‘vroeger had ik principes, tegenwoordig heb ik kinderen’.
Pedagogiek
Officieel: ‘kinderleiding’.
Synoniemen (en toch helemaal):
• Opvoedkunde: vaardigheden van de opvoeder
• Opvoedingsleer: kennis vergaren over opvoeden
• Opvoedingswetenschap: het ontwikkelen van theorieën en methoden m.b.t. opvoeden
Opvoeding is …
‘Alle omgang tussen ouder en kind waarbij gericht een relatie wordt aangegaan. In deze omgang
biedt de ouder het kind liefde, geborgenheid, veiligheid, intimiteit, aandacht, grenzen, instructie,
ondersteuning en controle. Hierdoor zal het kind tot zelfontplooiing komen en over het nodige
zelfvertrouwen en de nodige zelfstandigheid beschikken om de richting te geven aan zijn verdere
leven.’
zelfstandigheid
zelfredzaamheid
zelfvertrouwen
afhankelijkheid
Vier basisdimensies
• Ondersteuning bieden
• Instructie geven
• Controle uitoefenen
• Grenzen stellen
Ondersteuning bieden
‘het opvoedgedrag van de ouder dat liefde en zorg voor het kind uitdrukt en dat zich richt op zijn
fysieke en emotionele welzijn, waardoor het zich begrepen en geaccepteerd voelt’
Kern: sensitief en responsief zijn
Dus signalen oppikken waar het kind behoefte aan heeft en daarop reageren
Gevolg: kind ontwikkelt basisvertrouwen naar anderen toe (vergelijk: hechting)
1
, Ondersteuning kan: materieel (praktisch/tastbaar) of Immaterieel (emotionele ondersteuning) zijn
Instructie geven
‘Duidelijk maken wat de bedoeling van iets is en welk gedrag verwacht wordt’
Nodig voor het ontwikkelen van kennis en vaardigheden om steeds zelfstandiger te worden
Gevraagd en ongevraagd
Letterlijk vragen om advies vs
Balans tussen het goede voorbeeld geven en ruimte bieden voor eigen initiatief/experimenteren
belangrijk
Controle uitoefenen
Negatief vs. Positief
Autoritaire controle: ‘opvoedgedrag waarbij de ouder druk uitoefent op het kind om correct gedrag
te vertonen’
• Macht en gezag centraal
• Behoeften kind ondergeschikt aan ouders
• Weinig autonomie
Autoritatieve controle: ‘De ouder geeft het kind informatie, instructie, suggesties en aanwijzingen
voor het gewenste gedrag’.
• Openheid en uitleg geven
• Gelijkwaardigheid
Grenzen stellen
‘De wijze waarop de ouder het kind bestraft of beloont om gewenst gedrag aan te leren’
Belangrijk:
• Duidelijkheid
• Consequent zijn
Het kind leert zijn gedrag af te stemmen op anderen, verantwoordelijkheid te nemen en om te gaan
met maatschappelijke eisen.
2