Samenvatting Microbiology HO17
Expressie van genen
Basis principes van transcriptie en translatie
Gen: fysieke en functionele eenheid die de informatie draagt voor de productie van een
polypeptide/eiwit.
Genexpressie: het aanzetten van een gen de meeste genen staan alleen aan als cellen ze
nodig hebben
Centrale dogma van de moleculaire biologie: DNA mRNA eiwit
DNA mRNA transcriptie (overschrijven)
mRNA eiwit translatie (vertalen)
Verschil prokaryoten en eukaryoten
Prokaryoten eukaryoten
Transcriptie en translatie
Aan een 5’ zit een fosfaatgroep
Aan een 3’ zit een OH-groep
Template strand (matrijs streng): de streng van 3’ naar 5’
van deze streng wordt mRNA gemaakt. Dit mRNA is dus
altijd van 5’ naar 3’.
Codon: 3 nucleotiden vormen samen een codon en kunnen
vertaald worden naar een aminozuur. In een schema is dit
af te lezen.
AUG startcodon
Deze codes zijn universeel, dus kunnen ook in andere organismen ingebracht worden.
(recombinantie). Meestal wordt er dan gekeken naar de functie van een eiwit.
Dit kan niet altijd omdat bijvoorbeeld de samenstelling van ATGC varieert per organisme, dit
kan problemen opleveren voor het maken van het eiwit. Of bijvoorbeeld het zetten van een
gen van een mens in een bacterie. Er zijn onderdelen van het DNA die coderen voor het
maken van een eiwit (exonen) en stukjes DNA die coderen voor niets (intronen).
Expressie van genen
Basis principes van transcriptie en translatie
Gen: fysieke en functionele eenheid die de informatie draagt voor de productie van een
polypeptide/eiwit.
Genexpressie: het aanzetten van een gen de meeste genen staan alleen aan als cellen ze
nodig hebben
Centrale dogma van de moleculaire biologie: DNA mRNA eiwit
DNA mRNA transcriptie (overschrijven)
mRNA eiwit translatie (vertalen)
Verschil prokaryoten en eukaryoten
Prokaryoten eukaryoten
Transcriptie en translatie
Aan een 5’ zit een fosfaatgroep
Aan een 3’ zit een OH-groep
Template strand (matrijs streng): de streng van 3’ naar 5’
van deze streng wordt mRNA gemaakt. Dit mRNA is dus
altijd van 5’ naar 3’.
Codon: 3 nucleotiden vormen samen een codon en kunnen
vertaald worden naar een aminozuur. In een schema is dit
af te lezen.
AUG startcodon
Deze codes zijn universeel, dus kunnen ook in andere organismen ingebracht worden.
(recombinantie). Meestal wordt er dan gekeken naar de functie van een eiwit.
Dit kan niet altijd omdat bijvoorbeeld de samenstelling van ATGC varieert per organisme, dit
kan problemen opleveren voor het maken van het eiwit. Of bijvoorbeeld het zetten van een
gen van een mens in een bacterie. Er zijn onderdelen van het DNA die coderen voor het
maken van een eiwit (exonen) en stukjes DNA die coderen voor niets (intronen).