Geschiedenis Samenvatting Tijdvak 1 tm 5 VWO
Tijdvak 1. De tijd van Jagers en Verzamelaars
1950 - 2000
1. DE EERSTE MENSEN:
Jagers en Verzamelaars:
- Tot 3000 voor chr. (steentijd)
- Ongeschreven bronnen (archeologie)
- Prehistorie
Bronnen uit de Prehistorie —> ongeschreven & primair
Waarom de Homo Sapiens over de wereld heersen
Mensen zijn anders dan andere dieren:
- in fysieke (lichamelijke) zin: zoals hersenomvang, lichaamsbouw, loopwijze en DNA-samenstelling.
- op cognitief (kennis) gebied: gebruik van hersenen wat tot uitdrukking komt in taal, hanteren van werktuigen en vuur, leren van
anderen.
- op (psycho-)sociaal terrein: omgang met elkaar, taal, emoties
2. KENMERKEN PREHISTORISCHE VOLKEN:
- Nomaden
- Natuurvolken
- Kleine groepen
- Geen echte leider
- Geen rijke of arme mensen/ verschil in status (egalitair)
- Rolverdeling man/ vrouw
- Grafgiften
- Jachtoffers/ offers aan de natuur
- Jagen op dieren
Eerste Mensen in Nederland—> Neanderthalers (zoals Trijntje)
3. ONTSTAAN LANDBOUW:
Oorzaken ontstaan landbouw:
- Klimaatverandering
- Minder groot wild, meer getemd wild (inzetten voor landbouw)
Van jagen en verzamelen naar akkerbouw en veeteelt:
- Landbouwrevolutie (neolithische revolutie: vanaf 10.000 v. Ch.)
- Landbouw > middel van bestaan
- Ontstaan landbouw (akkerbouw) in vruchtbare halve maan
,- Ontstaan veeteelt: Temmen wilde dieren: domesticatie (8000 v.c.)
- De ‘beste’ planten en dieren bleven over.
Gevolgen ontstaan landbouw
- Meer eten (Kwantiteit en kwaliteit)
- Grotere bevolking
- Sedentaire samenleving
- Meer bezit
- Verschil tussen arm en rijk
- Van een jagers en verzamelaars samenleving naar een agrarische samenleving (landbouwsamenleving)
- Niet overal tegelijk! Een evolutie, geen revolutie
4. DE EERSTE STEDEN (3500 V.C.) :
Mesopotamië: tussen de Eufraat en de Tigris (Soemerie) = de eerste landbouwstedelijke samenleving
Oorzaken:
- Vruchtbare grond zorgde voor grote voorraden door landbouw (overschotten). Niet iedereen moest in landbouw werken.
- Grotere groepen mensen samenwerken rondom
Rivier: irrigatie
Ontstaan: specialisaties (nijverheid), andere beroepen
Verschil tussen dorp en stad
- Stad: grote groep mensen dicht op elkaar
- Landbouw: niet meer het belangrijkste middel van bestaan;
- arbeidsverdeling en arbeidsspecialisatie.
- ambachts nijverheid en de handel
- functies in bestuur (ambtenaren) & verdediging (soldaten) vd stad
- Een stad vervult een regionale functie op het gebied van handel, bestuur en cultuur
- In een stedelijke gemeenschap is sprake van een groeiende hiërarchie op politiek, economisch, sociaal en cultureel gebied
Gevolgen ontstaan eerste steden:
- Ontstaan sociale verschillen
- Ontstaan stedelijke beschavingen (heersers over een groot gebied)
- Ontstaan polytheïstische godsdiensten (priesterklasse)
- Ontstaan schrift (administratie)
Denken over leven na dood: boeren begaafde of cremeerde doden op zelfde plek. Geloofde in leven na de dood en
voorouderverering. Graven werden gemaakt van grote zwerfstenen: hunebedden.
Tijdvak 2. De tijd van Grieken en Romeinen
Begin van de Oudheid:
- uitvinding van schrift (3000 v ch) > Tijd van de Grieken en Romeinen
- Oudste Europese beschaving: Minoïsche beschaving op Kreta
5. GRIEKSE STADSTATEN VANAF 850 – 338 V CHR.
Griekenland was niet één land
Polis = stadstaat= stad met omringend platteland
- Gebied met vaste grenzen en eigen bestuur
- Stad omringt met platteland
- Klein oppervlakte en inwonersaantal
- Agrarisch-stedelijke samenleving
, - Dezelfde taal
- Hetzelfde geloof
- Handel (middellandse zee) en nijverheid in de steden met dezelfde munt
- Dezelfde bouw en beeldhouwkunst
- Autarkisch= zelfvoorzienend
- Autonoom= eigen bestuur en regels
Monarchie: macht bij 1 persoon (niet wettelijk)
Tyrannie: macht bij 1 persoon (niet wettelijk) Aristocratie: macht bij de adel
Oligarchie: macht bij en kleine groep mensen
Democratie: macht bij bevolking met burgerrecht.
Athene eerste stadstaat met democratie:
- Volksvergadering: ongeveer 6000 mannen die besloten wie de leiders waren en deze ook af mochten zetten
- Burgerrecht: Alleen mannen die in Athene geboren waren (autochtone)
- Ambten hadden een roulatiesysteem om te voorkomen dat één persoon de macht zou grijpen
- Ostracisme: burgers mochten stemmen over wie er uit Athene verbannen moest worden
Democratie de beste Staatsvorm?
Socrates en Plato vonden van niet:
- Het volk was te emotioneel en had te weinig verstand
- Politici waren teveel bezig om het volk naar de mond te praten
Aristoteles:
- Zolang er maar een regering was die het algemeen belang voorop stelde
- Geen eigenbelang of willekeur
6. GRIEKSE WERELD (850 V CHR - 338 V CHR):
- Griekse beschaving groeide enorm
- Sommige besloten beschaving op andere plekken te starten
> ontstond echt Griekse beschaving
Tot 338 v Chr.:
- Griekenland overgenomen door Noorder buren Macedoniërs
- Zoon van deze koning: Alexander de Grote veroverde grote delen
Alexander de Grote: verspreidde Griekse cultuur naar Oosten= Hellenisme
Griekse poleis: Sparta en Athene
- Samen oorlog voeren tegen Perzië
- Oorlog tegen elkaar voeren: Peloponnesische oorlogen (431 v chr - 404 v chr)
- Athene: wetenschap en kunst
- Sparta: militaristisch
Hetzelfde Geloof:
- Natuurgodsdiensten
- Polytheïstisch
- Mythisch denken: goden zijn de verklaring voor alles in het leven
- Wetenschappelijk denken: Door studie en onderzoek is alles te verklaren
Het Handel (Middellandse Zee) en Nijverheid in de Steden: Koloniën aan de kusten van de middellandse zee
7. DE KLASSIEKEN
- Tijdloze kwaliteit
- De manier waarop beschavingen in de Oudheid zich in de kunst en in het bijzonder in de beeldhouwkunst en de architectuur
uitdrukten wordt (de klassieke) vormentaal genoemd.
Grieks Beeld
- Natuurlijke beweging
Tijdvak 1. De tijd van Jagers en Verzamelaars
1950 - 2000
1. DE EERSTE MENSEN:
Jagers en Verzamelaars:
- Tot 3000 voor chr. (steentijd)
- Ongeschreven bronnen (archeologie)
- Prehistorie
Bronnen uit de Prehistorie —> ongeschreven & primair
Waarom de Homo Sapiens over de wereld heersen
Mensen zijn anders dan andere dieren:
- in fysieke (lichamelijke) zin: zoals hersenomvang, lichaamsbouw, loopwijze en DNA-samenstelling.
- op cognitief (kennis) gebied: gebruik van hersenen wat tot uitdrukking komt in taal, hanteren van werktuigen en vuur, leren van
anderen.
- op (psycho-)sociaal terrein: omgang met elkaar, taal, emoties
2. KENMERKEN PREHISTORISCHE VOLKEN:
- Nomaden
- Natuurvolken
- Kleine groepen
- Geen echte leider
- Geen rijke of arme mensen/ verschil in status (egalitair)
- Rolverdeling man/ vrouw
- Grafgiften
- Jachtoffers/ offers aan de natuur
- Jagen op dieren
Eerste Mensen in Nederland—> Neanderthalers (zoals Trijntje)
3. ONTSTAAN LANDBOUW:
Oorzaken ontstaan landbouw:
- Klimaatverandering
- Minder groot wild, meer getemd wild (inzetten voor landbouw)
Van jagen en verzamelen naar akkerbouw en veeteelt:
- Landbouwrevolutie (neolithische revolutie: vanaf 10.000 v. Ch.)
- Landbouw > middel van bestaan
- Ontstaan landbouw (akkerbouw) in vruchtbare halve maan
,- Ontstaan veeteelt: Temmen wilde dieren: domesticatie (8000 v.c.)
- De ‘beste’ planten en dieren bleven over.
Gevolgen ontstaan landbouw
- Meer eten (Kwantiteit en kwaliteit)
- Grotere bevolking
- Sedentaire samenleving
- Meer bezit
- Verschil tussen arm en rijk
- Van een jagers en verzamelaars samenleving naar een agrarische samenleving (landbouwsamenleving)
- Niet overal tegelijk! Een evolutie, geen revolutie
4. DE EERSTE STEDEN (3500 V.C.) :
Mesopotamië: tussen de Eufraat en de Tigris (Soemerie) = de eerste landbouwstedelijke samenleving
Oorzaken:
- Vruchtbare grond zorgde voor grote voorraden door landbouw (overschotten). Niet iedereen moest in landbouw werken.
- Grotere groepen mensen samenwerken rondom
Rivier: irrigatie
Ontstaan: specialisaties (nijverheid), andere beroepen
Verschil tussen dorp en stad
- Stad: grote groep mensen dicht op elkaar
- Landbouw: niet meer het belangrijkste middel van bestaan;
- arbeidsverdeling en arbeidsspecialisatie.
- ambachts nijverheid en de handel
- functies in bestuur (ambtenaren) & verdediging (soldaten) vd stad
- Een stad vervult een regionale functie op het gebied van handel, bestuur en cultuur
- In een stedelijke gemeenschap is sprake van een groeiende hiërarchie op politiek, economisch, sociaal en cultureel gebied
Gevolgen ontstaan eerste steden:
- Ontstaan sociale verschillen
- Ontstaan stedelijke beschavingen (heersers over een groot gebied)
- Ontstaan polytheïstische godsdiensten (priesterklasse)
- Ontstaan schrift (administratie)
Denken over leven na dood: boeren begaafde of cremeerde doden op zelfde plek. Geloofde in leven na de dood en
voorouderverering. Graven werden gemaakt van grote zwerfstenen: hunebedden.
Tijdvak 2. De tijd van Grieken en Romeinen
Begin van de Oudheid:
- uitvinding van schrift (3000 v ch) > Tijd van de Grieken en Romeinen
- Oudste Europese beschaving: Minoïsche beschaving op Kreta
5. GRIEKSE STADSTATEN VANAF 850 – 338 V CHR.
Griekenland was niet één land
Polis = stadstaat= stad met omringend platteland
- Gebied met vaste grenzen en eigen bestuur
- Stad omringt met platteland
- Klein oppervlakte en inwonersaantal
- Agrarisch-stedelijke samenleving
, - Dezelfde taal
- Hetzelfde geloof
- Handel (middellandse zee) en nijverheid in de steden met dezelfde munt
- Dezelfde bouw en beeldhouwkunst
- Autarkisch= zelfvoorzienend
- Autonoom= eigen bestuur en regels
Monarchie: macht bij 1 persoon (niet wettelijk)
Tyrannie: macht bij 1 persoon (niet wettelijk) Aristocratie: macht bij de adel
Oligarchie: macht bij en kleine groep mensen
Democratie: macht bij bevolking met burgerrecht.
Athene eerste stadstaat met democratie:
- Volksvergadering: ongeveer 6000 mannen die besloten wie de leiders waren en deze ook af mochten zetten
- Burgerrecht: Alleen mannen die in Athene geboren waren (autochtone)
- Ambten hadden een roulatiesysteem om te voorkomen dat één persoon de macht zou grijpen
- Ostracisme: burgers mochten stemmen over wie er uit Athene verbannen moest worden
Democratie de beste Staatsvorm?
Socrates en Plato vonden van niet:
- Het volk was te emotioneel en had te weinig verstand
- Politici waren teveel bezig om het volk naar de mond te praten
Aristoteles:
- Zolang er maar een regering was die het algemeen belang voorop stelde
- Geen eigenbelang of willekeur
6. GRIEKSE WERELD (850 V CHR - 338 V CHR):
- Griekse beschaving groeide enorm
- Sommige besloten beschaving op andere plekken te starten
> ontstond echt Griekse beschaving
Tot 338 v Chr.:
- Griekenland overgenomen door Noorder buren Macedoniërs
- Zoon van deze koning: Alexander de Grote veroverde grote delen
Alexander de Grote: verspreidde Griekse cultuur naar Oosten= Hellenisme
Griekse poleis: Sparta en Athene
- Samen oorlog voeren tegen Perzië
- Oorlog tegen elkaar voeren: Peloponnesische oorlogen (431 v chr - 404 v chr)
- Athene: wetenschap en kunst
- Sparta: militaristisch
Hetzelfde Geloof:
- Natuurgodsdiensten
- Polytheïstisch
- Mythisch denken: goden zijn de verklaring voor alles in het leven
- Wetenschappelijk denken: Door studie en onderzoek is alles te verklaren
Het Handel (Middellandse Zee) en Nijverheid in de Steden: Koloniën aan de kusten van de middellandse zee
7. DE KLASSIEKEN
- Tijdloze kwaliteit
- De manier waarop beschavingen in de Oudheid zich in de kunst en in het bijzonder in de beeldhouwkunst en de architectuur
uitdrukten wordt (de klassieke) vormentaal genoemd.
Grieks Beeld
- Natuurlijke beweging