https://prezi.com/vfmgvyzjle82/casemanagement-2/ presentatie met
voorbeeld obesitas in verschillende modellen
Week 1: H1+2 + 3 van Casemanagement en H1 van Boot
Wat doet een casemanager:
Als casemanager kun je doelen formuleren samen met de cliënt en hem/haar
daarin te begeleiden.
Directe functies o.a.:
- Crisisinterventie casemanager treedt meteen op wanneer blijkt dat de
cliënt door een plotselinge gebeurtenis de situatie niet aan kan.
- Verschaffen van informatie
- Gids en medewerker
- Leren/instrueren leren vissen i.p.v. vis voor ze te vangen
- Inzetten van eigen specifieke kennis en vaardigheden om cliënten
op weg te helpen naar de door hen zelf gekozen doelen
- Ondersteuner
Indirecte functies o.a.:
- Meehelpen aan het uitbreiden van voorzieningen voor de cliënt van nu en
in de toekomst.
- Aansturen op het ontwikkelen van nieuwe hulpbronnen en
hulpprogramma’s waarmee cliënten in de toekomst geholpen kunnen
worden.
- Werken aan veranderingen in de wijze waarop instellingen hun hulp- en
dienstverlening in de praktijk brengen
- Werken aan veranderingen in de omgeving van de cliënt
Niveaus van coördinatie van een casemanager:
- Instellingen
- Teamoverleg
- Uitvoerende hulpverlener
Aanleiding casemanagement:
4 maatschappelijke structurele problemen die de aanleiding zijn tot het ontstaan
van casemanagement:
- Verzorgingsstaat is onbetaalbaar de burger vanaf wieg tot graf
verzorgen = verzorgingsstaat.
Oplossingen/veranderingen:
revisie van de verzorgingsstaat
beheersbaarheid en registratie
nadruk op efficiency en effectiviteit
controle en afrekenen op resultaat
een terugtredende overheid
- De staat heeft zich paternalistisch opgesteld en heeft teveel
verantwoordelijkheden naar zich toegetrokken. Mensen hebben geen
eigen verantwoording meer.
Oplossingen/veranderingen:
Decentralisatie
Deregulering
Geen inspraak maar participatie. De burger dient de eigen
verantwoordelijkheid terug te krijgen
- De samenleving dreigt uit elkaar te vallen: er ontstaat een
onderklasse.
Oplossingen/veranderingen:
Maatschappelijke integratie
, Participatie
Decentralisatie
Scholing en werkgelegenheid
Interculturalisatie
Activerende benadering met prikkels
Verbetering van de leefomgeving
- Complexe en structurele problematiek wordt niet opgelost bijv.
vergrijzing met multiple problematiek wordt niet opgelost dweilen met
de kraan open.
Oplossingen/veranderingen:
Integrale hulpverlening
Functionele benadering
Casemanagement
Netwerkontwikkeling
Protocollering
Micro op niveau van de relatie, hulpverlener, hulpvrager.
Meso op niveau van instelling en organisatie.
Macro op niveau van wetgeving, beleidsmaker en financier.
3 trends met betrekking tot hulp- en dienstverlening:
- Empowerment (toerusten) de cliënt in staat stellen om te leren (d.m.v.
programma’s) zelfstandig en onafhankelijk te worden van hulp- en
dienstverlening binnen zijn eigen marges.
- Accountability (rekenschap afleggen) de hulpverleners moeten kunnen
verantwoorden wat zij doen om het doel te bereiken.
- Feedback het verzamelen en rapporteren van zaken waar men als
hulpverlener en als instelling tegenaan loopt bij de uitvoering van hulp- en
dienstverlening.
Client centraal:
1:
Bij cliënt centraal 1 is er coördinatie van hulp- en dienstverlening op het niveau
van instellingen en disciplines: zorg coördinatie. (pijltjes naar binnen)
In het eerste model staat de cliënt centraal als object van zorg: iedere discipline
en instelling kijkt vanuit eigen deskundigheid naar de cliënt en diens behoeften en
benoemt de eigen bijdrage aan de zorgverlening. In feite wordt de instelling of
discipline centraal gesteld i.p.v. de cliënt.
De cliënt heeft geen enkele garantie dat hij er beter van wordt en hulp op zijn
maat krijgt.
2:
Bij cliënt centraal 2 is er coördinatie van de hulp- en dienstverlening op het niveau
van de cliënt: casemanagement. (pijltjes naar buiten)
In het tweede model staat de cliënt centraal als uitgangspunt: de cliënt betrekt,
meestal samen met een casemanager, instellingen of deskundigen bij het
hulpverleningsplan zoals dat door hem zelf is opgesteld.
Modellen van casemanagement:
Chronische ziekten: onomkeerbare aandoeningen zonder uitzicht op volledig
herstel en met een gemiddelde lange ziekteduur, maar ook ziekten die zich
onderscheiden door een vaak minder langdurig verloop (vanwege overlijden of
klinisch herstel door behandeling) worden tot chronische aandoeningen gerekend.
Chronic Care Model:
Mensen met een chronische ziekte veranderen hun gedrag pas, wanneer zij in dit
proces een leidende rol krijgen. Op basis van die gedachte ontwikkelde de