Samenvatting module 13 hoofdstuk 2 spieren.
De functies van de skeletspieren zijn:
Beweging
Handhaving van de lichaamshouding
Ondersteuning
Bescherming
Verwarming
Een skeletspier heeft een dik middenstuk dit noem je de spierbuik. De spier is opgebouwd uit
een aantal spierbundels, een spierbundel bestaat uit veel spiervezels.
Een spiervezel is gevuld met spierfibrillen. De spierfibrillen brengen contractie (samentrekking)
van de spier tot stand.
Een spier eindigt aan beide kanten met een pees. Met de pees zit de spier aan een bot vast.
De skeletspier bevat op drie niveaus een laag bindweefsel:
Rond de spier zelf
Rond de spierbundels
Rond de spiervezels
, Spieren die samenwerken om dezelfde beweging tot stand te laten komen zijn synergisten.
Spieren die een tegenstellend effect op een bepaalde beweging hebben zijn antagonisten.
Aan het hoofd zijn de volgende spiergroepen te onderscheiden:
Mimische spieren
Kauwspieren (m.masseter)
Tongspieren
Oogspieren (musculi bulbi)
De mimische spieren brengen de gelaatsuitdrukkingen tot stand.
De kauwspieren bewegen je onderkaak ten opzichte van de rest van de schedel. De twee
sterkste kauwspieren zijn de kauwspier en de slaapspier.
De tong speelt een belangrijke rol bij het kauwen, slikken & praten.
Bewegingen van de oogbol komen in stand door de oogspieren.
In het halsgebied bevinden zich de volgende spieren:
Rugstrekker (m. Erector spinae)
Monnikkapspier (m. Trapezius)
m. sternocleidomastodieus
Spierteugels van het tongbeen
De belangrijkste functies van de rugstrekker in het halsgebied zijn: het hoofd rechtop houden &
het hoofd laten bewegen.
De functies van de monnikkapsspier zijn: strekken en buigen van de nek & het bewegen van de
schouders.
m. sternocleidomastodieus, met deze spier kun je het hoofd vooroverbuigen en draaien.
De belangrijkste spieren van de romp zijn:
De rugspieren
De borstspieren
Het middenrif
De buikspieren
De bekenbodemspieren
De rugspieren, de belangrijkste rugspieren zijn: de rugstrekker, de monnikkapspier & brede
rugspier.
De functies van de skeletspieren zijn:
Beweging
Handhaving van de lichaamshouding
Ondersteuning
Bescherming
Verwarming
Een skeletspier heeft een dik middenstuk dit noem je de spierbuik. De spier is opgebouwd uit
een aantal spierbundels, een spierbundel bestaat uit veel spiervezels.
Een spiervezel is gevuld met spierfibrillen. De spierfibrillen brengen contractie (samentrekking)
van de spier tot stand.
Een spier eindigt aan beide kanten met een pees. Met de pees zit de spier aan een bot vast.
De skeletspier bevat op drie niveaus een laag bindweefsel:
Rond de spier zelf
Rond de spierbundels
Rond de spiervezels
, Spieren die samenwerken om dezelfde beweging tot stand te laten komen zijn synergisten.
Spieren die een tegenstellend effect op een bepaalde beweging hebben zijn antagonisten.
Aan het hoofd zijn de volgende spiergroepen te onderscheiden:
Mimische spieren
Kauwspieren (m.masseter)
Tongspieren
Oogspieren (musculi bulbi)
De mimische spieren brengen de gelaatsuitdrukkingen tot stand.
De kauwspieren bewegen je onderkaak ten opzichte van de rest van de schedel. De twee
sterkste kauwspieren zijn de kauwspier en de slaapspier.
De tong speelt een belangrijke rol bij het kauwen, slikken & praten.
Bewegingen van de oogbol komen in stand door de oogspieren.
In het halsgebied bevinden zich de volgende spieren:
Rugstrekker (m. Erector spinae)
Monnikkapspier (m. Trapezius)
m. sternocleidomastodieus
Spierteugels van het tongbeen
De belangrijkste functies van de rugstrekker in het halsgebied zijn: het hoofd rechtop houden &
het hoofd laten bewegen.
De functies van de monnikkapsspier zijn: strekken en buigen van de nek & het bewegen van de
schouders.
m. sternocleidomastodieus, met deze spier kun je het hoofd vooroverbuigen en draaien.
De belangrijkste spieren van de romp zijn:
De rugspieren
De borstspieren
Het middenrif
De buikspieren
De bekenbodemspieren
De rugspieren, de belangrijkste rugspieren zijn: de rugstrekker, de monnikkapspier & brede
rugspier.