Geschiedenis Samenvatting Tijdvak 7 VWO
Tijdvak 7: Tijd van pruiken en revoluties
1700- 1800
Pruiken: Gevestigde orde (adel, koningen, keizers etc) die macht proberen te houden
Revoluties: nieuwe manier van denken die leidt tot het omverwerpen van deze macht
1. VERLICHTING
Samenleving voor verlichting:
- gebaseerd op geloof en God bepaald sociale orde
- Absolute vorsten
- Strenge religieuze & geestelijke censuur
Verlichting: stroming van geleerden die meende dat alles (politiek, sociaal, economisch en cultureel) met behulp van verstand kon
worden verklaard > vooruitgang in de samenleving
Verlichting: rationeel denken, verstand, onderzoek doen, vrijheid, gelijkheid & broederschap
- Rationeel optimisme
- Alles kon met verstand worden verklaard
Nadenken over:
Politiek: Soevereiniteit, relatie vorst en volk, relatie staat en burger, vrijheid en gelijkheid tussen mensen
- Montesquieu: TRIAS POLITICA & koning mag niet alles alleen voor het zeggen hebben
- Locke & Rousseau: sociaal contract: overheid zorgt voor burgers en overheid zorgt voor bescherming, als volk niet tevreden is
mogen ze koning afzetten
Cultuur: scheiding kerk en staat, religieuze tolerantie, god geen invloed op dagelijks leven, Wonderen bestaan niet, God heeft wel
aarde gemaakt maar is nu bezig met hemel (VOLTAIRE)
Economie: vrije markt economie, vraag en aanbod, laissez-faire, Adam Smith (1776 The Wealth of Nations), Laat mensen hen eigen
belang nastreven
Sociaal: Gelijkheid:Iedereen hetzelfde geboren, Macht & intelligentie beïnvloed door omgeving en opvoeding,
Organiseren vd samenleving baseren op verstand:
- Wetten niet meer gebaseerd op geloof
- Wetten moeten welzijn van iedereen nastreven
Gevolg:
- Burgers moeten invloed op bestuur krijgen
- Met goede scholing kan iedereen slim worden
- De wereld wordt eerlijker en beter: optimisme!
2. ANCIEN REGIME
Voor verlichting: Lodewijk de 14e
Ancien regime= oude bestuur van Frankrijk tot 1789, vorst heeft absolute macht, Droit Divin, Standensamenleving
- Absolutisme kreeg kritiek
- Derde stand heel ontevreden (burgers en boeren).
3 standen:
2. Eerste stand (2%) Geestelijken
3. Tweede stand (2%) Edelen
4. Derde stand (96%) Burgers & Boeren
Vorsten voelde kritiek aankomen: probeerde macht te behouden maar verlichte waarden= Verlicht absolutisme
- Soevereiniteit bij vorst (Absolutisme)
Verlicht absolutisme= regeringsvorm waarbij vorst alle macht heeft maar met verlicht ideeën in zijn bestuur wil verbeteren
Tijdvak 7: Tijd van pruiken en revoluties
1700- 1800
Pruiken: Gevestigde orde (adel, koningen, keizers etc) die macht proberen te houden
Revoluties: nieuwe manier van denken die leidt tot het omverwerpen van deze macht
1. VERLICHTING
Samenleving voor verlichting:
- gebaseerd op geloof en God bepaald sociale orde
- Absolute vorsten
- Strenge religieuze & geestelijke censuur
Verlichting: stroming van geleerden die meende dat alles (politiek, sociaal, economisch en cultureel) met behulp van verstand kon
worden verklaard > vooruitgang in de samenleving
Verlichting: rationeel denken, verstand, onderzoek doen, vrijheid, gelijkheid & broederschap
- Rationeel optimisme
- Alles kon met verstand worden verklaard
Nadenken over:
Politiek: Soevereiniteit, relatie vorst en volk, relatie staat en burger, vrijheid en gelijkheid tussen mensen
- Montesquieu: TRIAS POLITICA & koning mag niet alles alleen voor het zeggen hebben
- Locke & Rousseau: sociaal contract: overheid zorgt voor burgers en overheid zorgt voor bescherming, als volk niet tevreden is
mogen ze koning afzetten
Cultuur: scheiding kerk en staat, religieuze tolerantie, god geen invloed op dagelijks leven, Wonderen bestaan niet, God heeft wel
aarde gemaakt maar is nu bezig met hemel (VOLTAIRE)
Economie: vrije markt economie, vraag en aanbod, laissez-faire, Adam Smith (1776 The Wealth of Nations), Laat mensen hen eigen
belang nastreven
Sociaal: Gelijkheid:Iedereen hetzelfde geboren, Macht & intelligentie beïnvloed door omgeving en opvoeding,
Organiseren vd samenleving baseren op verstand:
- Wetten niet meer gebaseerd op geloof
- Wetten moeten welzijn van iedereen nastreven
Gevolg:
- Burgers moeten invloed op bestuur krijgen
- Met goede scholing kan iedereen slim worden
- De wereld wordt eerlijker en beter: optimisme!
2. ANCIEN REGIME
Voor verlichting: Lodewijk de 14e
Ancien regime= oude bestuur van Frankrijk tot 1789, vorst heeft absolute macht, Droit Divin, Standensamenleving
- Absolutisme kreeg kritiek
- Derde stand heel ontevreden (burgers en boeren).
3 standen:
2. Eerste stand (2%) Geestelijken
3. Tweede stand (2%) Edelen
4. Derde stand (96%) Burgers & Boeren
Vorsten voelde kritiek aankomen: probeerde macht te behouden maar verlichte waarden= Verlicht absolutisme
- Soevereiniteit bij vorst (Absolutisme)
Verlicht absolutisme= regeringsvorm waarbij vorst alle macht heeft maar met verlicht ideeën in zijn bestuur wil verbeteren