Nederlands Verhaalanalyse
Personages
Je kan personages onderscheiden door te kijken naar de ontwikkelingen in het verhaal. We onderscheiden deze
personages dan in drie categorieën:
- Flat characters: personages die met een of een aantal kenmerken beschreven
worden en die zich in de loop van het verhaal niet erg ontwikkelen
- Round characters: personages die je in de loop van het boek goed leert kennen
(m.n. hun overwegingen en hun emoties) en die een ontwikkeling doormaken
- Types: personages die met een (of een paar) meestal uitvergrote karaktertrek(ken) worden beschreven.
Een ander onderscheid met betrekking tot personages is te maken op grond van de rol van personages in een
verhaal. Zo heb je:
- De hoofdpersoon: degene om wie het verhaal draait. In het algemeen is hij/zij degene die een probleem of
een conflict heeft en als doel heeft, dat probleem uit de wereld te helpen.
- Zijn tegenstander/zijn tegenstanders: de persoon/personen die de hoofdpersoon belemmeren bij het
oplossen van het conflict of probleem.
- Zijn helper/zijn helpers: de persoon/personen die hem helpen bij het oplossen van het probleem of conflict.
Let op er zijn nog andere zaken waar je op moet letten:
- Ook andere zaken kunnen het oplossen van een probleem of een conflict belemmeren of bespoedigen, bijv.
een omstandigheid, een ontdekking etc.
- Niet ieder verhaalpersonage heeft een van deze drie rollen; sommige personages spelen een bijrol, zijn
achtergrondpersonages.
- In een verhaal kunnen rolwisselingen voorkomen.
Tijd
De historische tijd in een verhaal is de tijd waarin het verhaal zich afspeelt. Soms wordt dit precies vertelt en
andere keren moet je op aanwijzingen letten. De duur van het verhaal noem je de vertelde tijd. De verteltijd is het
aantal pagina’s dat de auteur nodig heeft om zijn verhaal te vertellen. De verhouding tussen de vertelde tijd en de
verteltijd is het verteltempo. De schrijver kan ook een aantal dingen met de tijd in een boek doen:
- Tijdsversnelling: een gebeurtennis veel beknopter beschrijven.
- Tijdsvertraging: een gebeurtennis veel uitgebreider beschrijven.
- Tijdsverdichting: een periode samenvatten (“na een paar maanden…”)
- Tijdssprong: een periode zonder samenvatting overslaan. Vaak met een witregel.
In een chronologisch verhaal worden de gebeurtenissen in de volgorde verteld waarin ze zich hebben
afgespeeld. Ten behoeve van de spanning in een boek speelt een auteur vaak met de tijdsvolgorde,
bijvoorbeeld doormiddel van het gebruik van flashbacks (zogenaamde verhaalheden). Een flashback kan
vrij kort zijn en in een herinnering naar voren komen, terwijl de handeling in het verhaalheden doorloopt.
Het kan ook zijn dat de handeling helemaal naar een tijd in het verleden wordt verplaatst.
Plaats en ruimte
De beschrijving van plaats en ruimte en van de daar heersende omstandigheden, ook bijv. het weer, is heel
bepalend voor de sfeer in een verhaal. In sommige verhalen worden de plaats en ruimte en de omstandigheden heel
uitgebreid beschreven. In andere verhalen worden deze met enkele treffende woorden meer opgeroepen dan
beschreven. De plaats, ruimte en de omstandigheden kunnen functioneel, of zelfs symbolisch zijn.
Personages
Je kan personages onderscheiden door te kijken naar de ontwikkelingen in het verhaal. We onderscheiden deze
personages dan in drie categorieën:
- Flat characters: personages die met een of een aantal kenmerken beschreven
worden en die zich in de loop van het verhaal niet erg ontwikkelen
- Round characters: personages die je in de loop van het boek goed leert kennen
(m.n. hun overwegingen en hun emoties) en die een ontwikkeling doormaken
- Types: personages die met een (of een paar) meestal uitvergrote karaktertrek(ken) worden beschreven.
Een ander onderscheid met betrekking tot personages is te maken op grond van de rol van personages in een
verhaal. Zo heb je:
- De hoofdpersoon: degene om wie het verhaal draait. In het algemeen is hij/zij degene die een probleem of
een conflict heeft en als doel heeft, dat probleem uit de wereld te helpen.
- Zijn tegenstander/zijn tegenstanders: de persoon/personen die de hoofdpersoon belemmeren bij het
oplossen van het conflict of probleem.
- Zijn helper/zijn helpers: de persoon/personen die hem helpen bij het oplossen van het probleem of conflict.
Let op er zijn nog andere zaken waar je op moet letten:
- Ook andere zaken kunnen het oplossen van een probleem of een conflict belemmeren of bespoedigen, bijv.
een omstandigheid, een ontdekking etc.
- Niet ieder verhaalpersonage heeft een van deze drie rollen; sommige personages spelen een bijrol, zijn
achtergrondpersonages.
- In een verhaal kunnen rolwisselingen voorkomen.
Tijd
De historische tijd in een verhaal is de tijd waarin het verhaal zich afspeelt. Soms wordt dit precies vertelt en
andere keren moet je op aanwijzingen letten. De duur van het verhaal noem je de vertelde tijd. De verteltijd is het
aantal pagina’s dat de auteur nodig heeft om zijn verhaal te vertellen. De verhouding tussen de vertelde tijd en de
verteltijd is het verteltempo. De schrijver kan ook een aantal dingen met de tijd in een boek doen:
- Tijdsversnelling: een gebeurtennis veel beknopter beschrijven.
- Tijdsvertraging: een gebeurtennis veel uitgebreider beschrijven.
- Tijdsverdichting: een periode samenvatten (“na een paar maanden…”)
- Tijdssprong: een periode zonder samenvatting overslaan. Vaak met een witregel.
In een chronologisch verhaal worden de gebeurtenissen in de volgorde verteld waarin ze zich hebben
afgespeeld. Ten behoeve van de spanning in een boek speelt een auteur vaak met de tijdsvolgorde,
bijvoorbeeld doormiddel van het gebruik van flashbacks (zogenaamde verhaalheden). Een flashback kan
vrij kort zijn en in een herinnering naar voren komen, terwijl de handeling in het verhaalheden doorloopt.
Het kan ook zijn dat de handeling helemaal naar een tijd in het verleden wordt verplaatst.
Plaats en ruimte
De beschrijving van plaats en ruimte en van de daar heersende omstandigheden, ook bijv. het weer, is heel
bepalend voor de sfeer in een verhaal. In sommige verhalen worden de plaats en ruimte en de omstandigheden heel
uitgebreid beschreven. In andere verhalen worden deze met enkele treffende woorden meer opgeroepen dan
beschreven. De plaats, ruimte en de omstandigheden kunnen functioneel, of zelfs symbolisch zijn.