Hoofdstuk 1
§1.1 - §1.3
- Perspectief → het uitzicht dat je hebt vanuit een bepaald standpunt.
→ Je traint je perspectivische lenigheid door je in te leven in verschillende
standpunten.
§2.1 - §2.3
- Je kan de rol van verwondering, twijfel en een kritische houding beoefenen door
jezelf vragen te stellen. Bekritiseer altijd het werk van jezelf of een ander.
- De socratische gespreksmethode is gebaseerd op vraaggesprekken van Socrates,
opgeschreven door Plato. Je moet hierbij goed luisteren, vragen stellen en geduld
betrachten.
§4.1-§4.2
- Filosofie → liefde tot wijsheid (sofia = wijsheid), het Nederlandse synoniem voor
Filosofie = Wijsbegeerte.
- Je leert bij filosofie allerlei praktische vaardigheden, zoals goed argumenteren,
perspectivische lenigheid en een kritische houding aan te nemen bij gesprekken.
Hoofdstuk 2
Inleiding + §1.1
- Een wijsgerige Antropologie → iemand die zich bezig houdt met de vraag: ’’Wat is de
mens?’’.
- De mens onderscheidt zich van het dier door zijn verstandelijke vermogens. Ook
door zelfbewustzijn (het weten dat we bestaan), en ook door excentriciteit (het niet
opgaan in de omgeving)
§1.2
- Rationaliteit → het vermogen om het beste middel te kiezen om een bepaald doel te
bereiken.
§1.3
- In ons Onbewuste zijn veel van onze vroegste herinneringen opgeslagen,
bijvoorbeeld bang zijn voor spinnen.
§1.4
- Door middel van zijn arbeid vormt de mens natuur om tot cultuur.
- Door middel van de instrumentele rede heeft de mens zich ‘’losgemaakt’’ van de
natuur en een (menselijke) cultuur geschapen.
- De bijzondere verhouding van de mens tot de natuur wordt vaak omschreven met het
begrip arbeid.
- Het marxisme levert kritiek op de kapitalistische productiewijze. Maar door arbeid, op
verschillende manieren, kan vervreemden.
Belangrijke informatie uit de Powerpoints:
Feit & mening
- Opinie / oordeel / standpunt -> hele sterke mening over iets waar jij goed over hebt
nagedacht en waar je anderen van wil overtuigen (intersubjectief). Moet altijd
onderbouwd worden met argumenten.
- Argument: Waar je een opinie, oordeel of standpunt mee onderbouwd. Dit kunnen
feiten zijn, of overtuigingen.
- Overtuiging: Idee over wat ‘het goede’ is om te doen. Soms moeilijk te onderbouwen,
maar voelt sterker dan slechts een mening.
- Wereldbeeld / perspectief / referentiekader:: Bepaalt jouw overtuigingen, bijv door
cultuur, opvoeding, religie. Staat Meestal vrij vast, maar kan veranderen door feiten,