Diagnostiek en behandeling
Leren voor het tentamen
Boek klinische 3 diagnostiek en behandeling
H1 Psychodiagnostiek
H2 Behandelindicatie
H3 Trans diagnostische benadering
H6 Cliëntgerichte benadering
H7 Cognitieve gedragstherapie
H8 Interpersoonlijke psychotherapie
H9 Angststoornissen
H10 Stemmingsstoornissen
H11 Posttraumatische-stressstoornis
H17 Persoonlijkheidsstoornissen
H22 Slaapstoornissen
Boek klinische 1 en 2
H10 testkeuze
Boek psychodiagnostiek en assessment
H1 diagnostiek en inschatten van mensen
Its learning
Document schematherapie
,College 1, psychodiagnostiek
Psychodiagnostiek: je bent continu aan het toetsen, lezen van gedrag en doen van voorspellingen.
We schatten op basis van persoonskenmerken (toekomstig) gedrag in.
Enkele vormen:
Leraar: niveau leerling inschatten
Rechter: risico verdachte inschatten
Beoordelingen doen als arts: onderzoek kanker
Valide positief: terecht kanker diagnosticeren (het is waar en er is iets aan de hand)
Fout positief: onterecht kanker diagnosticeren (er wordt wel iets gediagnosticeerd (daarom positief)
maar het is vervolgens fout)
Fout negatief: onterecht GEEN kanker diagnosticeren (je zegt er is iets niet aan de hand (daarom
negatief) en het is vervolgens wel zo)
Valide negatief: terecht geen (geen betekent negatief) kanker diagnosticeren)
Beoordelingsfouten
Verstandige fouten: Better safe than sorry. Als jij als hert op de hei gras te eten, je hoort geritsel. Je
kan dan blijven staan of wegrennen. Als je dan wegrent en het schijnt geen leeuw te zijn dan heb je
een verstandige fout gemaakt.
Overschatten van specifieke kansen: bepaalde personen zullen bepaalde dingen doen. De aanname
dat bepaalde personen bepaalde dingen zullen doen. Bijvoorbeeld dat mannen chirurgen zijn, of dat
alleen mannen in de bouw werken.
Beschikbaarheidsheuristiek: bepaalde informatie overwaarderen. Bijvoorbeeld wanneer er weer een
vliegtuig neerstort zeggen: zie je wel, vliegen is niet veilig.
Regressie naar het gemiddelde: de neiging extreme scores over te waarderen, terwijl het
gemiddelde vaker voorkomt. Als je aan iemand die depressief is vraagt wat voor cijfer geef je het jaar
dan is de kans groot dat ze zeggen 3. Terwijl als je het per dag vraagt dan zullen ze ook wel eens 6
zeggen. We vergeten het gemiddelde.
Primacy/ recency effect: de eerste en laatste info overwaarderen
Horn- en halo effect: alles mooier of minder mooi zien.
Psychodiagnostiek
Je kan beoordelingsproblematiek systematisch tegengaan door:
- Zoeken naar contrary evidence/falsificatie. , testen afnemen (bvb. Intelligentie test, die test
kijkt niet naar het uiterlijk van iemand)
- Wetenschappelijk onderbouwde methoden en instrumenten: COTAN
Klinische psychodiagnostiek
Vragen:
- Wat is er met deze cliënt aan de hand?
- Wat kunnen de problemen verklaren?
- Welke mogelijkheden zijn er voor behandeling?
Zoveel mogelijk gebruiken van wetenschappelijke methodes, informatie gestructureerd verzamelen
en verantwoord interpreteren.
, Wanneer psychogiagnostiek?
- Meervoudige problematiek
- Vermoeden dat intelligentie, ontwikkeling, persoonlijkheid, cognitie rol spelen.
- Meerder psychologische behandelingen zonder (gewenst) resultaat.
- Wanneer mogelijk persoonlijkheidsproblematiek vraag om intensievere
behandeling/begeleiding.
Hypotheses opstellen en toetsen
Empirische cyclus: je stelt een hypothese op en deze ga je toetsen
Probleem Vermoedelijke verklaring probleem hypothesevorming Toetsen van hypotheses
kennis leidt tot aannemen of verwerpen hypotheses.
Diagnostische cyclus
- Klachtanalyse
- Probleemanalyse
- Verklaringsanalyse
- Indicatieanalyse
Klachtenanalyse: wat is de vraag?
Wat is de aanleiding om onderzoek aan te vragen?
Wat verwacht de aanvrager van het onderzoek?
Wat is de hulpvraag van de cliënt?
Is er al eerdere info uit behandeling of onderzoek bekend?
Klachtanalyse volgt op aanmelding en leidt tot verhelderende diagnose en zet kaders voor (nieuw)
diagnostisch onderzoek.
Probleemanalyse: wat is het probleem?
Duidelijk beeld van cliënt, persoonskenmerken en omgevingswereld.
- Gestandaardiseerde klachteninventarisatie
- Speciele anamnese: specifieke klachten, luxerende factoren, interferentie
- Psychiatrische anamnese: psychiatrische symptomen
- Observaties tijdens gesprek(ken): wat is waarneembaar in contact?
- Biografische anamnese en/of heteroanamnese.
- Huidig functioneren
Beschrijvende diagnose volgt hieruit.
Verklaringsanalyse: hoe verklaren?
Wetenschappelijke houding: hypotheses toetsen (verschillende instrumenten):
- Keuze instrument/methode
- Uitvoering onderzoek
- Interpretatie resultaten
- Intergratie van onderzoeksresutaten
- Terugkoppelingsgesprek
Verklaringsanalyse: deelnemen aan onderzoek
Indicatieanalyse: wat is de beste aanpak?
Op basis van onderzoeksuitkomsten doe je een predictie over de veranderbaarheid van de klachten.