Accessoire organen spijsvertering,
voeding en energie
Anatomie & fysiologie – 9/10/2021
H16.6.1 (pancreas), 16.6.2 (lever), 16.6.3 (galblaas), 16.8.1 (vertering en opname van voedingsstoffen =
herhaling), 17.1 (chemische reacties en energie), 17.2 (koolhydraatstofwisseling: glycolyse, ATP-productie,
gluconeogenese), 17.3 (vetstofwisseling: lipolyse, β-oxidatie, verdeling en transport vanvetten), 17.4
(eiwitstofwisseling: trans- en deaminering; aminozuren en eiwitsynthese)
Wat is de ligging en de macroscopische bouw van de pancreas t.o.v. de organen van het
spijsverteringsstelsel?
Wat is het microscopische verschil in de verschillende types pancreascellen?
Maak een onderscheid tussen endocriene en exocriene secretie en verklaar hiermee de
pancreasfuncties.
Op welke manier wordt de secretie van de pancreas gereguleerd?
Beschrijf de histologische organisatie van de lever.
Beschrijf de galafvoerkanalen, galafvloed en de wand van de galblaas.
Verklaar waarom de lever het reguleringscentrum is van de stofwisseling.
Geef een overzicht over de taken van de lever.
Herhaal in het kort de biochemie van de koolhydraten, eiwitten en vetten van vorig jaar.
Beschrijf de cel als een chemische fabriek van afbraak- en opbouwprocessen.
Beschrijf het verschil tussen katabolisme en anabolisme.
Waaruit bestaat de energievoorraad van een cel?
Beschrijf de mechanismen van de koolhydraat-, vet- en eiwitstofwisseling.
, Pancreas/alvleesklier
De ductus pancreaticus(=afvoerbuis van de pancreas)
komt in het duodenum uit en geeft panceassap af. De
ductus pancreaticus heeft vele vertakkingen. Deze
dunne takjes komen uit in de klierblaasjes (acini). In de
acini zijn endocriene cellen aanwezig. De ductus
choledochus wordt gecombineerd met de ductus
pancreaticus en komt samen bij de papil van Vater.
Sommige mensen hebben de ductus pancreaticus
accessoirus niet. De eilandjes van Langerhans met
endocriene cellen. De ductus pancreaticus is een
combinatieklier van een endocrien (hormonen) deel en
exocrien (pancreassap) deel.
Secreties van de pancreas
Endocriene secretie (hormonen) produceert insuline
(betacellen) en glucagon (alfacellen).
Exocriene secretie (vertering) produceert water, ionen
en enzymen. De ionen zijn basisch om de zuren uit de
maag te neutraliseren. De enzymen splitsen:
- Carbohydrasen: suiker
- Lipasen: vet
- Proteasen: eiwit
- Nucleasen: hebben een specifieke rol, zijn nucleine zuren die een rol spelen met het DNA/RNA
Exocriene pancreas heeft een productie van mengsel van buffers (ionen) en enzymen, deze zijn essentieel
voor normale vertering. Secretie door de pancreas wordt gestimuleerd door hormonen (secretine en CCK)
die het duodenum afgeeft.
Regulering secretie pancreas
Chymus uit maag in duodenum zorgt voor de start afgifte
hormonen (secretine en CKK). De hormonen zorgen
vervolgens voor het starten van de afgifte van het
pancreassap. Secretine start de afgifte van het pancreassap.
De CKK start de afgifte van enzymen: amylase, lipase,
proteasen (trypsine, chymotrypsine en carboxypeptidase).
Darmklierhormonen incretinen starten de endocriene
afgifte van pancreashormonen:
- GIP (glucoseafhankelijk insulinotropische
polypeptide) en GLP-1 (glucagonachtige peptide),
deze starten de endocriene secretie van insuline
- GLP-1 vertraagt de maagontlediging, vermindert de
eetlust en remt de glucagonproductie
GIP heeft direct invloed op de productie van insuline.
voeding en energie
Anatomie & fysiologie – 9/10/2021
H16.6.1 (pancreas), 16.6.2 (lever), 16.6.3 (galblaas), 16.8.1 (vertering en opname van voedingsstoffen =
herhaling), 17.1 (chemische reacties en energie), 17.2 (koolhydraatstofwisseling: glycolyse, ATP-productie,
gluconeogenese), 17.3 (vetstofwisseling: lipolyse, β-oxidatie, verdeling en transport vanvetten), 17.4
(eiwitstofwisseling: trans- en deaminering; aminozuren en eiwitsynthese)
Wat is de ligging en de macroscopische bouw van de pancreas t.o.v. de organen van het
spijsverteringsstelsel?
Wat is het microscopische verschil in de verschillende types pancreascellen?
Maak een onderscheid tussen endocriene en exocriene secretie en verklaar hiermee de
pancreasfuncties.
Op welke manier wordt de secretie van de pancreas gereguleerd?
Beschrijf de histologische organisatie van de lever.
Beschrijf de galafvoerkanalen, galafvloed en de wand van de galblaas.
Verklaar waarom de lever het reguleringscentrum is van de stofwisseling.
Geef een overzicht over de taken van de lever.
Herhaal in het kort de biochemie van de koolhydraten, eiwitten en vetten van vorig jaar.
Beschrijf de cel als een chemische fabriek van afbraak- en opbouwprocessen.
Beschrijf het verschil tussen katabolisme en anabolisme.
Waaruit bestaat de energievoorraad van een cel?
Beschrijf de mechanismen van de koolhydraat-, vet- en eiwitstofwisseling.
, Pancreas/alvleesklier
De ductus pancreaticus(=afvoerbuis van de pancreas)
komt in het duodenum uit en geeft panceassap af. De
ductus pancreaticus heeft vele vertakkingen. Deze
dunne takjes komen uit in de klierblaasjes (acini). In de
acini zijn endocriene cellen aanwezig. De ductus
choledochus wordt gecombineerd met de ductus
pancreaticus en komt samen bij de papil van Vater.
Sommige mensen hebben de ductus pancreaticus
accessoirus niet. De eilandjes van Langerhans met
endocriene cellen. De ductus pancreaticus is een
combinatieklier van een endocrien (hormonen) deel en
exocrien (pancreassap) deel.
Secreties van de pancreas
Endocriene secretie (hormonen) produceert insuline
(betacellen) en glucagon (alfacellen).
Exocriene secretie (vertering) produceert water, ionen
en enzymen. De ionen zijn basisch om de zuren uit de
maag te neutraliseren. De enzymen splitsen:
- Carbohydrasen: suiker
- Lipasen: vet
- Proteasen: eiwit
- Nucleasen: hebben een specifieke rol, zijn nucleine zuren die een rol spelen met het DNA/RNA
Exocriene pancreas heeft een productie van mengsel van buffers (ionen) en enzymen, deze zijn essentieel
voor normale vertering. Secretie door de pancreas wordt gestimuleerd door hormonen (secretine en CCK)
die het duodenum afgeeft.
Regulering secretie pancreas
Chymus uit maag in duodenum zorgt voor de start afgifte
hormonen (secretine en CKK). De hormonen zorgen
vervolgens voor het starten van de afgifte van het
pancreassap. Secretine start de afgifte van het pancreassap.
De CKK start de afgifte van enzymen: amylase, lipase,
proteasen (trypsine, chymotrypsine en carboxypeptidase).
Darmklierhormonen incretinen starten de endocriene
afgifte van pancreashormonen:
- GIP (glucoseafhankelijk insulinotropische
polypeptide) en GLP-1 (glucagonachtige peptide),
deze starten de endocriene secretie van insuline
- GLP-1 vertraagt de maagontlediging, vermindert de
eetlust en remt de glucagonproductie
GIP heeft direct invloed op de productie van insuline.