Thema 5. College aantekeningen. Afwijkend looppatroon. Bewegen
HC35. Normaal looppatroon
Normaal looppatroon bij rustig lopen: altijd een fase waarbij 2 benen op de grond staan 1
- Hardlopen: 1 been | extreem hard: geen been
- 2 fases: zwaaifase (van achter naar voren) en standfase (staat op de grond)
- Ganganalyse: per been 3-7
o Begint bij standafse: hielkontakt (wanneer je hak net op de grond zet)
Middenstand: standbeen naar achter/lichaam naar tenen en staat recht onder elkaar
Teenafzet: been zo erg naar achter dat alleen nog op teen staat
o Zwaaifase: tilt been op/buigt hem en zwaait naar voren zodat weer op hak kan komen
- Ook zichtbaar op voetzool: gebruikt bij afrollen met name de buitenkant >> grote teen krachtigst 8
Spieren bij lopen: bovenbeen doen niet alle mee, maar onderbeen wel >> bij hardlopen bovenbeen veel meer
- Bewegen gewricht, tegengaan (zwaarte)kracht, tegengaan traagheid (antagonist om schop te stoppen)
- Quadriceps: extensoren been/knie 12
o Kunnen ook flexie over heup geven: sartorius, rectus femoris gracillis toch ook?
- Flexoren heup: uit bekken en lumbale wervelkolom (rompspieren)
- Extensoren heup: gluteus maximus van rompwand (rompspier) 13
- Flexoren bovenbeen/knie: hamstrings (liggen aan de achterkant)
o Deels vanaf bekken: extensie van heupgewricht (in uiterste flexie stand)
- Oppervlakkige posterior compartiment onderbeen: triceps surae (gastro, soleu, plantaris) 15, 14!!
o Allemaal vast aan calcaneus: plantairflexie enkel
- Diepe posterieur: tib. post, digitorum longus, hallcus long >> achter mediale malleolus naar voet 16
o Zorgen voor plantairflexie maar vooral inversie voor aanpassen stand van voet aan oppervlak
- Peroneus lorge: fib/peroneus longus en brevis >> oorsprong fibula 17
o Brevis: laterale zijde voet >> eversie | longus: onder voet door langs lateraal naar mediale zijde
o Plantairflexie want achter maleolus langs
- Anterieure compartiment: tib. anterior, ext. dig. long, ext. hall. long, fib/per teritus 18
o Extensoren/dorsaalflexie | eversie: PT | inversie: TA en EHL
Spieren in elke fase: analyse looppatroon >> 3 gewrichten en effect van algemeen lichaamszwaartepunt
- Hielcontact: bipedale fase (hakcontact en teenafzet) >> staat heel stabiel (groot steunvlak) 19
o Knie op slot en standbeen dus geen spieren nodig ondanks flexiemoment in de knie
o Wel spieren voor heffen voet: anders klapvoet
- Unipedale fase: tilt achterste been op >> lichaamszwaartepunt wil voor flexie in knie zorgen 20
o Extensoren bovenbeen: voorkomen flexie knie
o Extensoren enkel: voorkomen plantairflexie van enkel
o Extensoren heup (gluteus maximus): extensie van heup >> lichaam boven been tillen
- Middenstand -> teenafzet: lichaamszwaartepunt komt vóór het been te liggen 21
o Knie wil in extensie maar zit op slot
o Enkel wil je langzaam gecontrolleerd in flexie brengen dus spant extensoren aan (laat slippen)
Excentrisch belasten i.p.v. concentrisch: is waar je spierpijn van krijgt
o Extensiemomentin de heup: is wat je wil
- Zwaaifase: tilt voet EN tenen op (anders slepen over de grond) 22
o Dorsaalfexie voet (ext. ondrbeen): als dat niet kan moet been hoger optrekken (meer energie)
o Flexoren heup voor brengen van been naar voren en been voor optillen been
- Einde zwaaifase: flexorenbovenbeen voor flexie knie en retroflexie bovenbeen zodat been niet
doorschiet >> remmen van flexie heup en extensie knie
Tijdens zetten van stap gaat algemeen lichaamszwaartepunt naar beneden en dus ook hoofd vanaf slide 25!!!
- Voorkomen door endorotatie van de heup te doen: draait bekken naar buiten naar voorste been
- Als niet verder kan roteren draait been mee wat zorgt voor inversie van voet: komt op laterale rand
, o Hardlopers die vaak verzwikken hebben dus endorotatiebeperking waardoor voet snel inversie
HC36. Afwijkend looppatroon
Waar let je op/wat wil je weten bij een gestoord looppatroon:
- Synkinesie arm: linker been naar voren met rechter arm naar voren
- Leeftijd, geslacht, voorgeschiedenis, trauma, (pijn)
- Oorzaken: aangeboren, degeneratief, nieuwvormingen, neurologisch, vasculair, infectieus, trauma
- Meeste informatie uit anamnese en LO: alleen aanvullend onderzoek bij twijfel of bevestig/uitsluit
o Zittend, staand, lopend, op de bank (minder waardevol, specifieke tests
Algemeen bij zitten en staan:
- Rechtop stil staan: alleen gebruiken van kuitspieren >> gebruik je de hele dag
- Op 1 been stil staan: gebruikt gluteus medius om bekken te abduceren
o Overhangen naar aangedane kant is ook een positieve trendelenburg! 12, 13
Is geen normaal looppatroon want dit kost veel energie
o Veel kracht abductoren om niet te kantelen: compressiekracht op heup is 3x lichaamsgewicht
- Kan alleen rechtop blijven staan als zwaartelijn door je voeten loopt
- Bekken veranderd veel van hoogte zodat hoofd op dezelfde hoogte bljft 7 ->
- Duchenne: helt naar aangedane kant
- Hip hike: helt naar de gezonde kant >> functioneel te lang been door cva etc.
o Moet heup meer optillen om onder standbeen te zwaaien (andere manier is circumductie)
Romp:
- Pseudoscolliose: veroorzaakt door beenlengteverschil >> gaat weg bij plankje eronder 18-20
o Structurele scolliose: blijft ook als iemand gaat zitten >> rug zelf is krom
- Hyperlordose lumbaal als compensatie voor hyperkyfose thoracaal 21
o Ziekte van sojaman: te bolle rug door 3 achter elkaar ingezakte wervels
- Hyperlordose door zwakte van kuit: gaat achteroverleunen zodat zwaartepunt naar achter 22
- Hoe ouder, hoe meer een kyfose: zwaartepunt naar voren dus valt voorover >> rollator 23
- Hyperlordose ter compensatie van flexiecontractuur heup 24 (onderscheid maken)
Karakteristieke loopstoornissen: diagnose on the spot door patroonherkenning
- Duchenne: land op voorvoet (omgekeerde landing) | holle rug | op tenen lopen | teken van gauwers
- Diplegie >> beiderzijdse spastischiteit: spitsvoet | op tenen | knieen niet strekken | lopen, niet staan
o Hamstrings en quadriceps normaal in evenwicht: biij spastische kinderen wint hamstrings
Hierdoor gebogen knie: kost heel veel extra energie 34
o Spitsvoet bij alle spastische afwijkingen (kind of volwassen): kuit wint altijd van anticus
o Door voorover te leunen komt zwaartepunt vóór de knie te liggen
- Hemiplegie: geeft een hip hike of circumductie | omgekeerde landing | spitsvoet | niet buigen knie
- Ataxie (sensibel of cerebraal): dronkenmansgang
Aan de hand van welke fase looppatroon is aangedaan kan je afleiden welke spieren zijn aangedaan 30
- Standfase: quadriceps en gluteus maximus | afzet: kuit 31,32,33
- Formulier voor makkelijk analyseren waar het probleem zit 42
Verschillende looptypes: geven aan wat de prognose is en wat je eraan kan doen (type 3 slecht)
- Uitdrukkenin maat en getal zodat je het kan volgen en publieren 37!
o Kan hele analyses van het looppatroon maken: vraag wel af of in test nog normaal loopt 39 ->
- Behandeling bij ernstige spacticiteit en gebogen knieën: hamstrings verlengen >> verzwakt ze
o Kan dan niet meer achteruitlopen: hamstrings ook heup extensoren
- Klompvoet achtige voorbeeld: te sterke tibialis posterior en kuitspieren: voet in flexie en inversie
o Voorspelbaar: tibialis posterior veel krachtiger dan perioneus dus zal altijd winnen
o Behandeling: achillespees verlengen (zwak) en tibialis post. naar voren waardoor dorsaalflexie
HC35. Normaal looppatroon
Normaal looppatroon bij rustig lopen: altijd een fase waarbij 2 benen op de grond staan 1
- Hardlopen: 1 been | extreem hard: geen been
- 2 fases: zwaaifase (van achter naar voren) en standfase (staat op de grond)
- Ganganalyse: per been 3-7
o Begint bij standafse: hielkontakt (wanneer je hak net op de grond zet)
Middenstand: standbeen naar achter/lichaam naar tenen en staat recht onder elkaar
Teenafzet: been zo erg naar achter dat alleen nog op teen staat
o Zwaaifase: tilt been op/buigt hem en zwaait naar voren zodat weer op hak kan komen
- Ook zichtbaar op voetzool: gebruikt bij afrollen met name de buitenkant >> grote teen krachtigst 8
Spieren bij lopen: bovenbeen doen niet alle mee, maar onderbeen wel >> bij hardlopen bovenbeen veel meer
- Bewegen gewricht, tegengaan (zwaarte)kracht, tegengaan traagheid (antagonist om schop te stoppen)
- Quadriceps: extensoren been/knie 12
o Kunnen ook flexie over heup geven: sartorius, rectus femoris gracillis toch ook?
- Flexoren heup: uit bekken en lumbale wervelkolom (rompspieren)
- Extensoren heup: gluteus maximus van rompwand (rompspier) 13
- Flexoren bovenbeen/knie: hamstrings (liggen aan de achterkant)
o Deels vanaf bekken: extensie van heupgewricht (in uiterste flexie stand)
- Oppervlakkige posterior compartiment onderbeen: triceps surae (gastro, soleu, plantaris) 15, 14!!
o Allemaal vast aan calcaneus: plantairflexie enkel
- Diepe posterieur: tib. post, digitorum longus, hallcus long >> achter mediale malleolus naar voet 16
o Zorgen voor plantairflexie maar vooral inversie voor aanpassen stand van voet aan oppervlak
- Peroneus lorge: fib/peroneus longus en brevis >> oorsprong fibula 17
o Brevis: laterale zijde voet >> eversie | longus: onder voet door langs lateraal naar mediale zijde
o Plantairflexie want achter maleolus langs
- Anterieure compartiment: tib. anterior, ext. dig. long, ext. hall. long, fib/per teritus 18
o Extensoren/dorsaalflexie | eversie: PT | inversie: TA en EHL
Spieren in elke fase: analyse looppatroon >> 3 gewrichten en effect van algemeen lichaamszwaartepunt
- Hielcontact: bipedale fase (hakcontact en teenafzet) >> staat heel stabiel (groot steunvlak) 19
o Knie op slot en standbeen dus geen spieren nodig ondanks flexiemoment in de knie
o Wel spieren voor heffen voet: anders klapvoet
- Unipedale fase: tilt achterste been op >> lichaamszwaartepunt wil voor flexie in knie zorgen 20
o Extensoren bovenbeen: voorkomen flexie knie
o Extensoren enkel: voorkomen plantairflexie van enkel
o Extensoren heup (gluteus maximus): extensie van heup >> lichaam boven been tillen
- Middenstand -> teenafzet: lichaamszwaartepunt komt vóór het been te liggen 21
o Knie wil in extensie maar zit op slot
o Enkel wil je langzaam gecontrolleerd in flexie brengen dus spant extensoren aan (laat slippen)
Excentrisch belasten i.p.v. concentrisch: is waar je spierpijn van krijgt
o Extensiemomentin de heup: is wat je wil
- Zwaaifase: tilt voet EN tenen op (anders slepen over de grond) 22
o Dorsaalfexie voet (ext. ondrbeen): als dat niet kan moet been hoger optrekken (meer energie)
o Flexoren heup voor brengen van been naar voren en been voor optillen been
- Einde zwaaifase: flexorenbovenbeen voor flexie knie en retroflexie bovenbeen zodat been niet
doorschiet >> remmen van flexie heup en extensie knie
Tijdens zetten van stap gaat algemeen lichaamszwaartepunt naar beneden en dus ook hoofd vanaf slide 25!!!
- Voorkomen door endorotatie van de heup te doen: draait bekken naar buiten naar voorste been
- Als niet verder kan roteren draait been mee wat zorgt voor inversie van voet: komt op laterale rand
, o Hardlopers die vaak verzwikken hebben dus endorotatiebeperking waardoor voet snel inversie
HC36. Afwijkend looppatroon
Waar let je op/wat wil je weten bij een gestoord looppatroon:
- Synkinesie arm: linker been naar voren met rechter arm naar voren
- Leeftijd, geslacht, voorgeschiedenis, trauma, (pijn)
- Oorzaken: aangeboren, degeneratief, nieuwvormingen, neurologisch, vasculair, infectieus, trauma
- Meeste informatie uit anamnese en LO: alleen aanvullend onderzoek bij twijfel of bevestig/uitsluit
o Zittend, staand, lopend, op de bank (minder waardevol, specifieke tests
Algemeen bij zitten en staan:
- Rechtop stil staan: alleen gebruiken van kuitspieren >> gebruik je de hele dag
- Op 1 been stil staan: gebruikt gluteus medius om bekken te abduceren
o Overhangen naar aangedane kant is ook een positieve trendelenburg! 12, 13
Is geen normaal looppatroon want dit kost veel energie
o Veel kracht abductoren om niet te kantelen: compressiekracht op heup is 3x lichaamsgewicht
- Kan alleen rechtop blijven staan als zwaartelijn door je voeten loopt
- Bekken veranderd veel van hoogte zodat hoofd op dezelfde hoogte bljft 7 ->
- Duchenne: helt naar aangedane kant
- Hip hike: helt naar de gezonde kant >> functioneel te lang been door cva etc.
o Moet heup meer optillen om onder standbeen te zwaaien (andere manier is circumductie)
Romp:
- Pseudoscolliose: veroorzaakt door beenlengteverschil >> gaat weg bij plankje eronder 18-20
o Structurele scolliose: blijft ook als iemand gaat zitten >> rug zelf is krom
- Hyperlordose lumbaal als compensatie voor hyperkyfose thoracaal 21
o Ziekte van sojaman: te bolle rug door 3 achter elkaar ingezakte wervels
- Hyperlordose door zwakte van kuit: gaat achteroverleunen zodat zwaartepunt naar achter 22
- Hoe ouder, hoe meer een kyfose: zwaartepunt naar voren dus valt voorover >> rollator 23
- Hyperlordose ter compensatie van flexiecontractuur heup 24 (onderscheid maken)
Karakteristieke loopstoornissen: diagnose on the spot door patroonherkenning
- Duchenne: land op voorvoet (omgekeerde landing) | holle rug | op tenen lopen | teken van gauwers
- Diplegie >> beiderzijdse spastischiteit: spitsvoet | op tenen | knieen niet strekken | lopen, niet staan
o Hamstrings en quadriceps normaal in evenwicht: biij spastische kinderen wint hamstrings
Hierdoor gebogen knie: kost heel veel extra energie 34
o Spitsvoet bij alle spastische afwijkingen (kind of volwassen): kuit wint altijd van anticus
o Door voorover te leunen komt zwaartepunt vóór de knie te liggen
- Hemiplegie: geeft een hip hike of circumductie | omgekeerde landing | spitsvoet | niet buigen knie
- Ataxie (sensibel of cerebraal): dronkenmansgang
Aan de hand van welke fase looppatroon is aangedaan kan je afleiden welke spieren zijn aangedaan 30
- Standfase: quadriceps en gluteus maximus | afzet: kuit 31,32,33
- Formulier voor makkelijk analyseren waar het probleem zit 42
Verschillende looptypes: geven aan wat de prognose is en wat je eraan kan doen (type 3 slecht)
- Uitdrukkenin maat en getal zodat je het kan volgen en publieren 37!
o Kan hele analyses van het looppatroon maken: vraag wel af of in test nog normaal loopt 39 ->
- Behandeling bij ernstige spacticiteit en gebogen knieën: hamstrings verlengen >> verzwakt ze
o Kan dan niet meer achteruitlopen: hamstrings ook heup extensoren
- Klompvoet achtige voorbeeld: te sterke tibialis posterior en kuitspieren: voet in flexie en inversie
o Voorspelbaar: tibialis posterior veel krachtiger dan perioneus dus zal altijd winnen
o Behandeling: achillespees verlengen (zwak) en tibialis post. naar voren waardoor dorsaalflexie