en hydrologie
Table of Contents
Introductie aquatische ecologie en hydrologie...................................................................3
Kringlopen....................................................................................................................................5
Hydrologische kringloop en koolstofkringloop...............................................................................................5
Stikstofkringloop en fosforkringloop..............................................................................................................5
Bedreigingen voor aquatische ecosystemen in Nederland............................................................6
Voedselweb van een aquatisch ecosysteem.................................................................................6
Waterkwantiteit................................................................................................................8
Grondwatertrappen:....................................................................................................................9
Grondwatersystemen...................................................................................................................9
Stroomgebieden.........................................................................................................................10
Afvoer & waterbalans.................................................................................................................10
Waterkwaliteit.................................................................................................................14
Zuiver water...............................................................................................................................15
Thermische eigenschappen........................................................................................................15
Optische eigenschappen.............................................................................................................15
Lichtlimitatie..............................................................................................................................17
Sedimentatie en resuspentie.....................................................................................................18
Chemische eigenschappen & processen............................................................................19
Zuurstof......................................................................................................................................20
Nutriënten..................................................................................................................................20
Functie van ijzer in water............................................................................................................21
Wetlands.........................................................................................................................22
Watertypen: eigenschappen.......................................................................................................24
Verdroging en uitdroging............................................................................................................24
Droogval als herstelmaatregel....................................................................................................27
Stilstaande wateren.........................................................................................................28
Soorten stilstaande wateren.......................................................................................................29
Ondiepe meren...........................................................................................................................32
Stromende wateren.........................................................................................................34
,Mariene ecosystemen......................................................................................................37
Ecosysteemdiensten...................................................................................................................38
Europese kaderrichtlijn water (KRW)................................................................................39
,Introductie aquatische ecologie en hydrologie
Het aardoppervlak is voor 70% bedekt met water. 97%
hiervan is zeewater 3% niet. 1% van dit water is
oppervlaktewater terwijl vrijwel al het leven op aarde
afhankelijk is van het zoete water. De afeglopen eeuw is
het menselijk watergebruik sterk toegenomen door
bijvoorbeeld industrie, landbouw, huishoudens, etc.
- Waterkwantiteit
o Gebruik zorgt voor ontbossing,
kanalisatie, etc. -> overstromingen en
droogte
- Waterkwaliteit
o Vervuiling en eutrofiëring door gebruik.
- Globaal dreigt een zoetwatertekort, daarnaast zijn ook rampen aan de orde van de
dag. Kennis om watersystemen robuuster te maken in belangrijk samen met grote
ontziltingsfabrieken.
Systeem/periode Tijdvak Etage Tijd geleden (Ma)
Holoceen 0-0,0117
Laat 0,0117–0,126
Midden 0,126–0,781
Kwartair
Pleistoceen
Calabriën 0,781–1,806
Gelasiën 1,806–2,588
Pleistoceen – gelasiën / Calabriën
, IJstijden waarin de Noordzee deels bevroren is ontstaan er toendra’s. Tijdens de
tussenperioden was het subtropisch warm, rivierbossen en een deel van Nederland was zee.
Daarnaast leefden er allemaal exotische soorten, makaken, mammoeten, hyena’s en wisent.
Aan het eind gaan rivieren domineren door vorming van rivierterrassen van de Maas door
opheffingen van het land. Ook zorgde het voor de vorming van een deel van de stuwwallen.
Midden pleistoceen
Korte warme periode waarna ijstijden volgde. Gletsjers reiken tot de lijn in Den Helder en
Assen en daarna Assen – Nijmegen die stuwwallen vormden in nederland. Aan het eind was
het extreem koud (salien)
Laat pleistoceen
Begin (emien): warm (18,5 graden nu 17 graden). Er was weelderige begroeiing en de rijn
stroomt nog steeds via de IJssel de Zuiderzee in.
Later was het koud (laatste glaciaal, weichselien): vlechtende rivieren met 5 graden Celsius
in juli. Er waren toen steppes en toendra’s en er werd dekzand afgezet.
Holoceen
Mensen gingen zich vestigen op droge plekken. Door het stijgen van de zeespiegel,
opwarming, en de vorming van veen/ opslibbing en doorbaken werd de huidige kustzone
gevormd.
De natuur -> cultuurlandschap waar rivieren worden vastgelegd en het omzetten van bos-
en moerasecosystemen. De kustzone was nat en open, het laagveen was grondwater
gebonden waar het hoogveen regenwater gebonden was. De beken stromen door de
dekzandruggen en langs stuwwallen.
Moderne tijd
1600:
Vastleggen rivieren en ontginning van o.a. het groene hart: ontstaan van vele sloten, plassen
en polders op klei/ veen
>1600:
Toename aantal plassen tgv. Turfwinning (west-Nederland). Daarna werden ondiepe plassen
leeggepompt waar stuwen en gemalen voor nodig zijn.
1800-1962:
Nog grootschaligere ontwatering en intensivering van landbouw door mechanisering:
uitspoelen nutriënten en bestrijdingsmiddelen. Door de industrialisatie komt er vervuiling
naar voren.
1980-nu:
Wetgeving en maatregelen verbeteren de waterkwaliteit.