Algemene beschrijving
Data view
Cases in de rijen. Variables in de kolommen.
Variable view
Variables in de rijen! Kenmerken/onderdelen v.d. variabelen in de kolommen.
Width: aantal cijfers dat te zien is in Data view
Decimals: aantal decimalen, bij kwalitatieve variabelen altijd 0.
Label: korte beschrijving van de variabele; uitgebreidere info over de variabele.
Values: mogelijke waarden die een variabele kan hebben. Bij kwalitatieve variabelen druk je
op de drie puntjes en maak je de waarden aan (bijv. 1 = female, 2 = male).
Missing: als er missende waarden zijn, hier een nummer invoeren die deze aangeven (bijv. 9
betekent missing value).
Columns: breedte van de kolom (letterlijke grootte in het bestand).
Measure: meetniveau. Kwantitatieve variabelen scale. Kwalitatieve variabelen ordinal
of nominal.
Functies
Frequency1 (Analyze -> Descriptive Statistics -> Frequencies)
Functie: creëert een frequentieverdeling van de variabelen en een grafische weergave (histogram,
taartdiagram etc.)
Onderdelen:
Variable(s): invoeren van de variabele waar je verdeling van wilt maken.
Statistics: welke statistieken berekend moeten worden (bijv. kwartielen, mean, median,
variance).
Charts: welke grafische weergave er gecreëerd moet worden.
Compare means1 (Analyze -> Compare Means Means)
Functie: vergelijken van groepen op een of meerdere beschrijvende statistieken (descriptive
statistics), zoals gemiddelde, Std., mediaan, Minimum/Maximum. Geschikt voor grotere datasets.
Onderdelen:
Dependent list: kwantitatieve variabele
Layer (1 of 1): de groep die je wilt vergelijken (kwalitatieve variabele)
Option: welke beschrijvende statistieken je wilt berekenen en vergelijken per groep.
, SPSS
Summeries1 (Analyze -> Reports -> Case Summeries)
Functie: vergelijken van groepen op beschrijvende statistieken/het laten zien van de waarden voor
een bepaalde variabelen per groep. Deze meer geschikt voor kleinere datasets. Is bijna hetzelfde als
Compare Means, maar Summeries-functie wordt ook gebruikt om alle waarden voor een bepaalde
variabele per groep te tonen.
Onderdelen:
Variables: kwantitatieve variabelen
Grouping variable(s): kwalitatieve variabelen (ordinaal of nominaal) met niet te veel
waarden.
Sort cases2 (Data -> Sort Cases)
Functie: Het sorteren van cases o.b.v. een bepaalde variabele. Je kan ze op- of aflopend sorteren.
onderdelen:
Sort by: invullen welke variabele gesorteerd moet worden.
Sort order: op welke manier gesorteerd moeten worden
(op-/aflopend)
Select cases2 (Data -> Select Cases)
Functie: het selecteren van bepaalde cases. Je gebruikt de functie als je
berekeningen wilt uitvoeren op een bepaalde subset van de data. Met de geselecteerde cases
worden de berekeningen gedaan. Degene die niet geselecteerd zijn hebben een streep door het
nummer heen in de Data View.
Onderdelen:
Select
o All cases: alle cases zijn geselecteerd; geen selectie gemaakt.
o If condition is satisfied: aan een voorwaarde voldoaan moet worden (bij een subset).