Samenvatting Globalisering
Protectionisme: maatregelen die een land kan nemen om de bedrijven in dit
land te beschermen tegen internationale concurrentie.
Nadeel: kan een nadeel zijn voor inwoners, omdat je iets mooi vindt en je
dat alleen in het buitenland kan kopen. Maar het door de maatregelen te
duur is.
Als allebei de landen voor elkaar de producten heel duur maken
kunnen ze het niet van elkaar kopen.
Vrijhandel: als 2 of meer landen afspreken alle handelsbelemmeringen af te
schaffen kunnen producten tussen landen ongehinderd geïmporteerd of
geëxporteerd worden.
Zonder beperkingen alle producten van over de hele wereld kunnen
kopen, dit noemen we vrije handel.
GATT -> General Agreement on Tariffs and Trade
Werd door 23 landen in 1948 opgericht
Doel: invoertarieven berperken of afschaffen
Na verloop van tijd was dit niet de juiste ‘organisatie’, omdat dit niet als
organisatie was bedoeld.
WTO -> World Trade Organisation
Werd in 1995 als een nieuwe organisatie opgericht
164 landen aangesloten -> vertegenwoordigd meer dan 97% van alle
handel
Afspraken -> geschonden -> boetes
Handelsconflict: een land die een ander land meld die zich niet aan de
afspraken houd -> WTO moet het oplossen
Globalisering/mondialisering: Op economisch, cultureel en politiek gebied is
de wereld door de ontwikkelingen, op onder andere het gebied van vervoer,
informatie- en communicatietechnologie, de afgelopen jaren steeds kleiner
geworden.
Wereldwijde stroom van personen, goederen, diensten, informatie, ideeën
en inversteringen
Massaproductie: de productie van grote hoeveelheden standaardproducten
Schaalvergroting: er worden meer van en bepaald product gemaakt
Schaalvoordelen: bij schaalvergroting worden vaak de productiekosten per
product lager
Protectionisme: maatregelen die een land kan nemen om de bedrijven in dit
land te beschermen tegen internationale concurrentie.
Nadeel: kan een nadeel zijn voor inwoners, omdat je iets mooi vindt en je
dat alleen in het buitenland kan kopen. Maar het door de maatregelen te
duur is.
Als allebei de landen voor elkaar de producten heel duur maken
kunnen ze het niet van elkaar kopen.
Vrijhandel: als 2 of meer landen afspreken alle handelsbelemmeringen af te
schaffen kunnen producten tussen landen ongehinderd geïmporteerd of
geëxporteerd worden.
Zonder beperkingen alle producten van over de hele wereld kunnen
kopen, dit noemen we vrije handel.
GATT -> General Agreement on Tariffs and Trade
Werd door 23 landen in 1948 opgericht
Doel: invoertarieven berperken of afschaffen
Na verloop van tijd was dit niet de juiste ‘organisatie’, omdat dit niet als
organisatie was bedoeld.
WTO -> World Trade Organisation
Werd in 1995 als een nieuwe organisatie opgericht
164 landen aangesloten -> vertegenwoordigd meer dan 97% van alle
handel
Afspraken -> geschonden -> boetes
Handelsconflict: een land die een ander land meld die zich niet aan de
afspraken houd -> WTO moet het oplossen
Globalisering/mondialisering: Op economisch, cultureel en politiek gebied is
de wereld door de ontwikkelingen, op onder andere het gebied van vervoer,
informatie- en communicatietechnologie, de afgelopen jaren steeds kleiner
geworden.
Wereldwijde stroom van personen, goederen, diensten, informatie, ideeën
en inversteringen
Massaproductie: de productie van grote hoeveelheden standaardproducten
Schaalvergroting: er worden meer van en bepaald product gemaakt
Schaalvoordelen: bij schaalvergroting worden vaak de productiekosten per
product lager