5.1 Genotype en fenotype blz 8 t/m 11
Fenotype = zichtbare eigenschappen van een individu= je verschijningsvorm,
je uiterlijk
Genotype = de erfelijke informatie in het DNA = je bouwplan
bijv haarkleur, soort haar, kleur van je ogen
Je fenotype (hoe je bent, hoe je wordt) wordt niet alleen bepaald door je
genotype maar ook door het milieu waarin je leeft = omgevingsfactoren.
Je huidskleur verandert bijv in de zomer onder invloed van de zon. Je lichte
huid wordt dan bruin. Je fenotype verandert dan dus, je genotype blijft gelijk.
Je erfelijke informatie ligt vast in het DNA in de celkernen. Elke cel in je lichaam
bevat een celkern waarin alle erfelijke informatie zit ( in het DNA in je
chromosomen).
Chromosomen =
Zitten in de celkern
zijn dunne, lange draden draden
zijn opgebouwd uit DNA en bevatten alle erfelijke informatie
Zijn alleen zichtbaar als een cel zich deelt; ze zijn dan korter en dikker
Om in een celkern te passen is de streng DNA op een speciale manier opgerold
tot chromosomen
DNA =
De DNA-streng bevat alle erfelijke informatie die er nodig is om een organisme
te laten ontwikkelen en functioneren.
Menselijke cel
Bevat 46 chromosomen waarvan 23 paar (de chromosomen zijn 2 aan 2 gelijk).
In elke celkern zitten dus 23 paar chromosomen. De ene helft is van de moeder
afkomstig, de andere helft van de vader
, Lichaamscellen =
Cellen waaruit het lichaam is opgebouwd. Ze bevatten allemaal een celkern
met 23 chromosoom paren.
Bijv spiercellen, levercellen.
In tegenstelling tot de lichaamscellen hebben de geslachtscellen enkelvoudige
chromosomen
Elke soort heeft een even aantal chromosomen (in paren) in de lichaamscellen.
Een meercellig organisme bestaat uit miljarden celen die allemaal dezelfde
chromosoomparen hebben.
5.2 Chromosomen, genen en eiwitten blz 12 t/m 14
Gen =
Deel van een chromosoom dat informatie bevat voor één erfelijke eigenschap.
Elk chromosoom bevat veel genen.
Elke cel met een celkern bevat alle genen = genotype is dus het geheel van
genen dat in de celkern zit
Allel =
Enkelvoudig gen van het genen paar (immers chromosomen komen in paren
voor die aan elkaar gelijk zijn, degenen komen dus ook in paren voor)
Allelen paar = genen paar =
Ze bevatten de informatie van één erfelijke eigenschap bijv oogkleur. Wel kan
het zijn dat binnen het paar het ene allel informatie bevat voor bruine ogen en
de andere voor blauw ogen. Dus de allelen binnen een paar kunnen van
informatie verschillen voor dezelfde eigenschap
Een geslachtscel bevat enkelvoudige chromosomen dus ook enkelvoudige
allelen.
Bij bevruchting smelten de keren samen (ieder heeft 23 chromosomen) zodat
de kern van de bevruchte eicel weer 46 chromosomen bevat. Daarbij zijn de
chromosomen weer 2 aan 2 gelijk alleen bevat de ene chromosoom info van de
moeder en de ander info van de vader.