INHOUDSOPGAVE
Gehandicaptenzorg Hoofdstuk 1 Bladzijde 2-3
Gehandicaptenzorg Hoofdstuk 6 Bladzijde 4-6
Gehandicaptenzorg Hoofdstuk 12 Bladzijde 7-8
Gehandicaptenzorg Hoofdstuk 30 Bladzijde 9-10
Gehandicaptenzorg Hoofdstuk 9 Bladzijde 11-12
Gehandicaptenzorg Hoofdstuk 11 Bladzijde 13-13
Gehandicaptenzorg Hoofdstuk 15.3 Bladzijde 14-15
Gehandicaptenzorg Hoofdstuk 21 Bladzijde 16-17
Gehandicaptenzorg Hoofdstuk 23 Bladzijde 18-18
Kraamzorg Hoofdstuk 10 Bladzijde 19-20
Kraamzorg Hoofdstuk 11 Bladzijde 21-21
Kraamzorg Hoofdstuk 12 Bladzijde 22-23
Kraamzorg Hoofdstuk 21 Bladzijde 24-25
Kraamzorg Hoofdstuk 13 Bladzijde 26-27
Kraamzorg Hoofdstuk 14 Bladzijde 28-29
Kraamzorg Hoofdstuk 15 Bladzijde 30-31
1
, GEHANDICAPTENZORG H1
who→wereld gezond organisatie
↳aspecten van gezondheidszorg in kaart brengen
↳activiteiten op gebied van zorg coördineren
↳gezondheid van de bevolking bevorderen
stoornis→ als een orgaan of lichaamsfunctie ontbreekt of beschadigd is.
beperking→ stoornis die ervoor zorgt dat iemand in het normale functioneren wordt
belemmerd.
handicap→ verlies van mogelijkheden om op normale wijze deel te nemen aan de
maatschappij. Je spreekt dan van een participatieprobleem.
soorten beperkingen:
- verstandelijke beperking
- lichamelijke beperking
- meervoudige beperking
- chronische ziekte
- revalidatie
verstandelijke beperking→ duidelijke beperking in het intellectuele functioneren en het
aanpassingsvermogen.
indeling op basis van intelligentie:
● idioot → laagste niveau
● imbeciel → middel niveau
● debiel → hoogste niveau
indeling op basis van niveau:
● lichte vorm → zorgvrager heeft geen zorg en begeleiding nodig
● matige vorm → woordenschat is beperkt,zorg ligt bij ondersteuning en
voorlichting
● ernstige vorm → hebben zorg en begeleiding nodig en hebben weinig
contact
● zeer ernstige vorm → zorgvrager leeft in zijn eigen wereld en de motoriek
is
onvoldoende ontwikkeld. Ze hebben volledige zorg nodig.
indeling op basis van ervaringsordening:
● vormgevend → zorgvrager heeft een eigen mening en maakt keuzes
● structurerend → zorgvrager kan structuur herkennen en uitvoeren
● associatief →door veel herhaling gaat de zorgvrager een ritme herkennen
● lichaamsgebonden → zorgvrager neemt alleen waar wat er met het eigen
lichaam
wordt waargenomen
2
, syndroom→ vaste combinatie van symptomen die horen bij een ziektebeeld, afwijking of
stoornis.
meervoudige beperking→ wanneer iemand 2 afzonderlijke beperkingen heeft.
lichamelijke beperkingen:
● motorisch→ blessures, breuken, verlamming of beperking bij het lopen
● zintuiglijk→ zijn beperkt met verwerken van informatie
↳blind: visuele beperking
↳doof: auditieve beperking
● orgaan→een orgaan functioneert slecht of niet
● spraak→zorgvrager spreekt woorden, klanken, zinnen verkeerd of niet uit
↳stotteren, stembandloosheid, articulatieprobleem
● bewustzijn→komt door een gestoorde hersenwerking
● niet aangeboren hersenletsel
aangeboren beperking→als de beperking is ontstaan voor, tijdens of vlak na de geboorte.
↳erfelijke oorzaken
↳stofwisselingsstoornis
↳zuurstoftekort
↳infectie van de moeder
↳straling
niet aangeboren beperking→komt pas op latere leeftijd
↳ongeval
↳ouderdom
↳mishandeling
↳ondervoeding
↳vaatstoornis
progressieve beperking→zorgvrager kan steeds minder en er vallen functies uit.
niet progressieve beperking→zorgvrager kan bepaalde dingen niet meer en zal niet
veranderen.
GAS→goal attainment scale
↳+2: doel bereikt
↳+1: stap in de goede richting
↳0: geen verandering
↳-1: achteruitgang
zelfredzaamheid→vermogen van een individu om zelf zorgactiviteiten uit te voeren.
resonatieplank→dunne multiplex plaat die trilt bij een beweging zodat de zorgvrager de
beweging nogmaals zal uitvoeren.
3
Gehandicaptenzorg Hoofdstuk 1 Bladzijde 2-3
Gehandicaptenzorg Hoofdstuk 6 Bladzijde 4-6
Gehandicaptenzorg Hoofdstuk 12 Bladzijde 7-8
Gehandicaptenzorg Hoofdstuk 30 Bladzijde 9-10
Gehandicaptenzorg Hoofdstuk 9 Bladzijde 11-12
Gehandicaptenzorg Hoofdstuk 11 Bladzijde 13-13
Gehandicaptenzorg Hoofdstuk 15.3 Bladzijde 14-15
Gehandicaptenzorg Hoofdstuk 21 Bladzijde 16-17
Gehandicaptenzorg Hoofdstuk 23 Bladzijde 18-18
Kraamzorg Hoofdstuk 10 Bladzijde 19-20
Kraamzorg Hoofdstuk 11 Bladzijde 21-21
Kraamzorg Hoofdstuk 12 Bladzijde 22-23
Kraamzorg Hoofdstuk 21 Bladzijde 24-25
Kraamzorg Hoofdstuk 13 Bladzijde 26-27
Kraamzorg Hoofdstuk 14 Bladzijde 28-29
Kraamzorg Hoofdstuk 15 Bladzijde 30-31
1
, GEHANDICAPTENZORG H1
who→wereld gezond organisatie
↳aspecten van gezondheidszorg in kaart brengen
↳activiteiten op gebied van zorg coördineren
↳gezondheid van de bevolking bevorderen
stoornis→ als een orgaan of lichaamsfunctie ontbreekt of beschadigd is.
beperking→ stoornis die ervoor zorgt dat iemand in het normale functioneren wordt
belemmerd.
handicap→ verlies van mogelijkheden om op normale wijze deel te nemen aan de
maatschappij. Je spreekt dan van een participatieprobleem.
soorten beperkingen:
- verstandelijke beperking
- lichamelijke beperking
- meervoudige beperking
- chronische ziekte
- revalidatie
verstandelijke beperking→ duidelijke beperking in het intellectuele functioneren en het
aanpassingsvermogen.
indeling op basis van intelligentie:
● idioot → laagste niveau
● imbeciel → middel niveau
● debiel → hoogste niveau
indeling op basis van niveau:
● lichte vorm → zorgvrager heeft geen zorg en begeleiding nodig
● matige vorm → woordenschat is beperkt,zorg ligt bij ondersteuning en
voorlichting
● ernstige vorm → hebben zorg en begeleiding nodig en hebben weinig
contact
● zeer ernstige vorm → zorgvrager leeft in zijn eigen wereld en de motoriek
is
onvoldoende ontwikkeld. Ze hebben volledige zorg nodig.
indeling op basis van ervaringsordening:
● vormgevend → zorgvrager heeft een eigen mening en maakt keuzes
● structurerend → zorgvrager kan structuur herkennen en uitvoeren
● associatief →door veel herhaling gaat de zorgvrager een ritme herkennen
● lichaamsgebonden → zorgvrager neemt alleen waar wat er met het eigen
lichaam
wordt waargenomen
2
, syndroom→ vaste combinatie van symptomen die horen bij een ziektebeeld, afwijking of
stoornis.
meervoudige beperking→ wanneer iemand 2 afzonderlijke beperkingen heeft.
lichamelijke beperkingen:
● motorisch→ blessures, breuken, verlamming of beperking bij het lopen
● zintuiglijk→ zijn beperkt met verwerken van informatie
↳blind: visuele beperking
↳doof: auditieve beperking
● orgaan→een orgaan functioneert slecht of niet
● spraak→zorgvrager spreekt woorden, klanken, zinnen verkeerd of niet uit
↳stotteren, stembandloosheid, articulatieprobleem
● bewustzijn→komt door een gestoorde hersenwerking
● niet aangeboren hersenletsel
aangeboren beperking→als de beperking is ontstaan voor, tijdens of vlak na de geboorte.
↳erfelijke oorzaken
↳stofwisselingsstoornis
↳zuurstoftekort
↳infectie van de moeder
↳straling
niet aangeboren beperking→komt pas op latere leeftijd
↳ongeval
↳ouderdom
↳mishandeling
↳ondervoeding
↳vaatstoornis
progressieve beperking→zorgvrager kan steeds minder en er vallen functies uit.
niet progressieve beperking→zorgvrager kan bepaalde dingen niet meer en zal niet
veranderen.
GAS→goal attainment scale
↳+2: doel bereikt
↳+1: stap in de goede richting
↳0: geen verandering
↳-1: achteruitgang
zelfredzaamheid→vermogen van een individu om zelf zorgactiviteiten uit te voeren.
resonatieplank→dunne multiplex plaat die trilt bij een beweging zodat de zorgvrager de
beweging nogmaals zal uitvoeren.
3