Tentamenvragen Privaatrecht
Week 2
1. Welke stelling is juist?
A. Beperkte rechten zijn altijd genotsrechten
B. Het eigendomsrecht is een volledig recht
C. Pand en hypotheek zijn genotsrechten
D. Het eigendomsrecht is een zekerheidsrecht
2. Wat is geen onroerende zaak?
A. Boom
B. Zee
C. Woning
D. Steenkool
3. Wat is geen wilsgebrek?
A. Bedreiging
B. Bedrog
C. Dwaling
D. Vertrouwen
4. Welke stelling is juist?
A. Een rechtshandeling is nietig als er sprake is van dwaling
B. Een rechtshandeling is nietig als er sprake is van bedrog
C. Een rechtshandeling is vernietigbaar als deze in strijd is met de wet
D. Een rechtshandeling is vernietigbaar als er sprake is van misbruik van omstandigheden
5. Welke stelling over dwaling is juist?
A. Bij dwaling is er sprake van opzettelijk misleidend gedrag
B. Bij dwaling is er sprake van een verkeerde voorstelling van zaken
C. Bij dwaling is er sprake van een abnormale geestestoestand
D. Bij dwaling is er sprake van bedreiging
6. Een nietige rechtshandeling heeft nooit rechtsgevolgen gehad
A. Goed
B. Fout
7. Vul het ontbrekende deel in met het juiste woord:
Door ... kan een persoon aan het rechtsverkeer deelnemen zonder dat hij zelf bij de
rechtshandeling aanwezig was.
A. Vertegenwoordiging
B. Volmacht
C. Bekrachtiging
Week 2
1. Welke stelling is juist?
A. Beperkte rechten zijn altijd genotsrechten
B. Het eigendomsrecht is een volledig recht
C. Pand en hypotheek zijn genotsrechten
D. Het eigendomsrecht is een zekerheidsrecht
2. Wat is geen onroerende zaak?
A. Boom
B. Zee
C. Woning
D. Steenkool
3. Wat is geen wilsgebrek?
A. Bedreiging
B. Bedrog
C. Dwaling
D. Vertrouwen
4. Welke stelling is juist?
A. Een rechtshandeling is nietig als er sprake is van dwaling
B. Een rechtshandeling is nietig als er sprake is van bedrog
C. Een rechtshandeling is vernietigbaar als deze in strijd is met de wet
D. Een rechtshandeling is vernietigbaar als er sprake is van misbruik van omstandigheden
5. Welke stelling over dwaling is juist?
A. Bij dwaling is er sprake van opzettelijk misleidend gedrag
B. Bij dwaling is er sprake van een verkeerde voorstelling van zaken
C. Bij dwaling is er sprake van een abnormale geestestoestand
D. Bij dwaling is er sprake van bedreiging
6. Een nietige rechtshandeling heeft nooit rechtsgevolgen gehad
A. Goed
B. Fout
7. Vul het ontbrekende deel in met het juiste woord:
Door ... kan een persoon aan het rechtsverkeer deelnemen zonder dat hij zelf bij de
rechtshandeling aanwezig was.
A. Vertegenwoordiging
B. Volmacht
C. Bekrachtiging