Aantekeningen hoorcolleges
HC 2
Geschiedenis wetenschappelijk onderzoek
Wetenschap > beste benadering van de werkelijkheid weergeven
Oudheid: filosofie & wetenschap verbonden: rede&ervaring, zintuigen&instrumenten,
deductie&inductie
In Middeleeuwen lag wetenschap in Europa stil maar niet in Arabische gebieden.
Sociaalwetenschappelijk onderzoek > bestuderen van de menselijke samenleving (= zeer twijfelachtig
gebied)
Methodologie: hoe kunnen we de sociale werkelijkheid zo goed mogelijk beschrijven, verklaren en/of
voorspellen?
Niet 1 wetenschappelijke methode > afhankelijk van wat je wil bestuderen > onderzoeksstrategie:
opgebouwd uit een aantal keuzes die leiden tot uitgangspunten:
Ontologie > Hoe zit de werkelijkheid in elkaar? > zijnsleer
Epistemologie > Wat maakt kennis valide? > kennisleer
Strategieën: kwalitatief v/s kwantitatief & inductie v/s deductie
Methode is onderdeel van strategie (: interview, survey, …)
Kwaliteit beoordelen op basis van gekozen onderzoeksstrategie (kwalitatieve studies zijn meestal niet
representatief) & in media en publieke debatten.
Goede theorie is:
Verifieerbaar
Verklaart fenomeen
Faciliteert abstractie
Bestaat uit concepten
,Soorten theorieën:
1. Grand theories: abstract, moeilijk om toepasbaar te maken > probeert alles te beschrijven, maar
beschrijft daardoor juist net “niets” & alles wordt aan elkaar gelinkt
2. Middle range theories: een theorie die een beperkt aantal variabelen omvat, elk met een
beperkte reikwijdte (verklaart een deel maar niet alles) > sociale wetenschappen
3. Empirical findings: te klein, nietszeggend want geen relaties met context (wordt aan niks
gelinkt)
Onderzoekstrategieën:
1. Kwantitatief
2. Kwalitatief
Survey > steekproefonderzoek
Etnografie > Directe waarneming en beschrijvende bestudering van de cultuur en manier van leven van
bepaalde samenlevingen.
Inductie/deductie
o Deductie = theorie testen: hypothese vanuit theorie onderzoeken
Expliciete hypotheses worden verworpen of geaccepteerd
Kwantitatief onderzoek
Trial and error
Experimenten
(Wiskunde en logica)
o Inductie = theorie opstellen vanuit rondkijken en patroon vinden
Generalizeerbare resultaten uit observaties
Kwalitatief onderzoek/ grounded theory
Focust op patronen vinden
, (Psychologie en menselijk handelen)
Epistemologie = kennisleer
> Kunnen we de wereld beschrijven zonder ons eigen paradigma hierin te betrekken?
> Kunnen de methodes uit de natuurwetenschappen worden gebruikt in de sociale wetenschappen?
Positivistisch = natuurwetenschappelijke methoden kunnen gebruikt worden om de sociale
wereld te beschouwen
o Objectieve waarneming
o Feiten
o Waardevrije observatie
o Deductief
o Verschil tussen mening en wetenschap
> er is één objectieve waarheid die bestaat zonder waarnemer
> Bètawetenschappen
(Bestond eerst alleen, maar door kritiek ontstond interpretivisme)
Interpretivistisch = natuurwetenschappelijke methoden kunnen niet gebruikt worden om de
sociale wereld te beschouwen
o Interpretatie
o Subjectieve betekenis van sociale acties
o Paradigma's en perspectieven (model van de werkelijkheid)
> subjectieve waarheid waar iedereen zijn eigen interpretatie aan geeft: afhankelijk van de
waarnemer
> Alfa- en Gammawetenschappen
Ontologie = zijnsleer
> Ontologische perspectieven reflecteren op wat wetenschappelijk valide is:
Objectivisme > geen invloed vanuit actoren
Constructivisme > alles wordt opgebouwd vanuit actoren
, Wat beïnvloedt sociaalwetenschappelijk onderzoek?
Waarden (persoonlijke overtuigingen en emoties onderzoeker): 2 perspectieven
1. Waardevrij onderzoek
2. Waarde gedreven onderzoek
Praktische overwegingen
o Tijd
o Kosten
o Hoeveel eerder onderzoek is beschikbaar? (Theorie testend/creërend)
o Onderwerp
> sociaalwetenschappelijk onderzoek is altijd een compromis tussen wat je wil en wat je kan.
HC 2
Geschiedenis wetenschappelijk onderzoek
Wetenschap > beste benadering van de werkelijkheid weergeven
Oudheid: filosofie & wetenschap verbonden: rede&ervaring, zintuigen&instrumenten,
deductie&inductie
In Middeleeuwen lag wetenschap in Europa stil maar niet in Arabische gebieden.
Sociaalwetenschappelijk onderzoek > bestuderen van de menselijke samenleving (= zeer twijfelachtig
gebied)
Methodologie: hoe kunnen we de sociale werkelijkheid zo goed mogelijk beschrijven, verklaren en/of
voorspellen?
Niet 1 wetenschappelijke methode > afhankelijk van wat je wil bestuderen > onderzoeksstrategie:
opgebouwd uit een aantal keuzes die leiden tot uitgangspunten:
Ontologie > Hoe zit de werkelijkheid in elkaar? > zijnsleer
Epistemologie > Wat maakt kennis valide? > kennisleer
Strategieën: kwalitatief v/s kwantitatief & inductie v/s deductie
Methode is onderdeel van strategie (: interview, survey, …)
Kwaliteit beoordelen op basis van gekozen onderzoeksstrategie (kwalitatieve studies zijn meestal niet
representatief) & in media en publieke debatten.
Goede theorie is:
Verifieerbaar
Verklaart fenomeen
Faciliteert abstractie
Bestaat uit concepten
,Soorten theorieën:
1. Grand theories: abstract, moeilijk om toepasbaar te maken > probeert alles te beschrijven, maar
beschrijft daardoor juist net “niets” & alles wordt aan elkaar gelinkt
2. Middle range theories: een theorie die een beperkt aantal variabelen omvat, elk met een
beperkte reikwijdte (verklaart een deel maar niet alles) > sociale wetenschappen
3. Empirical findings: te klein, nietszeggend want geen relaties met context (wordt aan niks
gelinkt)
Onderzoekstrategieën:
1. Kwantitatief
2. Kwalitatief
Survey > steekproefonderzoek
Etnografie > Directe waarneming en beschrijvende bestudering van de cultuur en manier van leven van
bepaalde samenlevingen.
Inductie/deductie
o Deductie = theorie testen: hypothese vanuit theorie onderzoeken
Expliciete hypotheses worden verworpen of geaccepteerd
Kwantitatief onderzoek
Trial and error
Experimenten
(Wiskunde en logica)
o Inductie = theorie opstellen vanuit rondkijken en patroon vinden
Generalizeerbare resultaten uit observaties
Kwalitatief onderzoek/ grounded theory
Focust op patronen vinden
, (Psychologie en menselijk handelen)
Epistemologie = kennisleer
> Kunnen we de wereld beschrijven zonder ons eigen paradigma hierin te betrekken?
> Kunnen de methodes uit de natuurwetenschappen worden gebruikt in de sociale wetenschappen?
Positivistisch = natuurwetenschappelijke methoden kunnen gebruikt worden om de sociale
wereld te beschouwen
o Objectieve waarneming
o Feiten
o Waardevrije observatie
o Deductief
o Verschil tussen mening en wetenschap
> er is één objectieve waarheid die bestaat zonder waarnemer
> Bètawetenschappen
(Bestond eerst alleen, maar door kritiek ontstond interpretivisme)
Interpretivistisch = natuurwetenschappelijke methoden kunnen niet gebruikt worden om de
sociale wereld te beschouwen
o Interpretatie
o Subjectieve betekenis van sociale acties
o Paradigma's en perspectieven (model van de werkelijkheid)
> subjectieve waarheid waar iedereen zijn eigen interpretatie aan geeft: afhankelijk van de
waarnemer
> Alfa- en Gammawetenschappen
Ontologie = zijnsleer
> Ontologische perspectieven reflecteren op wat wetenschappelijk valide is:
Objectivisme > geen invloed vanuit actoren
Constructivisme > alles wordt opgebouwd vanuit actoren
, Wat beïnvloedt sociaalwetenschappelijk onderzoek?
Waarden (persoonlijke overtuigingen en emoties onderzoeker): 2 perspectieven
1. Waardevrij onderzoek
2. Waarde gedreven onderzoek
Praktische overwegingen
o Tijd
o Kosten
o Hoeveel eerder onderzoek is beschikbaar? (Theorie testend/creërend)
o Onderwerp
> sociaalwetenschappelijk onderzoek is altijd een compromis tussen wat je wil en wat je kan.