Orgaan = een groep verschillende weefsels die samenwerken
Orgaansysteem = een groep organen die samenwerken
Organisme = een groep samenwerkende orgaansystemen
Terminologica:
- Soort structuur
- Waar hoort hij bij
- Zijn er meer van
Assen:
- Longitudinale as - Craniaal (superieur) en
caudaal (inferieur)
- Sagittale as - ventraal (anterieur) en dorsaal
(posterieur)
- Transversale as - lateraal, mediaal, lateraal
Vlakken:
- Frontale (coronale) vlak -> staat haaks op
sagittale as
- Sagittale vlak -> staat haaks op transversale as
(mediane vlak- in het midden gelegen,
paramediane vlak - naast het midden gelegen)
- Transversale vlak -> staat haaks op
longitudinale as
De maag ligt proximaal en de dikke darm ligt distaal.
Alle organen in een orgaansysteem werken samen
11 orgaansystemen:
1. Huid (integumentum):
Organen / structuren:
- Huid
- Haar
- (zweet) klieren
- Nagels
Functie:
- Bescherming
- Regulatie temperatuur
- Gaswisseling
1
, 2. Skelet:
Organen:
- Botstukken (bot, kraakbeen, beenmerg)
Functie:
- Bescherming en steun
- Aanhechting pezen, spieren en ligamenten
- Bloedcelvorming
- Calcium- en fosfaathuishouding
Axiaal skelet:
- Schedel (cranium)
- Wervelkolom ( columna vertebralis)
- Menselijke formule -> 7,12,5,5
Appendiculair skelet (bovenste extremiteit):
- Schoudergordel (sleutelbeen (clavicula) en
schouderblad (scapula))
- Bovenarm (opperarmbeen (humerus))
- Onderarm (spaakbeen (radius) en ellepijp (ulna))
- Hand (handwortelbeentjes (carpalia) en
middenhandsbeentjes (metacarpalia) en vingerkootjes
(phalangen))
Appendiculair skelet (onderste extremiteit):
- Bekkengordel (bekken (pelvis) en heiligbeen
(sacrum))
- Bovenbeen (dijbeen (femur))
- Onderbeen (scheenbeen (tibia) en kuitbeen (fibula))
- Voet (voetwortelbeentjes (tarsalia) en
middenvoetsbeentjes (metatarsalia) en teenkootjes
(phalangen))
3. Gewrichten (juncturae):
● Continu (onbeweeglijke) beenverbindingen
Junctura fibrosa (bindweefselverbinding)
Junctura cartilaginea (kraakbeenverbinding)
● Discontinue (beweeglijke) beenverbindingen
Junctura synovialis (synoviale gewrichten)
2
, - Junctura fibrose:
Sutuur = fibreuze verbinding tussen twee botstukken (schedelnaden)
Syndesmose = fibreuze verbinding tussen twee botstukken (membrana interossea)
- Junctura cartilaginea:
Synchondrose = kraakbenige verbinding tussen twee
botstukken (tussen de ribben, symphysis pubis)
- Junctura synovialis
In de schouder, heup en knie
Met gewrichtskapsel en vloeistof ->
4. Spieren
Organen:
- Skeletspieren
Functie:
- Beweging
- Lichaamshouding
- Warmteproductie
● Origo (oorsprongplaats) -> aan het proximale (onbeweeglijke) beenstuk
● Insertie (aanhechtingsplaats) -> aan het distale (beweeglijke) beenstuk
- Agonist = initieert een beweging (prime mover)
- Synergist = ondersteunt een beweging
- Antagonist = gaat een beweging tegen
Bewegingsapparaat:
= Alle delen van het menselijk lichaam die betrokken zijn bij de uitvoering van bewegingen
(bv. armen en benen, schouder- en heupgordel, rug en nek maar ook skelet, spieren en
gewrichten)
- Rotatie: draaiende beweging om een as, in een vlak (gewrichten tussen lange
pijpbeenderen)
- Translatie: schuivende beweging in een vlak (intervertebrale gewrichten, bewegingen
van het schouderblad)
- Bewegingen om een transversale as in het sagittale vlak -> flexie en extensie
(anteversie en retroversie)
- Bewegingen om een sagittale as in het frontale vlak -> abductie en adductie
- Bewegingen om een longitudinale as in het transversale vlak -> endo- en exorotatie
(en pro- en supinatie)
Bolgewrichten bewegen om drie assen -> schoudergewricht (art. humeri) en heupgewricht
(art. coxae)
3
, Anteversie - retroversie -> om transversale as
Abductie - adductie -> om sagittale as
Exorotatie - endorotatie -> om longitudinale as
Eigewrichten bewegen om 2 assen -> polsgewricht (art. radio-carpea)
(Palmair) flexie - dorsaalflexie (extensie) -> om transversale as
Radiaalabductie - ulnairabductie -> om sagittale as
Zadelgewrichten bewegen om 2 assen -> basisgewricht van de duim (art. carpometacarpalis
pollicis)
Abductie - adductie -> om
transversale as
Oppositie - repositie -> om
longitudinale as
Scharniergewrichten bewegen om 1
as:
-> deel van het ellebooggewricht
(art. humero-ulnare) en deel van het
kniegewricht (art. femoro-tibiale):
flexie en extensie ( om transversale
as) en exorotatie en endorotatie (om
longitudinale as)
-> bovenste spronggewricht (art.
talocrurale): (plantair)flexie en
dorsaalflexie (extensie) (om
transversale as)
Rolgewrichten bewegen om 1 as -> onderarm-gewrichten (art. radio-ulnare prox. et dist.)
Supinatie - pronatie -> om longitudinale as
5. Zenuwstelsel
Organen:
- Hersenen
- Ruggenmerg
- Perifere zenuwen
- Zintuigorganen
Functie:
- Aansturing orgaansystemen
- Informatie overdracht
4