Samenvatting Natuurkunde HO4
Trillingen en cirkelbewegingen
4.1 Eigenschappen van trillingen
Wat is een trilling
Trilling: voorbeeld van een beweging die zich steeds herhaalt.
Periodieke bewegingen: bewegingen die zich steeds herhalen. Niet elke periodieke
beweging is een trilling. → eerste kenmerk trilling.
Evenwichtsstand: nog een kenmerk van een trilling. Als iets stil hangt, zit dat ding in een
evenwichtsstand. → tweede kenmerk trilling. Trilling moet aan beide kenmerken voldoen.
Een trilling is een periodieke beweging om een evenwichtsstand.
Kenmerken van trillingen
Een trilling heeft ook uiterste standen. → snelheid is hier nul. Als je vanuit de uiterste stand
terug gaat naar de evenwichtsstand neemt de snelheid steeds meer toe en in de
evenwichtsstand is de snelheid het grootst.
Amplitude: afstand van uiterste stand tot evenwichtsstand, A. → maximale uitwijking. Als je
uitwijking naar de ene kant positief noemt, is de uitwijking naar de andere kant negatief.
Amplitude is altijd positief.
Uitwijking: afstand van de evenwichtsstand tot een bepaalde stand, u.
Gedempte trillingen: de amplitude wordt steeds kleiner door wrijving. Na verloop van tijd
staat een trillend voorwerp stil. Bijna alle trillingen zijn gedempte trillingen.
Trillingstijd: elke trilling heeft vaste trillingstijd. → tijdsduur van één volledige trilling. Ander
woord voor trillingstijd: periode. [s].
Elke trilling heeft twee uiterste standen. Een trilling heeft een uitwijking, een amplitude en een trillingstijd.
De uitwijking, u, is de afstand tot de evenwichtsstand. De amplitude A is de maximale uitwijking. De
trillingstijd of periode T is de tijdsduur van één volledige trilling. Bijna alle trillingen zijn gedempte trillingen.
Trillingstijd en frequentie
Frequentie, f: aantal trillingen per seconde. [s-1] of [Hz]
1 1
𝑇= → 𝑓 = T = trillingstijd in seconde [s]
𝑓 𝑇
f = frequentie in [s-1] of [Hz]
De frequentie is het aantal trillingen per seconde. Frequentie en trillingstijd zijn elkaar omgekeerde.
4.2 Trillingen in beeld
Diagram van een trilling
Harmonische trilling: een trilling met een sinusvormige grafiek.
Bij een niet harmonische trilling zijn amplitude, evenwichtsstand en trillingstijd soms moeilijk
herkenbaar. Niet harmonische trillingen: stembanden als je praat, trillingen bij een
aardbeving.
Trillingen en cirkelbewegingen
4.1 Eigenschappen van trillingen
Wat is een trilling
Trilling: voorbeeld van een beweging die zich steeds herhaalt.
Periodieke bewegingen: bewegingen die zich steeds herhalen. Niet elke periodieke
beweging is een trilling. → eerste kenmerk trilling.
Evenwichtsstand: nog een kenmerk van een trilling. Als iets stil hangt, zit dat ding in een
evenwichtsstand. → tweede kenmerk trilling. Trilling moet aan beide kenmerken voldoen.
Een trilling is een periodieke beweging om een evenwichtsstand.
Kenmerken van trillingen
Een trilling heeft ook uiterste standen. → snelheid is hier nul. Als je vanuit de uiterste stand
terug gaat naar de evenwichtsstand neemt de snelheid steeds meer toe en in de
evenwichtsstand is de snelheid het grootst.
Amplitude: afstand van uiterste stand tot evenwichtsstand, A. → maximale uitwijking. Als je
uitwijking naar de ene kant positief noemt, is de uitwijking naar de andere kant negatief.
Amplitude is altijd positief.
Uitwijking: afstand van de evenwichtsstand tot een bepaalde stand, u.
Gedempte trillingen: de amplitude wordt steeds kleiner door wrijving. Na verloop van tijd
staat een trillend voorwerp stil. Bijna alle trillingen zijn gedempte trillingen.
Trillingstijd: elke trilling heeft vaste trillingstijd. → tijdsduur van één volledige trilling. Ander
woord voor trillingstijd: periode. [s].
Elke trilling heeft twee uiterste standen. Een trilling heeft een uitwijking, een amplitude en een trillingstijd.
De uitwijking, u, is de afstand tot de evenwichtsstand. De amplitude A is de maximale uitwijking. De
trillingstijd of periode T is de tijdsduur van één volledige trilling. Bijna alle trillingen zijn gedempte trillingen.
Trillingstijd en frequentie
Frequentie, f: aantal trillingen per seconde. [s-1] of [Hz]
1 1
𝑇= → 𝑓 = T = trillingstijd in seconde [s]
𝑓 𝑇
f = frequentie in [s-1] of [Hz]
De frequentie is het aantal trillingen per seconde. Frequentie en trillingstijd zijn elkaar omgekeerde.
4.2 Trillingen in beeld
Diagram van een trilling
Harmonische trilling: een trilling met een sinusvormige grafiek.
Bij een niet harmonische trilling zijn amplitude, evenwichtsstand en trillingstijd soms moeilijk
herkenbaar. Niet harmonische trillingen: stembanden als je praat, trillingen bij een
aardbeving.