2021-2022
Grondrechten Jurisprudentielijst
WEEK 1: INTRODUCTIE
★ HR HARMONISATIEWET: bescherming van grondrechten bij de nationale rechter en
reikwijdte toetsingsverbod
Artikel 120 Grondwet
Feiten: Bij het harmonisatiewet arrest had je studenten die studeerden en die konden
aanspraak maken op 6 jaar studiefinanciering. Als je na de hogeschool naar de
universiteit ging, dan ging je studiefinanciering opnieuw in voor 6 jaar. Daarna kwam er
een wet in formele zin, waarin werd gezegd dat je niet maar 6 jaar aan een hbo instelling
en 6 jaar aan de universiteit mocht zitten, maar 6 jaar in totaal (hbo + universiteit).
Probleem wat zich voordeed is dat mensen gingen studeren aan de universiteit
denkende dat zij nog 6 jaar studiefinanciering zouden krijgen, terwijl ze dat niet hadden.
Men is toen naar de rechter gegaan. Argumentatie studenten: De studenten zaten dus in
de maag met een wet in formele zin. Een beroep op de grondwet mag niet slagen (art.
120 Grondwet): ‘De rechter treedt niet in de beoordeling van de grondwettigheid van
wetten (lees wetten in formele zin). Hierna hebben de studenten het Statuut van het
Koninkrijk der Nederlanden erbij gepakt. Artikel 43 lid 1 van het Statuut voor het
Koninkrijk der Nederlanden: ‘Elk der landen draagt zorg voor de verwezenlijking van de
fundamentele menselijke rechten en vrijheden, de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van
het bestuur.’ Het statuut is hoger in de normenhiërarchie dan de grondwet.
Rechtsregel: Het toetsingsverbod in artikel 120 Grondwet geldt ook voor het Statuut en
fundamentele rechtsbeginselen. Er is een strikte machtenscheiding tussen rechter en
wetgever. De wetgever mag niet gaan kijken of een wet in formele zin in
, overeenstemming is met de grondwet of met de fundamentele rechtsbeginselen. De
wetgever heeft dus een beperkte rol als het gaat om het toepassen van grondrechten
richting, of op, wetten in formele zin.
★ ECSR DCI/NEDERLAND: kwetsbare groepen, werkingssfeer illegale kinderen
Rechtsregel: In zijn beoordeling concludeert het ECSR dat par. 1 van de Bijlage bij het
herziene ESH inzake de werkingssfeer met betrekking tot de te beschermen personen
zodanig moet worden geïnterpreteerd dat bepaalde artikelen ook van toepassing kunnen
zijn op illegale kinderen vanwege hun kwetsbare positie. De onderbouwing hiervan
steunt op verschillende interpretatiemethodes. Met het inroepen van deze uitspraak
bevestigt het ECSR dat zijn interpretatie in FIDH t. Frankrijk de huidige geldende
interpretatie van het herziene ESH is en benadrukt het de rolverdeling tussen het ECSR
en het Comité van Ministers met betrekking tot het toezicht op de naleving van het
herziene ESH. Voorts stelt het ECSR dat het VN Kinderrechtenverdrag een rol kan spelen
bij de toepassing van het herziene ESH. Met name het belang van het kind-principe speelt
bij de beoordeling van de werkingssfeer en de toetsing van het Nederlandse beleid een
rol. Het ECSR concludeert dat art. 31, tweede lid, met betrekking tot het voorkomen van
dakloosheid van kinderen, en art. 17, eerste lid, onder c, met betrekking tot bescherming
en speciale hulp voor het kind, van toepassing zijn op illegale kinderen en dat Nederland
deze rechten heeft geschonden.
★ ABRvS PASTAFARISME: opvatting geloofsovertuiging
Feiten: De zaak was aangespannen door Mienke de Wilde, een Nijmeegse
rechtenstudente en ‘pastafari’. De Wilde had een identiteitskaart en een rijbewijs
aangevraagd met pasfoto’s waarop zij een vergiet droeg. Het vergiet is volgens haar
Grondrechten Jurisprudentielijst
WEEK 1: INTRODUCTIE
★ HR HARMONISATIEWET: bescherming van grondrechten bij de nationale rechter en
reikwijdte toetsingsverbod
Artikel 120 Grondwet
Feiten: Bij het harmonisatiewet arrest had je studenten die studeerden en die konden
aanspraak maken op 6 jaar studiefinanciering. Als je na de hogeschool naar de
universiteit ging, dan ging je studiefinanciering opnieuw in voor 6 jaar. Daarna kwam er
een wet in formele zin, waarin werd gezegd dat je niet maar 6 jaar aan een hbo instelling
en 6 jaar aan de universiteit mocht zitten, maar 6 jaar in totaal (hbo + universiteit).
Probleem wat zich voordeed is dat mensen gingen studeren aan de universiteit
denkende dat zij nog 6 jaar studiefinanciering zouden krijgen, terwijl ze dat niet hadden.
Men is toen naar de rechter gegaan. Argumentatie studenten: De studenten zaten dus in
de maag met een wet in formele zin. Een beroep op de grondwet mag niet slagen (art.
120 Grondwet): ‘De rechter treedt niet in de beoordeling van de grondwettigheid van
wetten (lees wetten in formele zin). Hierna hebben de studenten het Statuut van het
Koninkrijk der Nederlanden erbij gepakt. Artikel 43 lid 1 van het Statuut voor het
Koninkrijk der Nederlanden: ‘Elk der landen draagt zorg voor de verwezenlijking van de
fundamentele menselijke rechten en vrijheden, de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van
het bestuur.’ Het statuut is hoger in de normenhiërarchie dan de grondwet.
Rechtsregel: Het toetsingsverbod in artikel 120 Grondwet geldt ook voor het Statuut en
fundamentele rechtsbeginselen. Er is een strikte machtenscheiding tussen rechter en
wetgever. De wetgever mag niet gaan kijken of een wet in formele zin in
, overeenstemming is met de grondwet of met de fundamentele rechtsbeginselen. De
wetgever heeft dus een beperkte rol als het gaat om het toepassen van grondrechten
richting, of op, wetten in formele zin.
★ ECSR DCI/NEDERLAND: kwetsbare groepen, werkingssfeer illegale kinderen
Rechtsregel: In zijn beoordeling concludeert het ECSR dat par. 1 van de Bijlage bij het
herziene ESH inzake de werkingssfeer met betrekking tot de te beschermen personen
zodanig moet worden geïnterpreteerd dat bepaalde artikelen ook van toepassing kunnen
zijn op illegale kinderen vanwege hun kwetsbare positie. De onderbouwing hiervan
steunt op verschillende interpretatiemethodes. Met het inroepen van deze uitspraak
bevestigt het ECSR dat zijn interpretatie in FIDH t. Frankrijk de huidige geldende
interpretatie van het herziene ESH is en benadrukt het de rolverdeling tussen het ECSR
en het Comité van Ministers met betrekking tot het toezicht op de naleving van het
herziene ESH. Voorts stelt het ECSR dat het VN Kinderrechtenverdrag een rol kan spelen
bij de toepassing van het herziene ESH. Met name het belang van het kind-principe speelt
bij de beoordeling van de werkingssfeer en de toetsing van het Nederlandse beleid een
rol. Het ECSR concludeert dat art. 31, tweede lid, met betrekking tot het voorkomen van
dakloosheid van kinderen, en art. 17, eerste lid, onder c, met betrekking tot bescherming
en speciale hulp voor het kind, van toepassing zijn op illegale kinderen en dat Nederland
deze rechten heeft geschonden.
★ ABRvS PASTAFARISME: opvatting geloofsovertuiging
Feiten: De zaak was aangespannen door Mienke de Wilde, een Nijmeegse
rechtenstudente en ‘pastafari’. De Wilde had een identiteitskaart en een rijbewijs
aangevraagd met pasfoto’s waarop zij een vergiet droeg. Het vergiet is volgens haar