Biologie samenvatting hoofdstuk 5: Regeling (havo 4)
5.1 regeling en homeostase
Homeostase
Normwaarde = je lichaam handhaaft factoren zoals zuurstofconcentratie en
lichaamstemperatuur rondom een bepaalde waarde.
Dynamisch evenwicht = factoren zoals omgeving en activiteiten beïnvloeden je
lichaamstemperstuur.
Homeostase = het constant houden van het interne milieu van een organisme.
Dynamische evenwicht wordt in stand gehouden door de regelkring.
Regelkringen
Negatieve terugkoppeling = wanneer een toename van het resultaat een remming van het
proces heeft veroorzaakt.
Positieve terugkoppeling = wanneer een toename van het resultaat het proces versterkt. Bv.
Wanneer het eind van de zwangerschap het progesterongehalte bij de moeder daalt, neemt
de productie van het hormoon oxytocine door de hypofyse toe. Oxytocine zorgt voor
regelmatige samentrekking van de baarmoeder: weeën.
, Biologie samenvatting hoofdstuk 5: Regeling (havo 4)
5.2 Hormonale regulatie
Hormonen
In organismen wordt informatie in de cellen overdragen met
signaalmoleculen. worden door bepaalde cellen afgegeven
en binden aan receptoren in het membraan van andere cellen:
doelwitcellen. binding kan reactie stoppen of op gang
brengen.
De signaalmoleculen die de cellen van hormoonklieren afgeven
zijn hormonen. worden afgegeven aan het bloed dat door de
hormoonklier. Figuur 1: Endocriene klier.
Hormoonklier = endocriene klier (zie figuur 1)
Secretie = de afgifte van hormonen door de hormoonklier.
Exocriene klieren = klieren met een afvoerbuis zoals
zweetklieren en speekselklieren, ze geven hun producten
af via een afvoerbuis: excretie/ uitscheiding.
Doelwitorganen
Hormonen werken alleen in organen waarvan de cellen
receptoren bezitten waaraan het hormoon kan binden. Een
hormoon kan processen in meerde doelwitorganen regelen. Figuur 2: Exocriene klier.
De mate van de reactie wordt bepaalde door de hormoonconcentratie in het bloed en door
het aantal hormoonreceptoren voor een bepaald hormoon op de cellen in het doelwitorgaan.
De effecten van hormonen houden lang aan en zorgen voor processen zoals groei,
ontwikkeling, stofwisseling en voortplanting.
Hormoonklieren
Hormoonklieren: hypofyse, schildklier, bijnieren, eilandjes van Langerhans, teelballen en
eierstokken.
De hypofyse en hypothalamus
De hypofyse bestaat uit de
hypofysevoorkwab en de
hypofyseachterkwab. De
hypofyse produceert
verschillende hormonen.
Boven de hypofyse ligt de
hypothalamus. regelt de
secretie van hormonen door de
hypofyse. Door de hypofyse ne
de hypothalamus zijn het
zenuwstelsel en het
hormoonstelsel met elkaar
verbonden.
Figuur 3: De ligging van de hypothalamus en de hypofyse.
Hypofysehormonen
De hypofyse produceert onder andere groeihormoon (GH). regelt groei en ontwikkeling.
5.1 regeling en homeostase
Homeostase
Normwaarde = je lichaam handhaaft factoren zoals zuurstofconcentratie en
lichaamstemperatuur rondom een bepaalde waarde.
Dynamisch evenwicht = factoren zoals omgeving en activiteiten beïnvloeden je
lichaamstemperstuur.
Homeostase = het constant houden van het interne milieu van een organisme.
Dynamische evenwicht wordt in stand gehouden door de regelkring.
Regelkringen
Negatieve terugkoppeling = wanneer een toename van het resultaat een remming van het
proces heeft veroorzaakt.
Positieve terugkoppeling = wanneer een toename van het resultaat het proces versterkt. Bv.
Wanneer het eind van de zwangerschap het progesterongehalte bij de moeder daalt, neemt
de productie van het hormoon oxytocine door de hypofyse toe. Oxytocine zorgt voor
regelmatige samentrekking van de baarmoeder: weeën.
, Biologie samenvatting hoofdstuk 5: Regeling (havo 4)
5.2 Hormonale regulatie
Hormonen
In organismen wordt informatie in de cellen overdragen met
signaalmoleculen. worden door bepaalde cellen afgegeven
en binden aan receptoren in het membraan van andere cellen:
doelwitcellen. binding kan reactie stoppen of op gang
brengen.
De signaalmoleculen die de cellen van hormoonklieren afgeven
zijn hormonen. worden afgegeven aan het bloed dat door de
hormoonklier. Figuur 1: Endocriene klier.
Hormoonklier = endocriene klier (zie figuur 1)
Secretie = de afgifte van hormonen door de hormoonklier.
Exocriene klieren = klieren met een afvoerbuis zoals
zweetklieren en speekselklieren, ze geven hun producten
af via een afvoerbuis: excretie/ uitscheiding.
Doelwitorganen
Hormonen werken alleen in organen waarvan de cellen
receptoren bezitten waaraan het hormoon kan binden. Een
hormoon kan processen in meerde doelwitorganen regelen. Figuur 2: Exocriene klier.
De mate van de reactie wordt bepaalde door de hormoonconcentratie in het bloed en door
het aantal hormoonreceptoren voor een bepaald hormoon op de cellen in het doelwitorgaan.
De effecten van hormonen houden lang aan en zorgen voor processen zoals groei,
ontwikkeling, stofwisseling en voortplanting.
Hormoonklieren
Hormoonklieren: hypofyse, schildklier, bijnieren, eilandjes van Langerhans, teelballen en
eierstokken.
De hypofyse en hypothalamus
De hypofyse bestaat uit de
hypofysevoorkwab en de
hypofyseachterkwab. De
hypofyse produceert
verschillende hormonen.
Boven de hypofyse ligt de
hypothalamus. regelt de
secretie van hormonen door de
hypofyse. Door de hypofyse ne
de hypothalamus zijn het
zenuwstelsel en het
hormoonstelsel met elkaar
verbonden.
Figuur 3: De ligging van de hypothalamus en de hypofyse.
Hypofysehormonen
De hypofyse produceert onder andere groeihormoon (GH). regelt groei en ontwikkeling.