Hoofdstuk
1
Investeringsbeslissingen
2
1.1
De
investerings-‐
en
financieringsbeslissing
2
1.2
Soorten
investeringen
2
1.3
Het
proces
van
investeringsselectie
2
1.4
Investeringsprojecten
3
1.5
Methoden
om
investeringsvoorstellen
te
beoordelen
3
1.6
Netto
contante
waarde
en
interne
rentabiliteit
5
1.7
Vergelijking
van
de
selectiemethoden
5
1.8
Winstgevendheidsindex
6
1.9
Berekening
differentiële
primaire
geldstromen
6
1.10
Relatie
tussen
primaire
en
secundaire
geldstormen
7
1.11
investeren
en
financiële
planning
7
Hoofdstuk
2
Investeringsselectie
en
onzekerheid
7
2.1
Onzekerheid
en
risico
7
2.2
Risico
in
de
financieringstheorie
8
2.3
Samenhang
tussen
investeringsprojecten
9
2.4
Risico
en
vermogenskostenvoet
9
2.5
CAPM,
investeringsprojecten
en
aandeelhouderswaarde
10
2.6
Enkele
factoren
die
het
risico
van
een
investeringsproject
beïnvloeden
10
2.7
Risico
voor
de
verschaffers
van
het
eigen
vermogen
10
2.8
Risicohouding
in
de
praktijk
10
2.9
Beslissingsboom
10
2.10
Het
schatten
van
toekomstige
geldstromen
11
Hoofdstuk
3
Beslissingen
over
duurzame
productiemiddelen
11
3.1
Beslissingen
over
de
economische
levensduur
11
3.2
Productiemiddelen
huren
of
kopen?
12
3.3
Verschillende
vormen
van
leasing
12
3.4
Motieven
om
tot
leasing
over
te
gaan
12
3.5
Gevolgen
van
leasing
voor
de
rentabiliteit
12
3.6
Kopen
en
vreemd
vermogen
aantrekken
of
leasen?
12
3.7
Financial
lease
13
Hoofdstuk
4
Beslissingen
in
verband
met
voorraden
13
4.2
waarom
houden
ondernemingen
voorraden
aan?
13
4.3
Factoren
die
de
optimale
bestelgrootte
bepalen
13
4.4
Veiligheidsvoorraad
14
4.5
Levertijd
14
4.6
Beheersing
van
de
goederenstromen
14
Hoofdstuk
5
Debiteuren-‐
en
crediteurenbeheer
14
5.1
Verkopen
op
rekening
14
5.2
Debiteurenbeleid
en
bedrijfsresultaat
(Ebit)
15
5.3
Betalingscondities
15
5.4
Beoordeling
van
de
kredietwaardigheid
15
5.5
kosten
in
verband
met
debiteuren
16
5.6
factoring
16
5.7
crediteurenbeleid
18
5.8
Beheer
netto
werkkapitaal
18
5.9
Uitbesteding
18
Hoofdstuk
6
Planning
en
beheer
van
geldstromen
18
6.1
Waarover
gaat
cash
management?
18
6.2
Werkkapitaalbeheer
19
6.3
Saldobeheer
19
6.4
Geldstroombeheer
19
6.5
Liquiditeitenbeheer
19
6.6
Beheer
van
renteposities
21
,Hoofdstuk
1
Investeringsbeslissingen
1.1
De
investerings-‐
en
financieringsbeslissing
Het
investeringsproces
omvat
het
ontwikkelen,
beoordelen,
selecteren
en
evalueren
van
investeringsprojecten.
Investeren
is
het
aanschaffen
van
vaste
of
vlottende
activa
door
de
ondernemingen.
Partiële
en
totale
financiering
Bij
Partiële
financiering
is
er
een
directe
koppeling
tussen
de
investeringsbeslissingen
en
de
financiering
van
de
investering.
Bij
totale
financiering
kijken
we
naar
de
totale
vermogensbehoefte
die
voortvloeit
uit
de
activa
van
de
onderneming,
voor
zover
die
niet
gedekt
zijn
door
vormen
van
partiële
financieringen.
Primaire
en
secundaire
geldstromen
Primaire
geldstromen:
initiële
en
liquiditeitskasstromen,
alle
geldstromen
behalve
van
en
naar
de
vermogensmarkt.
Secundaire
geldstromen:
exploitatiekasstroom,
alle
geldstromen
van
en
naar
de
vermogensmarkt.
Indeling
van
de
winst-‐en
verliesrekening
Bij
het
beoordelen
van
investeringsprojecten
gaat
het
er
om
vast
te
stellen
of
de
investering
waarde
toevoegt
aan
de
onderneming.
De
aandeelhouderswaarde
hangt
onder
meer
af
van
het
verschil
tussen
de
ingaande
en
uitgaande
primaire
geldstromen,
die
het
gevolg
zijn
van
de
investering.
1.2
Soorten
investeringen
Vier
groepen
investeringen:
-‐ Verplichte
investeringen
zoals,
investeringen
in
verband
met
milieuvoorschriften,
automatisering.
-‐ Investeringen
voor
onderhoud,
revisie
of
vervanging
van
bedrijfsmiddelen.
-‐ Investeringen
voor
uitbreiding
van
de
capaciteit
van
de
huidige
bedrijfsactiviteiten.
-‐ Er
zijn
investeringen
voor
het
ontwikkelen,
in
productie
nemen
en
op
de
markt
brengen
van
nieuwe
producten.
1.3
Het
proces
van
investeringsselectie
Stappen
investeringsselectie:
-‐ Het
ontwikkelen
van
ideeën
voor
investeringsprojecten
-‐ De
voorbereiding
van
de
investeringsvoorstellen
-‐ Het
herzien
van
bestaande
investeringsprojecten
-‐ De
beoordeling
van
de
investeringsvoorstellen
en
het
opstellen
van
de
investeringsbegroting
-‐ De
uitvoering
van
de
geselecteerde
investeringsprojecten
-‐ Het
bewaken
van
de
uitgevoerde
investeringen
en
de
evaluatie
na
beëindiging
van
het
investeringsproject
Top
down-‐
proces:
van
bovenaf
worden
richtlijnen
gegeven
aan
medewerkers
lager
in
de
organisatie
over
de
investeringen.
Bottom-‐up
proces:
investeringsvoorstellen
kunnen
van
alle
niveaus
binnen
een
organisatie
komen.
Zie
figuur
1.2
blz.
23
voor
proces
van
investeringsselectie.
, De
uiteindelijke
opbrengsten
van
een
investering
zijn
erg
belangrijk.
Er
wordt
altijd
periodiek
een
analyse
gemaakt
van
de
totale
output
en
van
de
efficiency.
Werkelijke
resultaten
worden
zo
vergeleken
met
de
begroting.
1.4
Investeringsprojecten
Differentiële
primaire
geldstroom:
de
verandering
in
de
primaire
geldstroom
die
bijvoorbeeld
het
gevolg
is
van
een
investering.
Zie
voorbeeld
1.1
blz.
25.
Zie
voorbeeld
1.2
blz.
26
hoe
we
voor
het
beoordelen
van
investeringsvoorstellen
de
primaire
gelstormen
na
aftrek
van
vennootschapsbelasting
berekenen.
Er
bestaat
een
verband
tussen
de
fiscale
Ebit
na
Vpb
en
de
differentiële
primaire
geldstromen.
De
som
van
alle
differentiële
primaire
gelstromen
voer
de
hele
projectduur
komt
overeen
met
de
som
van
de
fiscale
Ebit’s
na
Vpb
van
het
project.
1.5
Methoden
om
investeringsvoorstellen
te
beoordelen
de
methoden
die
worden
gebruikt
om
de
financiële
aantrekkelijkheid
te
beoordelen
zijn:
1. Methoden
die
uitgaan
van
boekhoudkundige
benadering.
Hierbij
speelt
tijdvoorkeur
geen
rol.
a. de
boekhoudkundige
terugverdienperiode
b. de
gemiddelde
boekhoudkundige
rentabiliteit
2. Methoden
die
uitgaan
van
een
economische
benadering.
Hierbij
wordt
met
tijdvoorkeur
rekening
gehouden
a. de
economische
terugverdienperiode
b. de
netto
contante
waarde
c. de
annuïteiten
methode
d. de
interne
rentabiliteit
e. de
aangepaste
interne
rentabiliteit
Deze
technieken
worden
in
voorbeeld
1.3
blz.
31
toegelicht.
Boekhoudkundige
terugverdienperiode
De
tijd
die
nodig
is
om
door
middel
van
de
differentiël
primaire
gelstormen
het
geïnvesteerde
bedrag
terug
te
ontvangen,
si
de
terugverdienperiode.
Gemiddelde
boekhoudkundige
rentabiliteit
(GBR)
𝐓𝐨𝐭𝐚𝐚𝐥 𝐄𝐛𝐢𝐭 𝐧𝐚 𝐛𝐞𝐥𝐚𝐬𝐭𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 𝐠𝐞𝐝𝐮𝐫𝐞𝐧𝐝𝐞 𝐥𝐨𝐨𝐩𝐭𝐢𝐣𝐝∶𝐚𝐚𝐧𝐭𝐚𝐥 𝐣𝐚𝐫𝐞𝐧
GBR
=
𝒙 𝟏𝟎𝟎%
𝐆𝐞𝐦𝐢𝐝𝐝𝐞𝐥 𝐠𝐞𝐢𝐧𝐯𝐞𝐬𝐭𝐞𝐞𝐫𝐝 𝐯𝐞𝐫𝐦𝐨𝐠𝐞𝐧
𝐆𝐞𝐢𝐧𝐯𝐞𝐬𝐭𝐞𝐞𝐫𝐝 𝐯𝐞𝐫𝐦𝐨𝐠𝐞𝐧 𝐣𝐚𝐚𝐫 𝟎!𝐥𝐚𝐚𝐭𝐬𝐭𝐞 𝐣𝐚𝐚𝐫
Gemiddeld
geïnvesteerd
vermogen
=
𝟐
Bij
de
berekening
van
het
gemiddeld
geïnvesteerd
vermogen
wordt
ook
rekening
gehouden
met
de
investering
in
het
netto
werkkapitaal.
Voor
projecten
met
een
hoog
risico
zal
een
hogere
GBR
worden
vereist
dan
voor
projecten
met
een
lager
risico.
Economische
terugverdienperiode
De
gelduitgaven
en
geldontvangsten
met
betrekking
tot
de
investering
vindt
plaats
op
verschillende
momenten.
Hierom
moet
rekening
worden
ge
houden
met
tijdsvoorkeur.
Dit
gebeurt
door
de
contante
waarde
te
berekenen.
Een
hoger
interestpercentage
leidt
tot
een
sterkere
mate
van
tijdsvoorkeur.
Bij
de
economische
terugverdienperiode
worden
de
verwachte
differentiële
primaire
gelstormen
contant
gemaakt
naar
het
moment
van
investeren.
Zie
figuur
1.5
en
1.6
blz.
36
voor
een
voorbeeld.