uit mix van verschillende
soorten ioniserende straling. Gelukkig absorbeert de atmosfeer veel straling zodat
maar weinig straling het aardoppervlak bereikt.
• Aardse straling → komt uit graniet en gesteentes met uranium en radium.
• Voedsel → bevat lage concentratie radioactieve stoffen.
Kunstmatige straling: komt uit bronnen die door mensen zijn gemaakt.
• Bestralingsapparatuur in ziekenhuizen.
• Röntgenapparaten in ziekenhuizen en tandartsen.
• Rookmelders, bevatten kleine hoeveelheid radioactieve stoffen.
• Kerncentrales, is radioactief materiaal in aanwezig. Is zo veilig mogelijk ingebouwd.
• Kernwapens → straling direct tijdens ontploffing en indirect via de verspreiding van
brokstukjes radioactief materiaal.
• Tracers → radioactieve stoffen die de arts in het menselijk lichaam inbrengt, waarna
zichtbaar is hoe ze zich door het lichaam verspreiden.
Achtergrondstraling: de permanente hoeveelheid straling die alle stralingsbronnen samen
veroorzaken in onze omgeving. → meetbaar met GM-teller.
Bestraling: kan zowel inwendig als uitwendig plaatsvinden, afhankelijk van de plaats van de
bron. Bevindt de bron zich in het lichaam dan is het inwendige bestraling. De persoon is dan
besmet. Bevindt de bron zich buiten het menselijk lichaam, dan is het uitwendige bestraling.
Daarbij kan de bron zich op het lichaam bevinden. In dat geval is het ook besmetting.
Er zijn natuurlijke en kunstmatige bronnen van ioniserende straling. De straling die altijd in je omgeving
aanwezig is, noem je achtergrondstraling. Bestraling kan zowel inwendig als uitwendig plaatsvinden. Als er
radioactief materiaal op of in de ontvanger terechtkomt, is er sprake van besmetting. Komt de ontvanger niet
in direct contact met het radioactieve materiaal, dan is er alleen sprake van bestraling.
Stralingsenergie
α- en β- deeltjes hebben bewegingsenergie en dragen die over aan het materiaal dat de
deeltjes absorbeert. Röntgen en γ- straling vervoeren ook energie.
Fotonen: pakketjes stralingsenergie.
Straling
5.1 Straling en bronnen
Straling om ons heen
Een deel van de straling die vanuit sterren de aarde bereikt, dringt door tot het
aardoppervlak.
Geiger-müllerteller / GM-teller: geschikt om straling van radioactieve stoffen te meten.
In het dagelijks leven ben je voortdurend omgeven door allerlei soorten straling. Soms kun je straling zien
of voelen, maar vaak ook niet. Een meetapparaat voor straling van radioactieve stoffen is een GM-teller.
Eigenschappen van straling
• Straling beweegt in rechte lijnen vanuit de bron.
• Straling wordt zwakker als ze verder van de bron afkomen.
• Straling kan opwarmen, zichtbaar of voelbaar zijn, je bruin maken, door stoffen heen
gaan of schadelijk zijn.
• Doordringend vermogen: geeft aan hoe diep straling in een stof kan doordringen.
• Ioniserend vermogen: in staat zijn om stoffen te ioniseren. Er kunnen ionen ontstaan
in een bestraalde stof. De atomen verliezen elektronen en worden positief. → slecht
voor je gezondheid → moleculen in de cel kunnen beschadigen, cellen kunnen
muteren of doodgaan.
Als straling sterk ioniseert, raakt hij snel de energie kwijt en dringt niet ver door. Dus
hoe groter het ioniserend vermogen, hoe kleiner het doordringend vermogen.
Straling beweegt in rechte lijnen uit de bron. Hoe groter de afstand tot de bron, hoe minder sterk de straling
is. Elke soort straling heeft zijn eigen kenmerken, zoals doordringend en ioniserend vermogen.
Ontdekking van ioniserende straling
Röntgenstraling: kan atomen ioniseren en is zeer doordringend. Röntgenapparaten kan je
gebruiken voor foto’s maken van inwendige delen. Een röntgenapparaat zet elektrische
energie om in stralingsenergie. Röntgenstraling wordt dus niet door een radioactieve stof
uitgezonden.
Radioactieve stof: bevat instabiele atomen. Deze atomen zullen dus niet altijd in dezelfde
vorm blijven.
α – β – γ – straling: komt uit kernen van atomen. α- straling is minder doordringend dan β-
straling. γ- straling lijkt op röntgenstraling maar is nog doordringender. α – β – γ – straling
zijn allemaal ioniserend en dus slecht voor weefsel.
Je bewaart radioactieve stoffen in loden kokers om blootstelling aan straling zo veel mogelijk
te beperken.
Ioniserende straling beweegt zich van de bron naar de ontvanger. Er is geen tussenstof
nodig: ioniserende straling kan zowel door vacuüm, door lucht als door stof of weefsel
verplaatsen.
, Er zijn vier soorten ioniserende straling: röntgenstraling, γ-straling, β- straling en α-straling.
Röntgenstraling en γ-straling zijn vergelijkbaar met uv-straling en β-straling en α-straling bestaan uit
deeltjes.
Röntgenstraling wordt niet door een radioactieve stof uitgezonden, maar opgewekt uit elektrische
energie in een röntgenapparaat.
α – β – γ – straling zijn afkomstig uit atoomkernen van radioactieve stoffen.
α- straling blijkt het minst doordringend te zijn, γ- straling het meest.
Bronnen van ioniserende straling
Radioactieve stoffen zijn bronnen van α – β – γ – straling. We onderscheiden natuurlijke en
kunstmatige straling.
Natuurlijke straling: is altijd in onze omgeving aanwezig.
• Kosmische straling → afkomstig van zon en sterren. Bestaat uit mix van verschillende
soorten ioniserende straling. Gelukkig absorbeert de atmosfeer veel straling zodat
maar weinig straling het aardoppervlak bereikt.
• Aardse straling → komt uit graniet en gesteentes met uranium en radium.
• Voedsel → bevat lage concentratie radioactieve stoffen.
Kunstmatige straling: komt uit bronnen die door mensen zijn gemaakt.
• Bestralingsapparatuur in ziekenhuizen.
• Röntgenapparaten in ziekenhuizen en tandartsen.
• Rookmelders, bevatten kleine hoeveelheid radioactieve stoffen.
• Kerncentrales, is radioactief materiaal in aanwezig. Is zo veilig mogelijk ingebouwd.
• Kernwapens → straling direct tijdens ontploffing en indirect via de verspreiding van
brokstukjes radioactief materiaal.
• Tracers → radioactieve stoffen die de arts in het menselijk lichaam inbrengt, waarna
zichtbaar is hoe ze zich door het lichaam verspreiden.
Achtergrondstraling: de permanente hoeveelheid straling die alle stralingsbronnen samen
veroorzaken in onze omgeving. → meetbaar met GM-teller.
Bestraling: kan zowel inwendig als uitwendig plaatsvinden, afhankelijk van de plaats van de
bron. Bevindt de bron zich in het lichaam dan is het inwendige bestraling. De persoon is dan
besmet. Bevindt de bron zich buiten het menselijk lichaam, dan is het uitwendige bestraling.
Daarbij kan de bron zich op het lichaam bevinden. In dat geval is het ook besmetting.
Er zijn natuurlijke en kunstmatige bronnen van ioniserende straling. De straling die altijd in je omgeving
aanwezig is, noem je achtergrondstraling. Bestraling kan zowel inwendig als uitwendig plaatsvinden. Als er
radioactief materiaal op of in de ontvanger terechtkomt, is er sprake van besmetting. Komt de ontvanger niet
in direct contact met het radioactieve materiaal, dan is er alleen sprake van bestraling.
Stralingsenergie
α- en β- deeltjes hebben bewegingsenergie en dragen die over aan het materiaal dat de
deeltjes absorbeert. Röntgen en γ- straling vervoeren ook energie.
Fotonen: pakketjes stralingsenergie.