Probleem 3
Castle (2011)
- Literatuurstudie over etnische identiteitsontwikkeling bij geadopteerde minderheden
- Etnische identiteit = identificatie van individuen door gedeelde
ervaringen/tradities/gedragingen/waarden en overtuigingen
- Vierdelig model van Cross (1978); Racial Identity Attitude Scale (identiteitsvorming) =
identiteitsvorming door;
o Pre-ontmoeting (pre-encounter) = wereld bekijken vanuit ‘wit’ referentiekader
o Ontmoeting (encounter) = nieuwe gebeurtenis zorgt voor nieuwe kijk op iets
o Onderdompeling-emersie (immersion-emersion) = ‘oude’ perspectief vernietigen
door verdieping in andere cultuur
o Internalisatie = minder egocentrisch en ontwikkeld een evenwichtiger perspectief
- Multigroup Ethnic Identity Measure (MEIM) = meten van etnische identiteit
- MEIM heeft 3 schalen =
o Bevestiging en erbij horen
o Verwezenlijking van etnische identiteit
o Etnisch gedrag
- Sociale ideniteitstheorie (Tajfel) = lid zijn van een bepaalde groep en je voelt je daarbij passen
o Discriminatie van de groep = heeft invloed op je eigen identiteit
Verbindingen afwezig = dan kan je in isolement komen
Verbindingen aanwezig = beschermende factor
- Sterke etnische identiteit = positief verband/positief effect op welbevinden positief
resultaat (zelfrespect/opleidingsniveau/zelfeffectiviteit/optimisme en coping)
- Zwakke etnische identiteit = risicovol gedrag (drugsmisbruik/antisociaal gedrag
- Belangrijk invloed op ontwikkeling etnische identiteit/acculturatie
o Ouderlijke ondersteuning
o Kind-ouderrelatie
o Adoptiegezin (naast verbinding nieuw gezin ook verbinding met etnisch erfgoed)
- Conclusie
o Sterke identiteit geen voorspeller = de sterke identiteit is niet altijd een voorspeller
voor de psychologische aanpassing
o Slecht onderzoek = er komt weinig uit dit onderzoek
o Ouder-kind relatie = onderzoeken culturele socialisatie van adoptieouders en
verzorgers positieve correlatie
o Friedlanders (1999) = ouder-kind band erg belangrijk! helpen adoptiekind
ontdekken van cultuur van origine
- Limitaties
o Uiteenlopend
o Definitie verschilde tussen landen
o Etnische identiteit is op verschillende manieren gemeten en vanuit verschillende
benaderingen
, o Kleine steekproef
o Kwalitatief onderzoek
o Zelfrapportage
Huguley (2019)
- Doel van meta-analyse = hoe sterk is van de associatie tussen ouderlijke etnisch-raciale
socialisatie praktijken en etnisch-raciale identiteitsresultaten. Welke factoren modereren
hierbij de sterkte en richting
- Ouderlijke etnische-raciale socialisatie = manier van communicatie waarop ouders informatie
en overtuigingen over etniciteit en ras communiceren naar kinderen
- Raciale socialisatie praktijken =
o Socialisatie van trots en erfgoed = opvoedingsbenadering die proactief culturele trots
en kennis promoot
o Bias-socialisatie = ouders leren kinderen omgaan/verwerken/anticiperen met
discriminatie
o Bevorderen van wantrouwen = mate waarin ouders de noodzaak van behoedzaamheid
onderschrijven
Negatief geassocieerd met ontwikkeling
o Egalitarisme = ouderlijke nadruk op reguliere normen en waarden gelijkheid
wat hebben we samen
Gelijkenissen
Voorbeeld = iedereen is gelijk, wanneer je dit mee krijgt en ook gelooft heb je
daar voordeel van. Een beetje hetzelfde als universalisme we zijn allemaal
gelijk. Risico hiervan is dat je etnische verschillen niet bekijkt/ziet.
- Proces van etnische en raciale identiteitsontwikkeling = stabiele verbinding maken tussen
etnisch-raciale groepslidmaatschap en zelfconcepties
- Sterke identiteit voorspelt =
o Welzijn
o Schoolprestaties
o Zelfvertrouwen
o Motivatie
- 5 dimensies van etnisch-raciale identiteit =
o Exploratie = verkennen van eigen identiteit
Wat betekent mijn lidmaatschap voor mij
Deelnemen aan culturele evenementen
Lezen over eigen cultuur
Uitdagingen aankaarten, doordat je tegen dingen aan loopt in je leven
ontwikkel je je eigen identiteit/moet je daar over nadenken.
o Resolutie =
Identiteitsbetekenissen onderzocht
Positief geassocieerd met zelfvertrouwen, psychische gezondheid en
leerbetrokkenheid
o Centralisatie =
Belang van lid zijn van een groep voor het zelfbeeld
o Positief effect =
Gevoel van ergens bij horen
Connectie met eigen etnische-raciale groep
Castle (2011)
- Literatuurstudie over etnische identiteitsontwikkeling bij geadopteerde minderheden
- Etnische identiteit = identificatie van individuen door gedeelde
ervaringen/tradities/gedragingen/waarden en overtuigingen
- Vierdelig model van Cross (1978); Racial Identity Attitude Scale (identiteitsvorming) =
identiteitsvorming door;
o Pre-ontmoeting (pre-encounter) = wereld bekijken vanuit ‘wit’ referentiekader
o Ontmoeting (encounter) = nieuwe gebeurtenis zorgt voor nieuwe kijk op iets
o Onderdompeling-emersie (immersion-emersion) = ‘oude’ perspectief vernietigen
door verdieping in andere cultuur
o Internalisatie = minder egocentrisch en ontwikkeld een evenwichtiger perspectief
- Multigroup Ethnic Identity Measure (MEIM) = meten van etnische identiteit
- MEIM heeft 3 schalen =
o Bevestiging en erbij horen
o Verwezenlijking van etnische identiteit
o Etnisch gedrag
- Sociale ideniteitstheorie (Tajfel) = lid zijn van een bepaalde groep en je voelt je daarbij passen
o Discriminatie van de groep = heeft invloed op je eigen identiteit
Verbindingen afwezig = dan kan je in isolement komen
Verbindingen aanwezig = beschermende factor
- Sterke etnische identiteit = positief verband/positief effect op welbevinden positief
resultaat (zelfrespect/opleidingsniveau/zelfeffectiviteit/optimisme en coping)
- Zwakke etnische identiteit = risicovol gedrag (drugsmisbruik/antisociaal gedrag
- Belangrijk invloed op ontwikkeling etnische identiteit/acculturatie
o Ouderlijke ondersteuning
o Kind-ouderrelatie
o Adoptiegezin (naast verbinding nieuw gezin ook verbinding met etnisch erfgoed)
- Conclusie
o Sterke identiteit geen voorspeller = de sterke identiteit is niet altijd een voorspeller
voor de psychologische aanpassing
o Slecht onderzoek = er komt weinig uit dit onderzoek
o Ouder-kind relatie = onderzoeken culturele socialisatie van adoptieouders en
verzorgers positieve correlatie
o Friedlanders (1999) = ouder-kind band erg belangrijk! helpen adoptiekind
ontdekken van cultuur van origine
- Limitaties
o Uiteenlopend
o Definitie verschilde tussen landen
o Etnische identiteit is op verschillende manieren gemeten en vanuit verschillende
benaderingen
, o Kleine steekproef
o Kwalitatief onderzoek
o Zelfrapportage
Huguley (2019)
- Doel van meta-analyse = hoe sterk is van de associatie tussen ouderlijke etnisch-raciale
socialisatie praktijken en etnisch-raciale identiteitsresultaten. Welke factoren modereren
hierbij de sterkte en richting
- Ouderlijke etnische-raciale socialisatie = manier van communicatie waarop ouders informatie
en overtuigingen over etniciteit en ras communiceren naar kinderen
- Raciale socialisatie praktijken =
o Socialisatie van trots en erfgoed = opvoedingsbenadering die proactief culturele trots
en kennis promoot
o Bias-socialisatie = ouders leren kinderen omgaan/verwerken/anticiperen met
discriminatie
o Bevorderen van wantrouwen = mate waarin ouders de noodzaak van behoedzaamheid
onderschrijven
Negatief geassocieerd met ontwikkeling
o Egalitarisme = ouderlijke nadruk op reguliere normen en waarden gelijkheid
wat hebben we samen
Gelijkenissen
Voorbeeld = iedereen is gelijk, wanneer je dit mee krijgt en ook gelooft heb je
daar voordeel van. Een beetje hetzelfde als universalisme we zijn allemaal
gelijk. Risico hiervan is dat je etnische verschillen niet bekijkt/ziet.
- Proces van etnische en raciale identiteitsontwikkeling = stabiele verbinding maken tussen
etnisch-raciale groepslidmaatschap en zelfconcepties
- Sterke identiteit voorspelt =
o Welzijn
o Schoolprestaties
o Zelfvertrouwen
o Motivatie
- 5 dimensies van etnisch-raciale identiteit =
o Exploratie = verkennen van eigen identiteit
Wat betekent mijn lidmaatschap voor mij
Deelnemen aan culturele evenementen
Lezen over eigen cultuur
Uitdagingen aankaarten, doordat je tegen dingen aan loopt in je leven
ontwikkel je je eigen identiteit/moet je daar over nadenken.
o Resolutie =
Identiteitsbetekenissen onderzocht
Positief geassocieerd met zelfvertrouwen, psychische gezondheid en
leerbetrokkenheid
o Centralisatie =
Belang van lid zijn van een groep voor het zelfbeeld
o Positief effect =
Gevoel van ergens bij horen
Connectie met eigen etnische-raciale groep