Stemmingsstoornissen
Indeling stemmingsstoornissen
Depressieve klachten
Depressie (unipolair)
Postpartumdepressie
Winterdepressie
Dysthymie
Bipolaire stoornis
Epidemiologie
Bijna 2 miljard aan verzuimkosten in NL. Is ongeveer
25% van totale ziekte verzuim. Jaarlijks heeft ruim 1
op de 20 (5,2%) volwassen Nederlanders in de leeftijd
van 18-64 jaar een depressieve stoornis. Dit komt
neer op bijna 550.000 volwassen.
6% van de Nederlands gebruikt antidepressiva. Dit is
niet altijd vanwege een depressie, antidepressiva
wordt ook gebruikt voor angststoornissen of
neuropathische pijn. Ongeveer 4,5-
5% van alle antidepressiva is voor
een depressie.
1 op de 5 mensen gaan ooit in hun
leven te maken krijgen met een
depressie.
Risicogroepen
Jongeren
Jonge vrouwen
Werknemers stressvolle beroepen, zoals zorg beroepen in de coronatijd
Huisartspatiënten met tekenen van (beginnende) depressie
Overbelaste mantelzorgers
Chronisch zieken, maar vooral:
o Zenuwstelsel
CVA
Hersentumoren
Ziekte van Parkinson
Ziekte van Alzheimer
o Hormonaal metabool
Diabetes Mellitus
Hyper- en hypothyreoïdie
Homeostase speelt een belangrijke rol in hoe je je voelt en daardoor is er meer kans op een depressie bij
chronische ziekten aan het zenuwstelsel en het hormonaal metabool stelsel, omdat deze de homeostase
verstoren.
, Risicofactoren
Vrouwen,
Alleenstaanden,
Alleenstaande ouders,
Werklozen,
Arbeidsongeschikten,
Lager opgeleiden
Mensen met een laag inkomen.
Tevens:
Kindertraumata (verwaarlozing of mishandeling in de jeugd)
Psychopathologie bij ouders of andere eerstegraads familieleden
Stressvolle levensgebeurtenissen (LIFE events)
Voorgaande psychopathologie
Kwetsbare persoonlijkheid (zoals het hebben van een lage zelfwaardering)
Ongezonde leefstijl (zoals roken, drinken, weinig bewegen en ongezond eten)
Ongunstige werkomstandigheden
Beschermende factoren
Het geloof, een religie en ‘Floreren’ (de ervaring gelukkig te zijn én een betekenisvol leven te leiden) kan een
beschermende factoren. Maar religie kan ook een bevorderende factor zijn, door onder andere het
kindermisbruik.
Diagnostiek Depressieve Stoornis Citeria DSM 5:
Kernsymptomen:
- Sombere stemming gedurende het grootste deel van de dag.
- Duidelijke vermindering van interesse of plezier in alle of bijna alle activiteiten gedurende het
grootste deel van de dag.
Symptomen:
- Duidelijke gewichtsvermindering of gewichtstoename
- Slapeloosheid of overmatig slapen
- Psychomotorische agitatie of remming
- Moeheid of verlies van energie
- Gevoelens van waardeloosheid of buitensporige of onterechte schuldgevoelens
- Verminderd vermogen tot nadenken of concentratie of besluiteloosheid
- Terugkerende gedachten aan de dood, suïcidegedachten/poging/plan
Tenminste één of beide kernsymptomen moeten aanwezig zijn, waarvan 5 symptomen aanwezig moeten
zijn. Dus of 1 kernsymptoom en 4 symptomen of 2 kernsymptomen en 3 symptomen.
De symptomen moeten tenminste 2 weken bijna elke dag aanwezig zijn, daarbij afwijken van eerdere
functioneren, met daarbij duidelijk disfunctioneren, lijden of belemmering in het dagelijkse, sociale of
beroepsmatige leven als gevolg. De episode kan niet worden toegeschreven aan de fysiologische effecten
van een middel of aan een somatische aandoening.
Indeling stemmingsstoornissen
Depressieve klachten
Depressie (unipolair)
Postpartumdepressie
Winterdepressie
Dysthymie
Bipolaire stoornis
Epidemiologie
Bijna 2 miljard aan verzuimkosten in NL. Is ongeveer
25% van totale ziekte verzuim. Jaarlijks heeft ruim 1
op de 20 (5,2%) volwassen Nederlanders in de leeftijd
van 18-64 jaar een depressieve stoornis. Dit komt
neer op bijna 550.000 volwassen.
6% van de Nederlands gebruikt antidepressiva. Dit is
niet altijd vanwege een depressie, antidepressiva
wordt ook gebruikt voor angststoornissen of
neuropathische pijn. Ongeveer 4,5-
5% van alle antidepressiva is voor
een depressie.
1 op de 5 mensen gaan ooit in hun
leven te maken krijgen met een
depressie.
Risicogroepen
Jongeren
Jonge vrouwen
Werknemers stressvolle beroepen, zoals zorg beroepen in de coronatijd
Huisartspatiënten met tekenen van (beginnende) depressie
Overbelaste mantelzorgers
Chronisch zieken, maar vooral:
o Zenuwstelsel
CVA
Hersentumoren
Ziekte van Parkinson
Ziekte van Alzheimer
o Hormonaal metabool
Diabetes Mellitus
Hyper- en hypothyreoïdie
Homeostase speelt een belangrijke rol in hoe je je voelt en daardoor is er meer kans op een depressie bij
chronische ziekten aan het zenuwstelsel en het hormonaal metabool stelsel, omdat deze de homeostase
verstoren.
, Risicofactoren
Vrouwen,
Alleenstaanden,
Alleenstaande ouders,
Werklozen,
Arbeidsongeschikten,
Lager opgeleiden
Mensen met een laag inkomen.
Tevens:
Kindertraumata (verwaarlozing of mishandeling in de jeugd)
Psychopathologie bij ouders of andere eerstegraads familieleden
Stressvolle levensgebeurtenissen (LIFE events)
Voorgaande psychopathologie
Kwetsbare persoonlijkheid (zoals het hebben van een lage zelfwaardering)
Ongezonde leefstijl (zoals roken, drinken, weinig bewegen en ongezond eten)
Ongunstige werkomstandigheden
Beschermende factoren
Het geloof, een religie en ‘Floreren’ (de ervaring gelukkig te zijn én een betekenisvol leven te leiden) kan een
beschermende factoren. Maar religie kan ook een bevorderende factor zijn, door onder andere het
kindermisbruik.
Diagnostiek Depressieve Stoornis Citeria DSM 5:
Kernsymptomen:
- Sombere stemming gedurende het grootste deel van de dag.
- Duidelijke vermindering van interesse of plezier in alle of bijna alle activiteiten gedurende het
grootste deel van de dag.
Symptomen:
- Duidelijke gewichtsvermindering of gewichtstoename
- Slapeloosheid of overmatig slapen
- Psychomotorische agitatie of remming
- Moeheid of verlies van energie
- Gevoelens van waardeloosheid of buitensporige of onterechte schuldgevoelens
- Verminderd vermogen tot nadenken of concentratie of besluiteloosheid
- Terugkerende gedachten aan de dood, suïcidegedachten/poging/plan
Tenminste één of beide kernsymptomen moeten aanwezig zijn, waarvan 5 symptomen aanwezig moeten
zijn. Dus of 1 kernsymptoom en 4 symptomen of 2 kernsymptomen en 3 symptomen.
De symptomen moeten tenminste 2 weken bijna elke dag aanwezig zijn, daarbij afwijken van eerdere
functioneren, met daarbij duidelijk disfunctioneren, lijden of belemmering in het dagelijkse, sociale of
beroepsmatige leven als gevolg. De episode kan niet worden toegeschreven aan de fysiologische effecten
van een middel of aan een somatische aandoening.