Zevende tijdvak: 1700 - 1800
4.1 De Pruikentijd
Door de groeiende wereldhandel kreeg de burgerij in de 18 e eeuw steeds meer
economische macht. Toch bleef de standenmaatschappij bestaan in de meeste
Europese landen.
De denkbeelden over de staat en maatschappij begonnen te veranderen. Het
was de eeuw van verlichting
De Standenmaatschappij
Nederland in verval
Was Nederland eerst één van de rijkste landen, deze economische voorsprong
ging in de 18e eeuw verloren. Nederland was niet meer groot in handel (Vanaf
1780 leed het VOC verlies) en nijverheid. Er ontstond armoede en
werkeloosheid. In Amsterdam had je wel nog de rijke bankieren die goed zaken
deden.
De handel werd o.a. overgenomen door Engeland en Schotland (vanaf 1707
werd dit Groot Brittanië)
Pruikentijd =
De pruik was voor de adel en de hogere burgerij een statussymbool. Hiermee
lieten ze zien hoe rijk en belangrijk ze waren.
Economische bloei in Frankrijk
In de landbouwstedelijke samenleving begon de nijverheid en de handel te
groeien. Rond Parijs kwamen er grote bedrijven in oa textiel en wapens.
Wel bleef de landbouw het belangrijkste middel van bestaan. Er waren grote
verschillen tussen de boeren. Sommigen waren welvarend maar de meeste
waren arm. Zij moesten een groot deel van hun oogst inleveren en
herendiensten leveren aan de edelmannen in ruil voor grondpacht.
, De Franse standenmaatschappij
Standenmaatschappij =
Staat of maatschappij waarin de bevolking is verdeeld in standen
1. Eerste stand: geestelijkheid
Kleine groep met veel voorrechten
2. Tweede stand: de adel
Iets grotere groep met veel voorrechten
3. Derde stand: de burgers (oa de arbeiders, boeren, kooplieden en
ambachtslieden)
Grootste groep met weinig voorrechten. Sommigen waren misschien wel
rijk maar hadden niet de voorrechten zoals de adel
De voorrechten waren oa:
Ze hadden hun eigen rechtspraak
Ze hoefden bijna geen belasting te betalen
Alleen de adel kon doordringen in hogere rangen (leger en ambtenarij)
De koning stond boven alle standen en was absoluut. Hij hoefde aan niemand
verantwoording af te leggen en besliste over oorlog en vrede. Het geld dat hij
daarvoor nodig had werd vooral opgebracht door de burgers via
belastingheffing
De verlichting
Gebruik je verstand!
1784 > Imanuel Kant schreef: “Durf te weten, gebruik je verstand”
Verlichting =
Stroming die meende dat met het verstand alles kan worden verklaard en dat
de maatschappij gebaseerd moet zijn op rede (verstand)
Er ontstonden nieuwe ideeën over de godsdienst, de politiek en de
maatschappij.
Aanhangers van de verlichting waren:
Optimistisch (positief denken)
rationeel = redelijk, dmv verstand
tolerant tov de godsdienst.
Niemand moest gelovig zijn en er bestond niet maar één ware
godsdienst