•Hoe ga ik objectief observeren? Door alleen de feiten te registreren zonder
onze eigen interpretaties daaraan toe te voegen. We zullen gaan kijken naar hun
houding, manier van spreken, de daden die zij verrichten en door te luisteren
naar de gesprekken. Dit zullen we dus doen door middel van onze zintuigen.
•Observatiedoel: Erachter komen hoe jongeren met elkaar omgaan op Centraal
Station. Dit is goed om te weten, omdat je dan in verdere onderzoeken kunt zien
of de gedragingen die getoond worden in het openbaar vaker voorkomen.
•Centrale observatievraag: Hoe gedragen jongvolwassenen zich tegenover
elkaar in groepsverband?
•Deelvragen
1. In hoeverre maakt de adolescent contact met andere jongeren om zich
heen?
2. Wat voor houding neemt de adolescent aan?
•Te observeren kenmerken:
De te observeren kenmerken zijn de communicatie en lichaamshouding van de
adolescent.
•Dimensies van de kenmerken:
Het te observeren kenmerk communicatie heeft de dimensies verbale inbreng en
non-verbale inbreng. En het kenmerk lichaamshouding heeft de dimensies open
en gesloten houding.
•Operationaliseringen:
o De operationalisering van de dimensie ‘verbale inbreng’ is hetgeen iemand
zegt (met woorden) en welk taalgebruik er wordt gebruikt. En bij de dimensie
‘non-verbale inbreng’ zijn dat gezichtsuitdrukkingen, gebaren,
lichaamshouding en oogcontact. Dit blijkt uit een artikel van Psydos (2018).
o De dimensie ‘open houding’ wordt als volgt geoperationaliseerd: geen armen
of benen over elkaar hebben. Tijdens een gesprek draai je naar de
gesprekspartner toe en maak je oogcontact met de persoon waarmee je het
gesprek voert. Ten slotte is de operationalisering van de dimensie ‘gesloten
houding’ het vermijden van oogcontact/wegkijken, de hele tijd op de telefoon
kijken, ongeïnteresseerd kijken of met de armen over elkaar zitten (Psydos,
2018).
•Procedure:
De manier die wij gebruikt hebben is het turven van bijvoorbeeld hoe vaak
iemand hard praat of lacht. Wij hebben gebruikt gemaakt van onze telefoon of
laptop om alles te noteren.
1. Bij de eerste vraag zullen we turven hoe vaak de adolescent contact
maakt. Daarbij zullen we ook vermelden om wat voor soort contact het
gaat (verbaal of non-verbaal).
2. Bij de tweede vraag noteren we de houding die de adolescent aanneemt.
•Registreren: