Nederlands samenvatting spelling en formuleren.
❖ Dubbelop
1. Onjuiste herhaling.
twee keer hetzelfde woord.
Bijvoorbeeld: twee keer van of twee keer naar in één zin.
Hoe maak je hem kloppend? Laat één woord weg.
2. Tautologie.
twee keer hetzelfde zeggen met verschillende woorden van dezelfde woordsoort.
Bijvoorbeeld: zij heeft reeds haar boeken al gekregen.
Bijvoorbeeld: zij heeft echter maar twee zussen.
Bijvoorbeeld: plotseling en ineens.
3. Pleonasme.
Een deel van de betekenis van een woord of een woordgroep nog eens door een
ander woord uitgedrukt. Dat andere woord is meestal van een andere woordsoort.
Witte sneeuw, rood bloed.
Van tevoren reserveren. Reserveren doe je al van tevoren.
4. Contaminatie.
Als twee woorden of uitdrukkingen worden verward en ten onrechte worden
vermengd.
Onjuist juist
Uitprinten → printen.
Overnieuw → opnieuw.
Nachecken → nakijken.
5. Dubbele ontkenning.
Zinnen met een werkwoord dat al een ontkennend karakter heeft (voorkomen,
verbieden, misbruiken, nalaten, weerhouden) wordt soms ten onrechte een
tweede ontkenning toegevoegd.
Raadt ons af, niet → raadt aan
Antecedent Persoonlijk Bezittelijk Aanwijzend Betrekkelijk
voornaamwoord voornaamwoord voornaamwoord voornaamwoord
Mannelijk de- Hij, hem Zijn, z’n Deze, die die
woord
Vrouwelijk de- Zij, ze Haar, d’r Deze, die die
woord Bij niet-personen:
ze!
Het-woord het Zijn, z’n Dit, dat dat
(onzijdig)
Meervoudige Onderwerp: zij, ze hun Deze, die die
zelfstandige Lijdend voorwerp:
naamwoorden hen
Na voorzetsel:
hen
Meewerkend
voorwerp zonder
voorzetsel: hun
Die of dat; deze of dit?
Verwijs naar de-woorden met die en deze en naar het woorden met dat en dit.
Voorbeelden:
⁻ De oude molen die in kampen aan de Ijsselkade staat, wordt volgend jaar
gerestaureerd.
⁻ Dit pand hier staat al maanden te koop, maar dat verderop in de straat was binnen
enkele dagen verkocht.
❖ Dubbelop
1. Onjuiste herhaling.
twee keer hetzelfde woord.
Bijvoorbeeld: twee keer van of twee keer naar in één zin.
Hoe maak je hem kloppend? Laat één woord weg.
2. Tautologie.
twee keer hetzelfde zeggen met verschillende woorden van dezelfde woordsoort.
Bijvoorbeeld: zij heeft reeds haar boeken al gekregen.
Bijvoorbeeld: zij heeft echter maar twee zussen.
Bijvoorbeeld: plotseling en ineens.
3. Pleonasme.
Een deel van de betekenis van een woord of een woordgroep nog eens door een
ander woord uitgedrukt. Dat andere woord is meestal van een andere woordsoort.
Witte sneeuw, rood bloed.
Van tevoren reserveren. Reserveren doe je al van tevoren.
4. Contaminatie.
Als twee woorden of uitdrukkingen worden verward en ten onrechte worden
vermengd.
Onjuist juist
Uitprinten → printen.
Overnieuw → opnieuw.
Nachecken → nakijken.
5. Dubbele ontkenning.
Zinnen met een werkwoord dat al een ontkennend karakter heeft (voorkomen,
verbieden, misbruiken, nalaten, weerhouden) wordt soms ten onrechte een
tweede ontkenning toegevoegd.
Raadt ons af, niet → raadt aan
Antecedent Persoonlijk Bezittelijk Aanwijzend Betrekkelijk
voornaamwoord voornaamwoord voornaamwoord voornaamwoord
Mannelijk de- Hij, hem Zijn, z’n Deze, die die
woord
Vrouwelijk de- Zij, ze Haar, d’r Deze, die die
woord Bij niet-personen:
ze!
Het-woord het Zijn, z’n Dit, dat dat
(onzijdig)
Meervoudige Onderwerp: zij, ze hun Deze, die die
zelfstandige Lijdend voorwerp:
naamwoorden hen
Na voorzetsel:
hen
Meewerkend
voorwerp zonder
voorzetsel: hun
Die of dat; deze of dit?
Verwijs naar de-woorden met die en deze en naar het woorden met dat en dit.
Voorbeelden:
⁻ De oude molen die in kampen aan de Ijsselkade staat, wordt volgend jaar
gerestaureerd.
⁻ Dit pand hier staat al maanden te koop, maar dat verderop in de straat was binnen
enkele dagen verkocht.