Mammacarcinoom en
lymfeoedeem
Hoorcollege 4.7
Borst
De borst bestaat uit:
- Melkklierweefsel
- Vetweefsel
- Bindweefsel
- Huidweefsel
- Melkgangen (ducti)
- Tepel (mamilla)
- Tepelhof (areola)
- Arteriën, venen en lyfmevaten
Nabij liggende structuren zijn de m. pectoralis major en
de ribben.
Mammacarcinoom
Kanker is een situatie van sneller dan normaal delende
cellen die gaan infiltreren in omliggend weefsel: hierdoor
kan het metastaseren en elders in organen of weefsel
groeien en beschadigen en daarmee leiden blijvende
beschadiging en mortaliteit. We noemen dit
maligne=kwaadaardig. Carcinomen hebben een
epitheliale/endotheliale (dekweefsel) oorsprong.
Sarcomen: uit bind- en steunweefsel. Een (snel)
groeiende tumor die niet infiltreert, niet-invasief groeit, is benigne en zaait dus niet uit.
Metastasering (uitzaaiing) kan via:
1. Lyfmevaten (lymfogeen)
2. Bloedvaten (hematogeen
3. Directe doorgroei (infiltratie)
Screening door punctie (cytologie) van losse cellen. Definitieve diagnose door biopsie (histologie) van
weefsel: door grenzen groeien is bewijzend.
In Nederland wordt jaarlijks bij ca. 15.000 vrouwen (en 130 mannen) de diagnose invasieve
borstkanker gesteld en bij ongeveer 2.500 een in situ carcinoom. De kans op het krijgen van
borstkanker is gedurende het leven van een vrouw 12-13%. Hiermee is borstkanker in Nederland de
meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen. Locatie mammacarcinoom: meeste komen voor
in het laterale bovenkwadrant. Risico factoren:
- Toenemende leeftijd (belangrijkste factor)
- Positieve familieanamnese op borstkanker
- Overgewicht
- Vroege 1e menstruatie, late menopauze, kinderloos en/of laat 1 e kind
, - Erfelijke vormen: dragerschap van een BRCA1 of BRCA2-mutatie (of 50% kans hierop) of
mutaties in andere risicogenen, zoals CHEK2
- Invasieve borstkanker in de voorgeschiedenis
- Ductaal carcinoma in situ in de voorgeschiedenis
- Thoraxbestraling voor het 40e levensjaar in de voorgeschiedenis, bijvoorbeeld in verband met
Hogkinlymfoon (iatrogeen)
Diagnostiek
Bevolkingsonderzoek screent door middel van een mammografie. Uiteindelijk wordt het vastgesteld
door triple diagnostiek:
1. Lichamelijk onderzoek: inspectie en palpatie
2. Beeldvorming: mammografie, echo en MRI
3. Cytologie bij een punctie: losse cellen
Histologie door een biopsie, een histologie en PA zijn bewijzend. Het weefsel wordt
beoordeeld door infiltratie
Lichamelijk onderzoek alarmsignalen:
- Asymmetrie en vormverandering van de borst: zichtbare vergroting of knobbel
- Intrekking van de huid (putjes) of intrekking tepel
- Vochtafscheiding uit de tepel: helder, vocht, melkachtig, pussend of bloederig
- Erytheem/eczeem bij name bij de tepel: rood, schilfering, wondjes en korstjes
- Niet genezend wondje
- Palperen van de borst op afwijkingen: door regelmatig te doen kan de vrouw zelf sneller
veranderingen opmerken
Histologie en typering
Onderscheid van vormen en types:
- Weefsel: ductaal lobulair (oorsprong)
- Groei: carcinoma (in situ)
- Uitgebreidheid: TNM
- Hormonale gevoeligheid
- Receptoren (HER2)
- Tumor gradatie (PA en andere testen)
- BI RADS: kans op maligniteit op basis van mammografie kenmerken
Weefsel: epitheliaal of endotheliaal
Klierweefsel (lobuli) kent een endotheliale oorsprong en holle buizen (ductuli) zijn bekleed met
endotheel. Op twee plaatsen kanker mogelijk: ductaal; de kanker is ontstaan in een melkgang (85%)
en lobulair; de kanker is ontstaan in de melkklier (15%).Er is onderscheid tussen carcinoma in situ:
voorstadium nog geen infiltratie en carcinoom: doorgoei vaak sprieterig en kalkspatten.
PA: microscopisch onderzoek toont infiltratie of niet (maligne, carcinoom, carcinoma in situ of
benigne) en het type lobulair of ductaal.
Carcinoma in situ is een voorstadium van borstkanker. Er zijn afwijkende cellen zichtbaar maar nog
geen infiltratie (kenmerk van een carcinoom). Wel weten we dat niet behandelen op termijn leidt tot
infiltratie in omliggend weefsel, en dus een carcinoom. Bij borstkanker 2 mogelijkheden/types CIS:
lymfeoedeem
Hoorcollege 4.7
Borst
De borst bestaat uit:
- Melkklierweefsel
- Vetweefsel
- Bindweefsel
- Huidweefsel
- Melkgangen (ducti)
- Tepel (mamilla)
- Tepelhof (areola)
- Arteriën, venen en lyfmevaten
Nabij liggende structuren zijn de m. pectoralis major en
de ribben.
Mammacarcinoom
Kanker is een situatie van sneller dan normaal delende
cellen die gaan infiltreren in omliggend weefsel: hierdoor
kan het metastaseren en elders in organen of weefsel
groeien en beschadigen en daarmee leiden blijvende
beschadiging en mortaliteit. We noemen dit
maligne=kwaadaardig. Carcinomen hebben een
epitheliale/endotheliale (dekweefsel) oorsprong.
Sarcomen: uit bind- en steunweefsel. Een (snel)
groeiende tumor die niet infiltreert, niet-invasief groeit, is benigne en zaait dus niet uit.
Metastasering (uitzaaiing) kan via:
1. Lyfmevaten (lymfogeen)
2. Bloedvaten (hematogeen
3. Directe doorgroei (infiltratie)
Screening door punctie (cytologie) van losse cellen. Definitieve diagnose door biopsie (histologie) van
weefsel: door grenzen groeien is bewijzend.
In Nederland wordt jaarlijks bij ca. 15.000 vrouwen (en 130 mannen) de diagnose invasieve
borstkanker gesteld en bij ongeveer 2.500 een in situ carcinoom. De kans op het krijgen van
borstkanker is gedurende het leven van een vrouw 12-13%. Hiermee is borstkanker in Nederland de
meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen. Locatie mammacarcinoom: meeste komen voor
in het laterale bovenkwadrant. Risico factoren:
- Toenemende leeftijd (belangrijkste factor)
- Positieve familieanamnese op borstkanker
- Overgewicht
- Vroege 1e menstruatie, late menopauze, kinderloos en/of laat 1 e kind
, - Erfelijke vormen: dragerschap van een BRCA1 of BRCA2-mutatie (of 50% kans hierop) of
mutaties in andere risicogenen, zoals CHEK2
- Invasieve borstkanker in de voorgeschiedenis
- Ductaal carcinoma in situ in de voorgeschiedenis
- Thoraxbestraling voor het 40e levensjaar in de voorgeschiedenis, bijvoorbeeld in verband met
Hogkinlymfoon (iatrogeen)
Diagnostiek
Bevolkingsonderzoek screent door middel van een mammografie. Uiteindelijk wordt het vastgesteld
door triple diagnostiek:
1. Lichamelijk onderzoek: inspectie en palpatie
2. Beeldvorming: mammografie, echo en MRI
3. Cytologie bij een punctie: losse cellen
Histologie door een biopsie, een histologie en PA zijn bewijzend. Het weefsel wordt
beoordeeld door infiltratie
Lichamelijk onderzoek alarmsignalen:
- Asymmetrie en vormverandering van de borst: zichtbare vergroting of knobbel
- Intrekking van de huid (putjes) of intrekking tepel
- Vochtafscheiding uit de tepel: helder, vocht, melkachtig, pussend of bloederig
- Erytheem/eczeem bij name bij de tepel: rood, schilfering, wondjes en korstjes
- Niet genezend wondje
- Palperen van de borst op afwijkingen: door regelmatig te doen kan de vrouw zelf sneller
veranderingen opmerken
Histologie en typering
Onderscheid van vormen en types:
- Weefsel: ductaal lobulair (oorsprong)
- Groei: carcinoma (in situ)
- Uitgebreidheid: TNM
- Hormonale gevoeligheid
- Receptoren (HER2)
- Tumor gradatie (PA en andere testen)
- BI RADS: kans op maligniteit op basis van mammografie kenmerken
Weefsel: epitheliaal of endotheliaal
Klierweefsel (lobuli) kent een endotheliale oorsprong en holle buizen (ductuli) zijn bekleed met
endotheel. Op twee plaatsen kanker mogelijk: ductaal; de kanker is ontstaan in een melkgang (85%)
en lobulair; de kanker is ontstaan in de melkklier (15%).Er is onderscheid tussen carcinoma in situ:
voorstadium nog geen infiltratie en carcinoom: doorgoei vaak sprieterig en kalkspatten.
PA: microscopisch onderzoek toont infiltratie of niet (maligne, carcinoom, carcinoma in situ of
benigne) en het type lobulair of ductaal.
Carcinoma in situ is een voorstadium van borstkanker. Er zijn afwijkende cellen zichtbaar maar nog
geen infiltratie (kenmerk van een carcinoom). Wel weten we dat niet behandelen op termijn leidt tot
infiltratie in omliggend weefsel, en dus een carcinoom. Bij borstkanker 2 mogelijkheden/types CIS: