Chemische analyse HO8
UV-VIS spectrometrie
8.1 Zichtbaar licht
Voor mensen zichtbaar licht: 390 nm – 750 nm
Golflengten kleiner dan 400 nm? ultraviolet (UV) licht.
Golflengten langer dan 700 nm? infrarood (IR) licht.
Meestal gebruiken we deze golflengten voor kwantitatieve analyse, hierbij
meet je de absorptie van straling in een monsteroplossing. De
monsteroplossing wordt geplaatst in een lichtweg en voor het
opvallende licht kiezen we de juiste golflengte die door het monster
wordt geabsorbeerd.
De geabsorbeerde kleur (complementaire kleur) vindt je
tegenovergesteld van de kleur van de oplossing.
Het zien van kleuren berust op verschil in frequentie van het licht dus op
golflengten
8.2 Wet van Lambert-Beer
Een eenvoudige spectrometer is opgebouwd uit:
Lamp monochromator monster detector verwerking
Monochromator zorgt ervoor dat er maar een klein gedeelte van het licht op het monster
valt.
Monochromatisch licht: licht van één kleur
De detector is gevoelig voor de intensiteit van het doorgelaten licht.
Een kwantitatieve spectrometrische meting heeft het volgende verloop:
Meten van lichtbundel zonder monsteroplossing in de lichtweg de intensiteit van
de ongehinderde lichtbundel. I0
Meting met monsteroplossing in de lichtweg. Geeft intensiteit van het doorgelaten
licht. I.
Transmissie kan dan gemeten worden (zie HO7).
Er zijn enkele voorwaarden voor het gebruiken van de wet van Lambert-Beer:
Geldt alleen voor heldere oplossingen
Geldt alleen bij constante temperatuur
Geldt alleen voor monochromatisch licht
Geldt alleen voor lage concentraties (<0,01M)
Cutoff golflengte: laagste golflengte waarbij gemeten kan worden
Meercomponenten-analyse
Egemeten = E1 + E2 + E3
Extincties van verschillende componenten mogen bij elkaar opgeteld worden.
Als je verschillende componenten tegelijk wil meten moet dat bij verschillende golflengten.
UV-VIS spectrometrie
8.1 Zichtbaar licht
Voor mensen zichtbaar licht: 390 nm – 750 nm
Golflengten kleiner dan 400 nm? ultraviolet (UV) licht.
Golflengten langer dan 700 nm? infrarood (IR) licht.
Meestal gebruiken we deze golflengten voor kwantitatieve analyse, hierbij
meet je de absorptie van straling in een monsteroplossing. De
monsteroplossing wordt geplaatst in een lichtweg en voor het
opvallende licht kiezen we de juiste golflengte die door het monster
wordt geabsorbeerd.
De geabsorbeerde kleur (complementaire kleur) vindt je
tegenovergesteld van de kleur van de oplossing.
Het zien van kleuren berust op verschil in frequentie van het licht dus op
golflengten
8.2 Wet van Lambert-Beer
Een eenvoudige spectrometer is opgebouwd uit:
Lamp monochromator monster detector verwerking
Monochromator zorgt ervoor dat er maar een klein gedeelte van het licht op het monster
valt.
Monochromatisch licht: licht van één kleur
De detector is gevoelig voor de intensiteit van het doorgelaten licht.
Een kwantitatieve spectrometrische meting heeft het volgende verloop:
Meten van lichtbundel zonder monsteroplossing in de lichtweg de intensiteit van
de ongehinderde lichtbundel. I0
Meting met monsteroplossing in de lichtweg. Geeft intensiteit van het doorgelaten
licht. I.
Transmissie kan dan gemeten worden (zie HO7).
Er zijn enkele voorwaarden voor het gebruiken van de wet van Lambert-Beer:
Geldt alleen voor heldere oplossingen
Geldt alleen bij constante temperatuur
Geldt alleen voor monochromatisch licht
Geldt alleen voor lage concentraties (<0,01M)
Cutoff golflengte: laagste golflengte waarbij gemeten kan worden
Meercomponenten-analyse
Egemeten = E1 + E2 + E3
Extincties van verschillende componenten mogen bij elkaar opgeteld worden.
Als je verschillende componenten tegelijk wil meten moet dat bij verschillende golflengten.