Naar: (Gommer, et al., 2021)
§1 Bescherming
Infectie: Het binnendringen van ziekteverwekkers (pathogenen) in je lichaam
Inwendig milieu: Deel van het lichaam dat alleen kan worden bereikt door een of
meerdere celmembranen te passeren
Uitwendig milieu: Omgeving die zich buiten het lichaam bevindt
Lichaamsvreemd: stoffen of cellen die niet in je lichaam thuishoren
Lichaamseigen: stoffen of cellen die door je lichaam worden gemaakt
De huid beschermt het lichaam tegen schadelijke invloeden uit het uitwendig milieu
Slijmvliezen: zorgen bij openingen in het lichaam ervoor dat ziekteverwekkers
moeilijk kunnen binnendringen
Melanocyten in de kiemlaag produceren pigment (melanine) dat bescherming geeft
tegen ultraviolete straling
Mechanische afweer: fysieke aanpassingen om indringers buiten te houden, bv. de huid en
de slijmvliezen
Chemische afweer: het gebruik van stoffen om indringers buiten te houden, bv. zoutzuur
§2 Afweer
Aangeboren afweer:
- Gericht tegen vele verschillende ziekteverwekkers (o.a. tegen bacteriën en
lichaamsvreemde stoffen
- Wordt bij infectie snel geactiveerd
- Komt voor bij alle dieren en planten
Fagocytose:
- Insluiten en vetering van ziekteverwekkers door fagocyten (granulocyten en
monocyten)
Granulocyten:
- Type fagocyt dat binnen enkele minuten reageert op binnendringende
ziekteverwekkers door ze te fagocyteren
- Gaat na fagocytose meestal te gronde
Monocyten:
- Type fagocyt dat zich kan ontwikkelen tot macrofaag of dendritische cel
Macrofaag:
- Bij het verlaten van de bloedbaan verandert de monocyt van vorm en wordt dan
macrofaag genoemd
- Kan meerder ziekteverwekkers vernietigen doordat hij niet te gronde gaat na
fagocytose
, Dendritische cel:
- Celvorm is vergelijkbaar met dendrieten in het zenuwstelsel
- Komt voornamelijk voor in de huid en de slijmvliezen
Koorts:
- Verhoogde lichaamstemperatuur versnelt de afweerreacties van het lichaam
- Macrofagen kunnen koorts veroorzaken
Antibiotica:
- Versterkt tijdelijk de afweer van het lichaam
- Antibiotica zijn alleen werkzaam tegen bacteriële infecties
Verworden afweer:
- Gericht tegen één type ziekteverwekker (o.a. tegen lichaamsvreemde cellen,
lichaamsvreemde stoffen, bacteriën en virussen)
- Komt langzaam op gang
- Alleen bij gewervelde dieren
Bij de verworven afweer zijn T- en B-lymfocyten betrokken
- Lymfocyten ontstaan uit stamcellen van het rode beenmerg
- In het beenmerg ontwikkelen zich B-lymfocyten
- In de thymus ontwikkelen zich T-lymfocyten
- Lymfocyten komen vooral terecht in de lymfeknopen en de milt
Lymfoïde organen:
- Lymfeknopen, de milt, het beenmerg en de thymus
Mediatoren:
- Eiwitten met een reguleren functie
- Bijvoorbeeld cytokinen die de normwaarde voor de waarde lichaamstemperatuur
regelen
MHC: Major Histocompatibility Complex
- Deel van het genoom dat codeert voor eiwitten die een rolspelen bij de herkenning
van lichaamseigen en lichaamsvreemde (delen van) cellen en stoffen
Specifieke afweerreacties worden opgewekt door antigenen:
- Grote moleculen, meestal eiwitten;
- Kunnen een reactie van het immuunsysteem opwekken;
- Zijn oplosbaar of bevinden zich op celmembranen
- Worden herkend door receptoren nadat ze zijn gebonden aan een MHC-
receptoreiwit
MHC-receptoreiwitten, twee typen:
- MHC-I-receptoreiwitten: op de buitenkant van alle cellen met een celkern in het
menselijk lichaam en op bloedplaatjes
- MHC-II-receptoreiwitten: op de buitenkant van macrofagen, dendritische cellen en
geactiveerde B-cellen
Macrofagen:
- Kunnen zich ontwikkelen tot antigeen-presenterende cellen (APC)
- Na fagocytose bindt een antigeen aan MHC-II-receptoreiwit, waarna APC op zoek
gaat naar de juiste T- en B-lymfocyt
- Ook andere cellen (zoals dendritische cellen en B-lymfocyten) kunnen een antigeen-
presenterende cel worden