Aantekeningen&
Samenvatting VVO
Oktober 2021
Hanzehogeschool Groningen
1
, Rechtsom = continuous change
Trekken = je vertrekt wanneer je daar zin in hebt > we kijken waar we uitkomen (rechtsom)
Hoe – wie – wat – waarom
Groen/ wit
Linksom = planmatige verandering
Reizen = trekken, de trein vertrekt op tijd > planmatig veranderen (linksom)
Waarom – wat – wie – hoe
Blauw/rood
Horizontale en verticale congruentie om diepgang aan te brengen
Ze nemen meer afstand van de maakbaarheid van de organisatie
Veranderen brengt altijd teleurstellingen met zich mee
Contingentie/systeem denken: De organisatie is een samenhangend systeem en bevindt zich
in een omgeving die invloed uitoefent. De organisatie is een systeem en heeft een
noodzakelijke fit met de omgeving;
Organisaties bestaan uit mensen, er zijn veel verschillende rationaliteiten, je zegt iets maar
bedoelt soms wat anders
Interactie leidt tot patronen: - afstemmen wie ergens verantwoordelijk voor is
- Afstemmen over kwaliteiten
- Hoe conflicten worden opgelost
- Hoe creativiteit wordt toegepast
Vaak herhaalde interacties leiden tot beleid en procedures
Het is al gauw zo dat mensen andermans perspectief niet begrijpen door hun eigen
paradigma > je werkt langs elkaar heen
Fenomenologie: de leer die zegt dat het fenomeen opgeschreven moet worden wat het
probleem is
Veranderbreedte: het aantal mensen dat te maken krijgt met de gevolgen van een
verandertraject. Hoe meer mensen erbij betrokken zijn hoe moeilijker de verandering. (De
Wie in het 4-ballenmodel)
Veranderdiepte: de aspecten (de wat) van de organisatie die geraakt worden, hoe meer er
sprake is van het raken van het gedrag (jouw overtuigingen) hoe moeilijker
Orde 1 (single loop): fouten verbeteren > herstel handelingen (niet echt veranderen)
Orde 2 (double loop): iets aanpassen aan je methode, er moet iets anders in de aanpak > je
lost wel iets op
2
Samenvatting VVO
Oktober 2021
Hanzehogeschool Groningen
1
, Rechtsom = continuous change
Trekken = je vertrekt wanneer je daar zin in hebt > we kijken waar we uitkomen (rechtsom)
Hoe – wie – wat – waarom
Groen/ wit
Linksom = planmatige verandering
Reizen = trekken, de trein vertrekt op tijd > planmatig veranderen (linksom)
Waarom – wat – wie – hoe
Blauw/rood
Horizontale en verticale congruentie om diepgang aan te brengen
Ze nemen meer afstand van de maakbaarheid van de organisatie
Veranderen brengt altijd teleurstellingen met zich mee
Contingentie/systeem denken: De organisatie is een samenhangend systeem en bevindt zich
in een omgeving die invloed uitoefent. De organisatie is een systeem en heeft een
noodzakelijke fit met de omgeving;
Organisaties bestaan uit mensen, er zijn veel verschillende rationaliteiten, je zegt iets maar
bedoelt soms wat anders
Interactie leidt tot patronen: - afstemmen wie ergens verantwoordelijk voor is
- Afstemmen over kwaliteiten
- Hoe conflicten worden opgelost
- Hoe creativiteit wordt toegepast
Vaak herhaalde interacties leiden tot beleid en procedures
Het is al gauw zo dat mensen andermans perspectief niet begrijpen door hun eigen
paradigma > je werkt langs elkaar heen
Fenomenologie: de leer die zegt dat het fenomeen opgeschreven moet worden wat het
probleem is
Veranderbreedte: het aantal mensen dat te maken krijgt met de gevolgen van een
verandertraject. Hoe meer mensen erbij betrokken zijn hoe moeilijker de verandering. (De
Wie in het 4-ballenmodel)
Veranderdiepte: de aspecten (de wat) van de organisatie die geraakt worden, hoe meer er
sprake is van het raken van het gedrag (jouw overtuigingen) hoe moeilijker
Orde 1 (single loop): fouten verbeteren > herstel handelingen (niet echt veranderen)
Orde 2 (double loop): iets aanpassen aan je methode, er moet iets anders in de aanpak > je
lost wel iets op
2