Samenvatting Lesgeven
H1: Ontdek de paardensporter
De leerstijl of denkstijl: Is de wijze van waarnemen, problemen oplossen, leren, denken, verwerven
van vaardigheden e.d. waaraan de leerling de voorkeur geeft.
Aanpakgedrag:
1. Reflectief: leerling gaat systematisch, volgens een bepaalde strategie te werk.
Heeft voorkeur voor een zekere mate van abstractie.
Overziet eerst alle mogelijkheden voordat hij handelt.
2. Impulsief: Leerling gaat meer op zijn gevoel af, gissen of missen; is concreet en op
korte-termijn gericht. Handelt eerst en denkt daarna.
Het leerproces met leerstijlen:
1. Open staan voor nieuwe - Leert door ondervinding
ervaringen (voelen) - Gebruikt zintuigen
- Ervaring gevoelsmatig; soms zonder dat het hoe en waarom wordt begrepen
2. Analyseren van de ervaring - Waarneming
(kijken) - Beschouwing: hij overdenkt zijn ervaring, ordent en selecteert de feiten
3. Theorie (denken) - Beheersen van de theorie, eigen maken van de regels
4. Actief experimenteren - In het lesgeven blijft dit een spel tussen deze leerstijlen
(doen)
Als er door de instructeur geen rekening wordt gehouden met de leerstijl van de leerling, dan is het
risico groot dat door verschillende leerstijlen de overdracht van instructeur naar de ruiter/groep niet
optimaal zal verlopen.
Wanneer je in een les kan inspelen op de leerstijl van de leerling bereik je sneller je leerling.
Leerstijl ontdekken
- Observeren
- Begingesprek met de leerling
, Samenvatting Lesgeven
H2: Ontdek het paard
Paarden leren = veranderen in gedrag
Drie manieren hoe paarden leren:
- Habituatie = gewenning
- Klassieke conditionering
- Operante conditionering
Habituatie = gewenning
Door herhaling van een bepaalde prikkel zal op een gegeven moment een dier actief stoppen met
reageren, omdat het geleerd heeft dat de prikkel geen betekenis heeft. Er worden dus geen nieuwe
reacties aangeleerd.
Functie van habituatie: paard reageert niet onnodig op prikkels die weinig tot geen betekenis
hebben. Dit speelt een belangrijke rol bij de aanpassing van het gedrag aan zijn omgeving.
Klassieke conditionering = de ene gebeurtenis wordt met een andere geassocieerd (gekoppeld),
doordat zij herhaaldelijk samen optreden.
Het paard leert een verbinding te leggen tussen een aanvankelijk neutrale prikkel en een
responsopwekkende prikkel. Hierdoor kan een koppeling gemaakt worden tussen twee prikkels die
direct op elkaar volgen.
Het maakt de omgeving beter voorspelbaar.
Operante conditionering = toevallig gedrag.
Bij operante conditionering is het uitgangspunt een beweging of houding die deel uit maakt van het
normale gedrag van het paard.
Het paard leert een verband te leggen tussen eigen gedrag en het toevallige gevolg van deze
gedragshandeling. Gedrag met een aangenaam gevolg zal in de toekomst vaker worden uitgevoerd.
Een groot deel van de training van jonge paarden komt neer op habituatie.
Later in de training wordt meestal gebruik gemaakt van operante conditionering
H1: Ontdek de paardensporter
De leerstijl of denkstijl: Is de wijze van waarnemen, problemen oplossen, leren, denken, verwerven
van vaardigheden e.d. waaraan de leerling de voorkeur geeft.
Aanpakgedrag:
1. Reflectief: leerling gaat systematisch, volgens een bepaalde strategie te werk.
Heeft voorkeur voor een zekere mate van abstractie.
Overziet eerst alle mogelijkheden voordat hij handelt.
2. Impulsief: Leerling gaat meer op zijn gevoel af, gissen of missen; is concreet en op
korte-termijn gericht. Handelt eerst en denkt daarna.
Het leerproces met leerstijlen:
1. Open staan voor nieuwe - Leert door ondervinding
ervaringen (voelen) - Gebruikt zintuigen
- Ervaring gevoelsmatig; soms zonder dat het hoe en waarom wordt begrepen
2. Analyseren van de ervaring - Waarneming
(kijken) - Beschouwing: hij overdenkt zijn ervaring, ordent en selecteert de feiten
3. Theorie (denken) - Beheersen van de theorie, eigen maken van de regels
4. Actief experimenteren - In het lesgeven blijft dit een spel tussen deze leerstijlen
(doen)
Als er door de instructeur geen rekening wordt gehouden met de leerstijl van de leerling, dan is het
risico groot dat door verschillende leerstijlen de overdracht van instructeur naar de ruiter/groep niet
optimaal zal verlopen.
Wanneer je in een les kan inspelen op de leerstijl van de leerling bereik je sneller je leerling.
Leerstijl ontdekken
- Observeren
- Begingesprek met de leerling
, Samenvatting Lesgeven
H2: Ontdek het paard
Paarden leren = veranderen in gedrag
Drie manieren hoe paarden leren:
- Habituatie = gewenning
- Klassieke conditionering
- Operante conditionering
Habituatie = gewenning
Door herhaling van een bepaalde prikkel zal op een gegeven moment een dier actief stoppen met
reageren, omdat het geleerd heeft dat de prikkel geen betekenis heeft. Er worden dus geen nieuwe
reacties aangeleerd.
Functie van habituatie: paard reageert niet onnodig op prikkels die weinig tot geen betekenis
hebben. Dit speelt een belangrijke rol bij de aanpassing van het gedrag aan zijn omgeving.
Klassieke conditionering = de ene gebeurtenis wordt met een andere geassocieerd (gekoppeld),
doordat zij herhaaldelijk samen optreden.
Het paard leert een verbinding te leggen tussen een aanvankelijk neutrale prikkel en een
responsopwekkende prikkel. Hierdoor kan een koppeling gemaakt worden tussen twee prikkels die
direct op elkaar volgen.
Het maakt de omgeving beter voorspelbaar.
Operante conditionering = toevallig gedrag.
Bij operante conditionering is het uitgangspunt een beweging of houding die deel uit maakt van het
normale gedrag van het paard.
Het paard leert een verband te leggen tussen eigen gedrag en het toevallige gevolg van deze
gedragshandeling. Gedrag met een aangenaam gevolg zal in de toekomst vaker worden uitgevoerd.
Een groot deel van de training van jonge paarden komt neer op habituatie.
Later in de training wordt meestal gebruik gemaakt van operante conditionering