Samenvatting
productintroductie
Les 1
Welke 4 soorten analyse zijn er ?
Afnemersanalyse, bedrijfstakanalyse, concurrentenanalyse en distributieanalyse
Welke conclusie kan je uit deze 4 analyses trekken ?
De kansen en bedreigingen
Welke andere analyse is er ook nog ?
De interne analyse
Welke conclusie kan je uit de interne analyse halen /
De sterktes en zwaktes
Wat vormt de SWOT analyse ?
De sterktes en zwaktes en kansen en bedreigingen bij elkaar
Waarvoor maak je een SWOT analyse ?
Ter voorbereiding op de confrontatiematrix
Waar is het centraal probleem een combinatie van ?
Een combinatie tussen een bedreiging, een zwakte en het potentiële gevolg
Wat dient een strategische optie te doen ?
- Het centrale probleem op te lossen
- Een keuze qua strategie te maken
- Voeding vinden in de confrontatiematrix
Welke 3 strategieën zijn er ?
- Porter
- Ansoff
- Treacy en Wiersema
Waar bestaat Porter uit ?
- Cost leadership
- Differentiation
- Focus strategy
Wat maak je bij de Ansoff methode ?
Een product-marktexpansiematrix
, Hoe willen ze bij Treacy en Wiersma de klantwaarde realiseren ?
1. Operational excellence
2. Productleadership
3. Customer intimacy
Wat is Operational excellence ?
Kostenbesparing, tijdsbesparing, gemaksbesparing voor de afnemer
Wat is Productleadership ?
Innovaties met hoge succesrate
Wat is Customer intimacy ?
Klantpartner zijn, alles van de klant weten om hem zo goed mogelijk te bedienen
Hoe maken we een goede afgewogen keuze voor ons product ?
Met het FOETSJE model
Wat betekend FOETSJE ?
Financieel, Organisatorisch, Economisch, Technologisch, Sociaal, Juridisch en Ecologisch
Wat werk je uit om de ‘winnende’ strategie te bepalen ?
- Doelgroep
- Doelstellingen
- Positionering
- Marketingmix ( 4 p’s )
Les 2
Waar kan je consumptiegoederen in onder verdelen ?
In convenience goods, shopping goods, specialty goods en unsought goods
Wat zijn convenience goods ?
- Hoge aankoopfrequentie
- Weinig koopinspanning
- Lage prijs
- Overal verkrijgbaar
Wat zijn shopping goods ?
- Minder vaak gekocht
- Vergeleken op kwaliteit, prijs en stijl
- Relatief hoge prijs
- Selectieve distributie
productintroductie
Les 1
Welke 4 soorten analyse zijn er ?
Afnemersanalyse, bedrijfstakanalyse, concurrentenanalyse en distributieanalyse
Welke conclusie kan je uit deze 4 analyses trekken ?
De kansen en bedreigingen
Welke andere analyse is er ook nog ?
De interne analyse
Welke conclusie kan je uit de interne analyse halen /
De sterktes en zwaktes
Wat vormt de SWOT analyse ?
De sterktes en zwaktes en kansen en bedreigingen bij elkaar
Waarvoor maak je een SWOT analyse ?
Ter voorbereiding op de confrontatiematrix
Waar is het centraal probleem een combinatie van ?
Een combinatie tussen een bedreiging, een zwakte en het potentiële gevolg
Wat dient een strategische optie te doen ?
- Het centrale probleem op te lossen
- Een keuze qua strategie te maken
- Voeding vinden in de confrontatiematrix
Welke 3 strategieën zijn er ?
- Porter
- Ansoff
- Treacy en Wiersema
Waar bestaat Porter uit ?
- Cost leadership
- Differentiation
- Focus strategy
Wat maak je bij de Ansoff methode ?
Een product-marktexpansiematrix
, Hoe willen ze bij Treacy en Wiersma de klantwaarde realiseren ?
1. Operational excellence
2. Productleadership
3. Customer intimacy
Wat is Operational excellence ?
Kostenbesparing, tijdsbesparing, gemaksbesparing voor de afnemer
Wat is Productleadership ?
Innovaties met hoge succesrate
Wat is Customer intimacy ?
Klantpartner zijn, alles van de klant weten om hem zo goed mogelijk te bedienen
Hoe maken we een goede afgewogen keuze voor ons product ?
Met het FOETSJE model
Wat betekend FOETSJE ?
Financieel, Organisatorisch, Economisch, Technologisch, Sociaal, Juridisch en Ecologisch
Wat werk je uit om de ‘winnende’ strategie te bepalen ?
- Doelgroep
- Doelstellingen
- Positionering
- Marketingmix ( 4 p’s )
Les 2
Waar kan je consumptiegoederen in onder verdelen ?
In convenience goods, shopping goods, specialty goods en unsought goods
Wat zijn convenience goods ?
- Hoge aankoopfrequentie
- Weinig koopinspanning
- Lage prijs
- Overal verkrijgbaar
Wat zijn shopping goods ?
- Minder vaak gekocht
- Vergeleken op kwaliteit, prijs en stijl
- Relatief hoge prijs
- Selectieve distributie